Skip to main content

Full text of "Geschiedenis van een neger"

See other formats


GESCHIEDENIS 

van een 

NEGER, 

Zyn Reizc met de Heer N. . . . 

van SURINAMEN 
naar HOLLAND: 

Haarc Aanlanding, (door oorzaak van een 
zware Storm ) aan een onbekend Eiland \ 
Befchryving van de Gouverneur van 
het zelve , de Heer LE SAGE; 

Zync aankom ft op het Eiland, zyne vlagt 
uit Vrankryk om de Religie, naaukcu- 
rig verhaal van de Godsdfenft , manier 
van leven, van de Inwoondcrs van 
het Eiland, overgang van de Nc- 
- ger tot de Gereformeerde Re- 
ligie, zyn vertrek naar Hol- 
land met de Heer N 

Ontmoctinge van de Neger te Amfterdam, 
zyn Huwclyk met de Dochter van de 
Heer N.. enz, 

op een Zedekundige wyze gefchrevcn. ' 



Te UTRECHT, 
By S. de WAAL, Boekverkoper 
op het Oudkerkhof, 



Aan den 

LEZER. 



Dit werkje zal voor een 
Roman van veele wor- 
den aangezien , maar een ie- 
der, met een aandagtig oog het- 
zelve inziende, zal van het 
tegendeel worden overtuigd, 
en van de mogelijkheid der 
gevallen overreed zynde, kan 
net tot nut van de Lezeren 
dienen. Dit zoo zynde heeft 
den Autheur zyn Oogmerk 
bereikt. 



Vaart wel. 

* 



GESCHIEDENIS r 

van ccn 

NEGER. 




P ccn der Plantngicn tc Suri- 
namcn gclcgc, aan tic Rivier 
woonde ccn Heer die 'er veel 
Slaven op had. Onder dczcl- 
vcn was ccn jong Slaafje, die naauwclyks 
den ouderdom, van twaalf jaren berei- 
ken kon. Hy had hem cerft gekogt, 
zyndc hy van dc Slavc Kuft met meer 
anderen van zyn natie gekomen. 

Dcczc jonge Slaaf fchoon zwart van 
Lichaam zyndc, was echter wit en blank 
van Ziel. Zyn noodlot dat hem onder 
ccn vcrachtclykc Natie had doen geboo- 
ren worden , had die fchadc vergoed , 
met hem hoedanigheden tc geven , die 
buiten gemeen waren. Benevens een 
juifl oordeel , had zy hem een fchrandcr 
en doordringend verftand, en een zeer 
fterke gehcugenis gegeven, daar by ccn 
edelmoedige neiging tot de Deugd, en 
tot het zcdclykc,dat het wel rykclyk, te- 
gen de zwartheid van zyn Lichaam, en de 
yerachtelykhcid zyncr geboorte kon op- 

A wee- 



% Qefchkienhmn " 

Veegen. Hy kon echter onder de Ne- 
gers voor fchoon gerekend worJcn ; 
want behaken dat zyn Lichaam wel ge- 
vormt was, had hy iets in zyn weezen, 
dat zoo deftig en innemende was, dat 
het de genegenheid won, van een ieder 
■waar hv mede omging. 

Zyn Heer, die de Heer N. . . . ge- 
hecten was, was een Min , die cerlykc 
gevoelens bczadt,cn die door de weder- 
waardigheden die hy in zyn jeugd gehad 
haddc wys was geworden. Hy was een 
Fransman van geboorte, cn van dt Pro- 
teftantfc Godsdicnft ; 't welk de reden 
was gewceft, dat hy zyn Vaderland al 
vroegtydig had moeten verlaten , cn een 
ander opzoeken , waar hy met meer ruft 
cn vryheid dezelve- mogt oeffencn. Hy 
was dan na Holland gegaan , maar daar 
zyn beftaan niet kunnende vinden, ver- 
volgens na Sarinamen vertrokken 5 al- 
waar hy zig in dienft op een Plantagie 
begeven en zig zoo wel gedragen en het 
geluk hem zoo wel gediend had, dat hy 
op 't laatft zelfs Heer van twee gewor- 
den was. Hy was gchuuwt cn had daar 
door verfcheide Kinderen verwekt , de- 
welke alle op een na geftorven waren, 
het welk een Dochter was. Maar wy 
zullen hier na nog wat breedvoeriger 

van 



een N E G E R. j 

van zyn gevallen fprecken als het te pas 
zal komen. 

Dc Heer N. . . . dan ons Negertje 
gekogt hebbende befpeurde wclhaait die 
goede hoedanigheden in hem , die hy 
bez.it, en hy begon daar door een ge- 
negendheid voor hem te krvgen en ccne 
agting, verre boven zyne mede- flavcn. Hy 
verlchoonde hem dcrhalven ; van moeycly- 
kc en veragtelyke arbeid te doen , cn 
nam hem om hem in zyn huis ten dienft 
te ftaan; waar in hy zig van tvd tot tyd 
zoo wel kweed, dat hy zig hoe langer 
hoe meer in zyn genegenthcid inwikkel- 
de, cn waar door hy zig een weg baande 
om zyn vertrouwen geheel te winnen. 

Hy ondcrwylcn ouder wordende be- 
gon zyn fchonc hoedanigheden zig 
hoe langer hoe meerder te vertonen , 
cn, hy daar door zig des temeer in de 
gunft van zyn Heer in te wikkelen» tot 
200 ver zelfs dat zyn Heer hem Neger- 
Officier maakte, en leezen cn fchry- 
ven liet lecren, 't welk een groote af- 
gunft onder zyn Mcdcflavcn veroor- 
zaakte. Hy beloofde hem verders als 
hy noch ccnigc tyd gedient had de- 
\vyl hy voornemens was zig binnen kor- 
ten tyd weder na Holland te begeevcn, 

A z om 



4 Gefchiedenis van 

om aldaar zyn overige dagen in ruft te 
verflyten , mede te nemen, en als dan 

vry te maken. 

Het duurde ook niet lang , of dc 

HccrN zyn goed 't geen hy in 

Suriname bezat aan anderen overgedaan 
hebbende , begaf zig met zyn Vrouw 
en Dochter en onze Neger op een Schip, 
*t welk zeilrede lag om naa Holland te 
ftcvencn. 

Zy hadden in het cerft heel goed we- 
der; maar na dat zy omtrent acht dagen 
in Zee gewceft waren, wier den zy van 
een zeer zware ftorm bcloopcn , vcr- 
zcld met Donder en Blixcm , dat het 
niet anders was of Hemel en Aarde zou 
vergaan. Een ieder was als doen in de 
grootftc verflagendheid des Wcerclds j 
maar het geen het dcerniswaardigftc was 
om te zien, was dat Mevrouw en Me- 
juffrouw N zig alle beide om 

den hals van dc Heer N wier- 
pen ; doende niet anders als fchryen en 
roepen : Ach myn waarde Man ! Ach 
myn waarde Vader! Wy zullen u niet 
verlaten, daargyblyft, blyvenwyook, 
en wy zullen zoo doende te Kaaien ftcr- 

ven. Dc Heer N zogt haar zoo 

veel te vertrooften en moed te geven 
als maar xh zyn vernjoogen was, fchoon 



een NEGER. f 

hy zelve wel diende vertroofr te wor- 
den, met tc zeggen myn waarde Vrouw 
cn Kind, fteld u zclven doch een wei- 
nig geruft ; het zal hoop ik zoo ver 

niet Roomen , en betrouwt op des Hc- 
mels hulp , die ons gcmakkclyk red- 
den kan. 

Het verwonderlykfte dat tc zien was, 
was in onzcNcgcr, hoe ftandvaftigen on- 
verfchrokken van moed hy zig betoon- 
de, cn met wat voor een zorgvuldig- 
heid hy voor zyn Heer cn dcszelfs Fa- 
milie ingenomen was. Ach Mevrouw 
en Juffrouw zeidc hy , maakt u zclvcu 
doch niet al tc zeer bcanglt , cn be- 
droeft doch mvn tjocde Heer met u 
klagtcn zoo niet! Gy zyt al tc zamen tc 
goede Lieden, dat gc zoo zoud vcrloo- 
ren raken , dc Groote Geeft cn Heer 
van het leven zal wel zorg dragen voor 
uwe behoudenis cn niet toelaten dat gy 
een ongeluk krygt ; fchept dcrhalvcn 
moed, en het zal mogclyk wel fchklyk 
veranderen. Dit zeggende , cn met een 
in de grootfte zorgvuldigheid zyndc om 

Mevrouw cn Mejuffrouw N op 

tc paden, was een en dezelve zaak, dan 
was hy eens hy haar, dan liep hy weder 
hy het boodsvolk om tc vernemen, of 
het gevaar ook groot was, e;i om cenigc 

A 3 goc- 



6 Gefchiedenis van 



goede tyding tc vcrnccmcn , om het 
naar lieden bekend te maken. 

Het fchcen als of den Hemel ook 
haarlicdcr klagtcn verhoorden ; want na 
de ftorm tuecnual vierentwintig uuren 
doorgedaan tc hebben 5 begon dezelve 
ailcnxkcns tc bedaren en de Zee die zeer 
onfhiymig gewceft was , zig een weinig 
tot ruft tc begeevcn. Dc vreugd wierd 
weder in haar liedcr hard gebooren , tcr- 
u*yl zy het ontredderde Schip zoo goed 
als zy konden hcrftcldc: M ar dewy] het 
zeer gehavend was wierd 'er beflootcn 
het cerfte Land dat zy ontdekte aan tc 
doen, om ccn goede Reedc of Haven 
tc zien tc krygen , en het dan weder 
in ftaat tc brengen om haar reizc tc bc- 
ordercti. 

Het duurde ook niet lang of zy ont- 
dekte ccn Ku ft die haar lieden onbekend 
fchcen, vermits zy dc hoogte genomen 
hebbende aldaar geen Land verwarren- 
de waaren. Zy naderde dezelve van lang- 
zamerhand , om dat zy bcvrceft waren 
voor Klippen cn ondieptens, cn toen zy 
200 naby gekoomen waaren , dat zy het 
Land ondcrfcheidentlyk koftcn zien, ont- 
dekte zy een inham; alwaar zy na toe ftc- 
vende. Doen zv daar ingekomen waren , 
bcvondea zy dezelve zeer goed om tc 

an- 



een NEGER. J 

ankeren en tot ccn veilige Haven voor 
het Schip tc verftrckkcn; waarom zy dan 
ook het anker uitwierpen , cn vervol- 
gens de Root in 't water bragten , om 
daar mede na land tc varen. 

De Heer N met zyn Vrouw 

Dogter cn de Neger waren de eer- 
ftcn die zi^ na I-and begaven: maar 
wat waren zy verwondert ccn Land 't 
welk na haar gedagten woeft cn onbc- 
bouwt tnoeft wezen , zoo wel bebouwt 
en vragtbaar in allerlei foorten van 

voortbrcngfcls tc zien. Hier had men 

aangename Weiden , daar vrngtbare 
K oor n akkers, gintt wederom Wynbcr- 
gen , aangename Boomgaarden cn Tui- 
nen , die allerhande foortcn van Moes- 
kruiden cn Ooft R* voorlchyn bragten. 

Noch ccn weinig voortgcwandcld 
hebbende , ontdekte zy van verre ccn 
foort van een Vlek, het geen met zeer 
lage Huisjes bebouwt was. Zy gingen 
daar vervolgens na toe cn ontmoete even 
buiten het zelve cenige Lieden, die be- 
zig waren het Land te bebouwen. Zy 
waren bekleed met Bceftevellcn en had- 
den Mutzen op en Schoenen aan ook 
van dezelve gemaakt. Zy fchrikten doen 
>y onze Reizigers het cerft gewaar wier- 
dffflj en decze een weinig op haar hoede 

A 4 we- 



I 

i' 



F 



8 



Gefcbiedenis van 



wezende , naderde langzaam om te ver- 
nemen, of zy ook icrs quaads in de zin 
hadden. Toen zy dit vernamen, wenk- 
te zy met de handen , om ze te doen 
naderen: maar hoe wierden onze Reizi- 
gers verrukt ah zy by ha»r gekomen wa- 
ren haar in hec Franfch aan tc horen 
fprecken en tegen haar tc zeggen , dat 
zc in het geheel geen vrees behoctdc tc 
hebben: vermits zy by Lieden sekoo- 
men waren , die haar als zy het nodig 
hadden, zoo veel als inbaar vermogen 
wis alles goeds zouden doen. Dc Heer 

N vroeg haar vervolgens in het 

Franfch wat voor Luydcn dat zy waren ; 
daar zy op antwoorden dat zy van Fran- 
fc afkomft waren , en dat zoo hy nicuws- 
;icrig was, om haar verdere omftandig- 
icdcn en gevallen tc weten ,zy hem met 
die geen die hy by hem had , by het 
hoofd van haar volk zoude brengen, die 
hair verder onderrigting daar van zoude 

;cvcn. Dc Heer N verzogt baar 

lit tc willen doen, en zy bragte hem 
met zyn Vrouw , Dogtcr , Neger , ca 
anderen die met hem mede gegaan wa- 
ren , in het Vlek. Daar in gekomen 
zyndc , ontmoete hair nog meer dicr- 
gelykc gfklecdc Menfchcn, waar onder 
ook cenige Vrouwen en Kinderen wa- 
ren . 



een NEGER. 9 

ren, die alle zeer verwondert waren, al- 
daar onze Reizigers te ontmoeten , en 
dezelve agter na volgden , tot zy by een 
zeker Huisje gekomen waren. 

Als zy daar gekomen waren , gingen 
twee van die Luyden die onze Reizi- 
gers het cerft ontmoet hadden binnen; 
en aldaar een weinig vertoeft hebbende, 
kwamen zy weder te voorfchyn met een 
oude eerwaardige Gryzaard , ook op die 
zelve wyze als de overige van zyn volk 
cklced, uitgezonden dat zyn Muts wat 
oogcr en met een rand die wat brecder 
was, verfiert was; Zyn Kleed was ook 
eenigzins langer als dat van de anderen 
cn hing hem MantcUgcwys tot op dc 
voeten neder. Hy hul een lange gry- 
zen baard , in zyn gelaat vertoonde zig 
iets deftigs cn fchoon hy al van hoge ja- 
ren fchcen te zyn , Had hy cgtcr nog zoo 
veel vuur en levendigheid in zyn oogen, 
dat het fcheen als of het niets vermin- 
dert was. 

Decze eerwaardige Gryzaard dan tot 
onze Reizigers genadert zyndc, ontfing 
dezelve met een zoo vricndclykc open- 
hartigheid, dat hy ten cerfte het goed 

gcvoclc cn vertromvc van de Heer N 

cn die bv hem waren won. Den Hemel 
*y gedankt zcidc hy , dat ik het geluk 

A 5 "heb- 



to Gcfchiedcnis Véf» 

hebben , van voor mjO dood nog eens 
Luiden te zie. , afkomftig uit een 
Land, daar ik en de gcencn die met 
my hier woon.igtig zyn haar Voorouders 
ook uitgefprooten zyn; want na ik mer- 
ken kan zyt gylicden Europianen. Dit 

is zoo zcide de Heer N zyn wy 

niet alle ten minltcn dc meefte van ons 
kyn daar gebooren , of van ouders voort- 
gekomen die daar gebooren zyn. Wy 
komen van Surinamcn, om na Holland 
te ftcvencn ; maar het ongeluk heeft 
gewild, dat wy een zwaare itorm gehad 
hebben, die ons by na heeft doen ver- 
j»aan,cn ons Schip zeer getcitftert heeft, 
ilat wy genoodzaakt zyn geweeft het 
eerftc land dat wy ontmoete aan te doen, 
om het zelve zoo veel als in ons ver- 
mogen is te hcrftcllcn cn onze reis dus 
te vervolgen. Wy verzoeken u dicr- 
halvcn dat gy ons vergund hier ccnige 
tyd te mogen ophouden ; tot dat wy dit 
volbragt hebben , cn ons met ecnige 
brnoodigtheden te voorzien , dewyl wy 
het dankbaarlyk erkennen zullen. Maar 
dewyl dat ik u in het korte ons weder- 
varen verhaald heb ; zoo docd ons de 
vrienfehap ons de uwe te doen weten ; 
vermits ik zeef nieuwsgierig daar na 
ben, cn wat voor een lani het is dat gy 

bc- 



een NEGER. tr 

bewoond. Zeer garen antwoordc dc 
Grcisaard ; maar dewyl ik zie dat gy- 
licJcn eenigzins vermoeit zcid , zoo 
Iaat ons in huis gaan, ververft u daar 
een weinig met het geen ik heb , en 
dus kunnen \vy het met meer gemak 
doen. Ik zal ondcrwylcn eenigc van 
mvn lieden na het overige van uw volk 
zenden, om dezelve te doen verwitti- 
gen dat gylicden hier zcid, en dat wy 
u en haar met al dc byftand die in ons 
vermogen is zullen tragtcn te helpen. 

Zy gingen daarop te zamen in huis, 
alwaar hy h.nr in een foort van een 
taaltje gebragt hebbende , en haar aan 
een langwerpige tafel had doen nc- 
derzitten, allerhande ververfingen van 
fpvs en drank liet voorzetten. Onze 
Neger was 'cr zelfs niet van uitgezon- 
den, die mede aan dezelve Tafel met 
tyn Heer gezeten was. Zyn Heer 
merkte hem zoo zeer niet aan als zyn 
dienaar, als wel als zyn vriend vermits 
ny zig zoo zeer in 'dcsfclfs gunft ge- 
drongen had. Wat dc greisaart aanging 
hy had zig aan het midden van de tafel 
gcplaats , om des te beter als hy zyn 
verhaal deed gchoort tc kunnen' wor- 
den ; hy onderhield vervolgens gedu- 
rende dc vervaling zyn gatten met vricn- 



ii Gefcbiedenis van 

dclyke gefprekken , cn na dat zy zig 
wel verfriit hadden begon hy zyn ver- 
haal aldas. 

De gevallen van de Heer le Sage. 
Ik ben van franfc afkomft; myn Ou- 
ders waren van de Gereformeerde Re- 
ligie > en van die gene die men in 

Frankryk Hugenoten noemde. Zy wa- 
ren genoodzaakt haar Vaderland te ver- 
laten om een ander Land op tc zoeken 
daar zy met meer vryheid cn ruft haar 
Godsdicnft konden ocfFcncn. Zy bcflo- 
tcn dan met meer andere van hare Ge- 
loofsgenoten zig na dc Wcftindicn tc 
begeven , cn zig aldaar in een Colonic 
die als doen opgcrigt wierd ter neer tc 
zetten. Na dat zy het geen zy hadden 
kunnen verkopen verkogt, cn het geen 
tot de reis noodzakclyk was gekopt had- 
den, cn zig alzoo in ftaat gefield haar 
reis tc kunnen vervorderen, gingen zy 
met vcrfchcidc andere lieden gclyk ge- 
zegt is , zoo Mannen , Vrouwen als 
Kinderen fchecp. 

Zy hadden in den beginne goede Wind 
en Weder ; maar na drie weken zylcns 
begon dc Wind zoo geweldig op tc 
ftccken, cn hand overhand toe te ne- 
men , dat de Matrozen nauwclyks dc 
tyd hadden van dc zylcn in tc nemen 

uit 



een NEGER. *j 

uit vrees dat dezelve anders aan flarden 
zouden waijen. Zy lieten het vervol- 
gens voor dc Wind met een zeil Ioopen, 
om het flingeren van het Schip ecnig- 
zins te beletten ; maar het zelve bleef 
niet lang in zyn geheel ; want het woey 
heel fchiclyk aan flarden, en zy moeften 
dus op Godsgenade blyven dryven. 

Zy wierden ook geweldig door een 
fterke ftroom die uit het Noorden 
kwam voortgedreven , en na dat zy 
dus zes dagen tullen leven en dood gc- 
worftcld hadden, wierden zy door een 
zoodanige dikke milt omringt , dat zy 
kwalyk een Schips lengte van haar af 



lang , want na omtrent een half etmaal 
door die mift gedreven tc hebben; wier- 
den zy zoodanig op een fantplaat gedre- 
ven , zonder dat zy 'er tegen hadden 
kunnen verzien, dat het Schip zoo vafl 
bleef zitten als of het was geklonken ge- 
weeft. Dit veroorzaakte ten cerfte een 
grootc onfteltenis, al het volk dat bin- 
nen in het Schip was, kwam ten eerfte 





Gefckiedenis van 

beter tc kunnen reiden , en dewyl het 
in den nagt was dat dit voorviel , had- 
den zy nog minder gelcgendhcid om 
- van zig af tc zien wiar zy waaren. 

Zy waren dus in de grootflc ongcruft- 
hcid des Werelds, terwyl zy alle oogen- 
blikkcn vcrw igtc dat het Schip door dc 
zware golven der Zee aan (tukken i^efla- 
gen zouie worden , maar het hield nog 
itand tegens der zelvcn verwoede aan- 
vallen , terwyl ha hoe langer hoe die- 
per in het zuid zig inwikkelde, zoo dat 
Z.y wel koftcn merken , dat 'er voor 
haarlieden geen kans was om het Schip 
tc behouden. De dag op dien (chrik- 
kelyke nagt kwam mUJcrwyl aan , en 
dewyl de zwairc mift en nevel met des- 
zelfs komfl ook een weinig verdweinde, 
konden zy bel'chcidcntlyk zien, dat zy 

op een zandplaat geraakt waren, die niet 
ver en omtrent een khoot weegs van 
dc kufl van een zeker land gelegen was. 
Zy beflootcn dan eenparig om zig met 
dc bood daar op te redden , 't welk zy 
ten cerftcn ter uitvoer bragtcn. Dc bood 
dan uitgezet zyndc, was myn Vader en 
zyn Vrouw mede een van de cerft* die 
daar in gingen: maar het was niet zon- 
der levensgevaar , vermits dc baren ge- 
weldig op deeze bank flaande , zy alle 

ogen^ 



ten NEGER. i f 

ogenblikken verwagtende waaren van orn 
tc flaan. Zy kwamen evenwel behou- 
den aan land , tcrwyl de anderen ook 
met alle fpocd gered wierden. 

Zy zouden evenwel al haar goed en 
wat 'er op het Schip was hebben moe- 
ten verliezen , indien de Wind niet 
een klaps was gaan leggen , en zy dus 
bckwamclyk het zelve van tyd tot tyd 
daar uit hadden kunnen ligtcn. Zy ont- 
ladc dan het Schip en bragten alles aan 
de Wal, vermits zy wel zagen geen kan$ 
tc hebben om het ooit weder vlot te 
krygen, dewyl het zoo diep' in het zand 
gewoeld was. 

Ondcrtuflchcn hadden zy zoo veel 

als in haar vermoog en was goede wagt 
gehouden , uit vreeze dat 'er zomtyds 
inwoonderen in het land mogtcn wce- 
zen en zig dus voor dcrzelvcr overrom- 
peling tc dekken, dewyl zy tot nog toe 
geen tyd of gclegcndheid gehad hadden 
om het zelve op te fpeuren : maar dc 
handen een weinig ruymcr gekree- 
gen hebbende , ging 'er eenige uit 
om te vernemen op wat oord van de 
Waarcld dat zy waren. Dezelve ver- 
lagen zig van fchietgewcer , om zig 
des noods zyndc daar mede te verwe- 
ren , als 2 y van cenigc wilde Volkercru 

of 



15 Gefcbiedenis van 

of Bccftcn mogtcn aangevallen worden ,* 
cn dus voorzien zymk trokken land- 
waarts in ; maar vonden nergens men- 
fchen waar zy kwamen, cn gaven daar 
wel in haalt dc tyding van. Dit 
het volk (louter gemaakt 'hebbende om 
hit land te ontdekken, begaven zy zig 
om het verder te doorkruyien. Zy bc- 
vonden eindelyk dat het maar een Ei- 
land was, van by na twintig uuren gaans 
in den omtrek, dat het vervolgens zeer 
vrogtbaar was, cn met ccnig gedierte 
(dog geen fchadclyke) cn gevogelte ver- 
zien was. 

Zy kwamen daar op dc anderen dit 
bekend maken , die van twee kwaden 
het befte willende kiezen , bcflotcn er- 
gens een vrugtbarc valey tc zoeken , die 
niet ver van dc Zee was om zip daar 
ter neder tc flaan, tot 'er tyd toe dat 
'er ccnig Schip voorby mogt varen, of 
wel het Eiland aan mogt doen; op dat 
zy dus nog t'ecniger tyd mogtcn gered 
worden. Met dccze hoop nog bezield 
zynde , verkozen zy dccze zelve valey 
die wy nu tegenswoordig nog bcwoo- 
nen , zy flooptcn vervolgens het Schip, 
en van het houtwerk dat zy daar van kre- 
gen, maakte zy zoo veel als een loots 
of fchuur, waarin zy zich voor de on- 



een NEGER. X y 

gemakken van lucht en weder kondc 
dekken. Hier behielpen zy zich 200 
goed en zoo kwaad als zy konden , cn 
bergde haar mondbehoeftens en goe- 
deren diczy uyt het Schip gcloft hadden 
daar in, 

Zy zagen ondertuflehen van tyd tot 
tyd uit of zy geen Schepen vernamen ; 
maar dit een geruymen tyd geduurd 
lubbende, cn gewaar wordende dat zy 
vergecfle moeytc deden, terwijl zy m 
al dien tyd niets vernomen hadden, 
Zoo begonden zy eerft regt te overwe- 
gen wat in dcezc ftaat tc doen. Myn 
Vader die wel het meeft by haarlieden 
in aanmerking was, wierd daar over 
raad gevraagd : Myn vrienden zeidc hy, 
hier is goeden raad duur, wy moeten 
van dc nood een deugd maken , hec 
zoude kunnen zyn dat wy hier al ons 
leven blijven moeften ; want dit kan 
wel een Eilandje zyn dat in geen aan- 
merking by de Zeevarende is , of dat 
het nog geheel onbekend is , en dus 
niet word aangedaan. Wy hebben ten 
minftcn wynig hoop van redding, cn 
daarom is het befte , dat wy hier zoo 
goed cn kwaad als wy kunnen, ons zoe- 
ken tc behelpen , onze levcnswys zoo 
te regelen dat wy. het nodjge voor ons 

B on- 



18 Gefchiedenis van 

onderhoud kunnen vinden , en vervol- 
gens een goede order onderons zoeken 
te bewaren , om het met ruil te kunnen 
genieten. Daar moet dan voor cerft 
by ons een hooft en opziender gefield 
worden, die over de andere een zeker 
gezig heeft, om de vcrfcliillcn die 'er 
mogtcn ontdaan te beflilfcn , en die 
met medekennis van dc anderen dc 
fchikkingen beraamd, die hy dunkt gc- 
vocglyk te weczen tot onzer aller wcl- 
zyn; 't overige zal dan van zelfs wel 
volgen. 

Zy waren hier mede zeer wel te vree- 
den, cn na dat 'er tcnig gemurmel on- 
der dc gemeente gcrcczcn was, verko- 
zen zy eenparig myn Vader als hoofd 
cn opzigtcr over deeze nieuwe Volk- 
planting. Myn Heer Ecide zy , wyzyn 
van uwe deugd overtuygd, \\y kunnen 
niemand gcvocglijker nccmen, om dee- 
ze waardigheid te beklccdcn als gy ; wy 
beroepen u eenparig cn verzotken dat 
gv het aan geliefd tc nemen. Myn Va- 
cicr wilde uit zedigheid zig daar van ont- 
flaanj maar hoe meer hy het wygerde 
ain tc nccmen , hoe meer zy hem daar 
toe aandrongen. Eindelyk was hy wel 
genoodzaakt om het aan te neemen, zeg- 
gende dat dcwyl zy zulke goede gedag- 



ten 



een NEGER. ip 



ten voor hem hadden opgevat en hem 
genoegzaam tegens zyn wil en dank ge- 
noodzaakt om het aan tc nemen , hy 
haar derhalve voor cerft bedankte , haar 
vervolgens vermaande om hem in alles 
wat rcdclyk cn met de Volkplanting beft 
beftaande mogt weezen tc hoorenden 
met toeftemming van de meeften, in 
zaken van belang tc gehoorzamen. Zy 
beloofde hem alle eenparig dit tc doen, 
dit was het begin cn dc grondflag vart 
deze nieuwe Volkplanting. 

Myn Vader had voor dcczen in Vrank- 
ryk zoo veel als voor Prcdicant gedient, 
hy moeft dit ampt by het andere waar- 
necmen , vermits 'cr niemand onder dc 
gemeente was die het gcvoeglyk kondc 
doen ; ziet daar hem dan in het geeftc- 
Kjkc cn wereldlijke tc werk gcftcld. Hy 
verkoos dan ccnigc van dc voornaamftc 
van dc Volkplanting tot zyn raden, om 
hem te helpen bcraadflaan, hoe verder 
tc werk tc g.ian. Dc form van beftie- 
ring cn verdecling was dan wel het 
voornaamfle dat by haar in aanmerking 
kwam. Voor cerft wierd dat bcfloo- 
te n, dat alle goederen gemeen onder 
haarlieden zoude weezen, of liever dat 
alles wat 'er was de Volkplanting in zyn 
geheel zoude tocbehooren, en dat al 

B z die 



zo Gefchicdenis van 



die geen die iets benodigd had, dcgee r 
nen die daar het opzigt over hadden om 
aan zouden fpreeken, 't welk haar dan 
zoude gegeven worden. Ten tweede 
men zoude de loots flopen en maken 
daar van cenige byzondcre wooningen, 
waar in dc Familien ieder afzondcrlyk 
in zoude woonen , om des te meer vry- 
hcid te hebben, en in dc woning van 
myn Vader dewyl hy Prcdicant was, zou 
dc Godsdicnft geocffent werden , zoo 
lang tot zy in ftaat waren om een Kerk 
te maken. Ten derde men zoude het 
land dat 'er bekwaam toe was bebouwen , 
met die vrugtcn en gewaflen die zy uit 
Europa medegebragt hadden; hier toe 
zouden ccnigc aangcftcld worden dit zy 
daar het bekwaamde toe zouden agtcn , 
de vrugtcn zoude vervolgens daar van 
op zyn tyd ingezameld, en in een zce- 
kere plaats bcwaardt worden, waar van 
zy vervolgens aan dc gemeente een gc- 
ncraale uitdccline zoude doen. Wat'er 
wyders zoo in net Kerkelijke als We- 
reldlijke mogt te fchikken vallen, zou- 
de naar gelegenheid van zaaken in den 
raad afgchandelt worden. 

Dit dan alzoo bcraadflaagt zyndc, 
wierd het zelve vervolgens ook ter uit- 
voer gebragt. Men flooptc de Loots 

van 



een NEGER. zi 



van deflelfs afbraak, benevens ccnige 
takken van Boomcn , cn het geen zy 
het gcvocglijkftc krygen konden, maak- 
te zy ccnige Huisjes ot Hutjes om ieder 
Huisgezin afzonderlijk tc kunnen huis- 
verten. De wooning van myn Vader 
wierd ccnigzins grootcr gemaakt, om 
dat zy daar den Godsdicnlt in wilde ocf- 
fenen, en dcwyl hy het hoofd van de 
Volkplanting was, wierd al het goed in 
zyn bewaring gegeven, op dat hy het 
aan den gecnen die het zoude bcnodiqc 
hebben, uit zoude deelcn. Zy maakte 
dan zoo veel als een Voorraathuis van 
zwaare takken van Boomcn, die zy zoo- 
danig door malkanderen werkte, dat 
het zoo veel als voor een Schuur kondc 
doorgaan : zy overtrokken hem met een 
Zeil dat zy uit het Schip gehaald bid- 
den, zoo dat alles wat 'cr in was, re- 
delijk wel voor regen en weder bewaard 
was. Daar wierden ccnige hoeken lands 
uirgezogt dewelke bebouwt zauden wor- 
den , cn zy bevonden deezc gantfche 
ftreck zeer bekwaam daar toe. 

Zy hadden allerhande Zaden, zoo van 
Koorn als Moesdery, benevens ccnige 
jonge Vrugtboomen , waaronder den 
Wyngaard mede gerekend was uit Eu- 
ropa mede genoomen , om dezelve in 

B 3 d c 



21 Gefchiedems van 

dc Colanic, waar zy na toe meende tc 
gaan, te zaaijen en te planten; dezelve 
kwamen hier nu heel wel te pas, en daar 
wierden eenige Luiden tc werk gcftcld 
om dczJve tc zaaijen en te planten. 
Maar het ongcmakkclvkftc was het Land 
te beploegen, vermits zy peen Paarden 
of Ollcn hadden om dezelve voor dc 
Ploeg tc fpanncn. Zy hadden wel twee 
Ploegen mede gebragt , maar geen Bees- 
ten om voor dezelve tc trekken; even- 
wel (telden zy het zoo goed en kwaad 
als zy konden tc werk , en dewyl dc 
grond hier zeer mul en los is, kon het 
nog eengzins gaan om dezelve door 
menfehen tc laten trekken. 

Al het geen hier gezaait en geplant 
wierd, groeide zoo welig, cnbragtzoo 
veel vrugtcn voort, dat het een" ver- 
maak was om het zelve tc zien. Dc 
Wynftok zelfs bragt zoo overvloedig 
vrugtcn voort, als hy ergens in Euro- 
pa zoude hebben kunnen doen ; zoo 
dat zy van alles in korten tvJ overvloe- 
dig voorzien waren en een leven koften 
genieten 't welk met dc eenvoudigheid 
van h «.are zeden over ccn kwam. 

Dus levende hadden zy alles wat nv- 
delykc menichen die een fl.il en zeedig 
leven willen roeren, wcufchen Runnen, 

cn 



««NEGER 



en zy wierden het zelve zoo gewent , 
dat zy itl vervolg van tyd om Europa 
niet eens meer aagten ; of zoo zy dit 
al deeden, was het eer om haar voorige 
ftaat met deeze tc vcrgclvkcn , die na 
haar gedagten hier by in geen vergcly- 
king kwam, en ik heb myn Vader dik- 
wils horen zeggen, dat hy hier in dit 
eenvoudig en opregtc leven meer ge- 
noegen vond , als hy ooit in Europa 
zelfs by dc grootftc vrcugdc-bcdryvcn 
hadde. 

Ondcrtuflchcn groeide de Volkplan- 
ting van tyd tot tyd aan , cn dc Vrou- 
wen bragtcn hier wel haaft verfcheide 
Kinderen ter Wereld; waar onder myn 
Moeder mede kon gereken t werden. 
Zy had nog geen Kinderen zoo lang zy 
met myn Vader gchuuwt was geweeftj 
maar doen zy hier omtrent twee jaren 
gewoont hadden, beviel zy van my, en 
ik ben ook het ccnigftc Kind geweeft 
dat zy gehad heeft. Na dat ik groot 
begon tc worden, befteede myn Vader 
zyn zorg om my op tc voeden , toen 
IK dc ouderdom van zeven jaren bereikt 
had, nam hy zelfs dc moeite van my 
kezen cn fchryven tc leeren , cn my 
jn de gronden van de ware Chriflclykc 
Godsdienft tc ondcrwyzen, waar in ik 

B 4 wel 



24 Gefcbicdcnis van 

wel haaft goede voortong mankte. Na 
dat hy dan dc cerfte gronde geleid had 
om 'er vervolgens een goed gebouw op 
te timmeren » zoo bcltccdc hy al zyn 
bekwaamheid , om my de waare God- 
gclecrthcid en Zcdckundc in rc fcher- 
pen. Het is u juift niet nodig zeidc hy 
eens tcgci» my ( na dat hy ecu begin 
met my daar in op tc leiden gemaakt 
had) om u in al die fubtilc quefticn , 
in al die difputcn, waarmede dc God- 
geleerde cn Wysgccrcn zig ophouden 
Hl te wikkelen, de (laat waar in wv zyn 
vcreikht zulks .nier, want wy woonen 
hier op een Eiland van alle volkeren des 
Aardbodems afgefchciden, cn dit hand- 
je vol Volk waar wy thans onder woo- 
nen, zyn alle eenvoudige cn opregte 
heden ; zoo dat gv het van die kant niet 
nodig hebt, en voor u zelfs nog min- 
der, vermits gy daar door van de waarc 
Godsvrugt cn Zcdcocftening eer zond 
afgeleid, als wel in beveiligt worden; 
evenwel dewyl dc voorzienigheid den 
menfeh met reden en verftand begaafd 
heeft, zoo wil hy ook zeker dat wy die 
op ccn betamelijke wyze gebruiken , en 
dat wy niet gelijk een dom dier gedre- 
ven worden over al heen , waar de geen 
die ons onderrigt wil lyden. Ik zegge 

ver- 



een NEGER 



vervolgde hy, dat gy als mcnfch en als 
redelijk fchcpzel die vermogens van rc- 
dcnkavelen die gy van den Hemel ont- 
fangen , mag cn moet gebruiken. Om 
die reden zal ik u de zwaarftc cn wig- 
tigftc tegenwerpingen die 'er tegen dc 
natuurlijke cn geopenbaarde Godsdienft 
gemaakt worden , bekend maken, cn u 
daar tegen* in de oploiïing der zelve 
onderrigcing gecven , cn laten het ver- 
volgens aan u eigen oordcel over wat 
gy daar van dunkt, cn of dc Chrifte- 
lijke Religie die wy hier op dit Eiland 
belijden, niet dc waare is. 

Hy onderrigte my dan hoe wy uit dc 
befchouwing van al dit zigtbarc tot dc 
kennis van een God opgeleid worden 
die zig baarblijkelijk daar in vertoonde, 
wat al tegenwerpinge 'er al gemaakt 
wierden , en op hoedanig een wyzc 
beantwoord: maar dewyl die kennis zeer 
duifter en onvolmaakt was, leide hy my 
verder op tot dc geopenbaarde Gods- 
dienft, cn gi"3 daar even mede tewerk 
als hy met de natuurlyke gedaan had. 
Om kort te gaan hy verlichte myn ken- 
nis zoodanig door myn goede leflen tc 
geven , cn wift my door zyn redeneren 
Zoodanig te overtuigen , dat ik van al 
het gceiic waar van hy my onderig- 

B 5 ting 



25 Gefchiedenh van 



ting deed, volkomen in deficits waar- 
heid beveiligt wierd. 

Myn Moeder kwam ondertuffchen tc 
derven, toen ik den ouderdom van om- 
trent twintig jaren bereikt had, myn 
Vader was 'er zeer over aangedaan , cn 

dcwyl hy zyn jaren bcgoft tc krygen , 

ftclde hy myn aan het Volk voor , om 
voor hem dc dienft in het Kerkclykc 
Waar tc nemen; Ziet daar zcidc hy (na 
dat hy dc voonnamftc by ccn vergadert 
had) myn Zoon, dien ik zoo veel als 
in myn vermogen was , tot den dienft 
van Gods Kerk opgeleid heb ; Ik heb 
dezelve na al vcrlchcidc jaren waarge- 
nomen, myn jaren die thans beginnen 
tc klimmen, en my dat ampt zwaar be- 
ginnen tc maken, begeren dat ik daar 
van ontfUgcn ben, ik ftel u hier myn 
Zoon in dc plans voor die ik bekleed 
heb, ik oordeel 'cr hem bequaatn toe, 
cn gylieden kunt hem in vervolg van 
tyd met meer nut als my gebruiken. 
Zy oncflocgen myn Vader vervolgens 
op. zyn verzoek, cn namen my in des- 
fclfs plaats aan; hem met eencn bidden- 
de dat hy het ampt van hooft des Volks 
nog zoude waarnemen: want zcidc zy, 
wy kennen niemand bequaamer daar toe 
dati gy, cn uw jaren kunnen u daar niet 

van 



een NEGER. zj 



van ontfhan; vermits gy des te meer 
ervarenthcid hebt om ons Wclzyn te 
betragtet) : Wanneer u Zoon wat meer- 
der jaren verkregen en gevolgelijk meer- 
der ondervinding gekrecgen heeft, zul- 
len \vy zien wat \vy met hem voor heb- 
ben : maar tot nu verzoeken \vy dat gy 
het zelve w>£ blyft waarnemen. 

Dit beloof.ic hy haar tc doen tot er 
tyd toe dat ik of een ander wat meerder 
becjuaamheid zoude lubben om het waar 
tc neemen. Daar mede fchcidc dc ver- 
gadering , en ik wierd als Prcdicant in 
myn Vaders plaats aangcftclt. 

Ni dat ik omtrent twee jaren den Pre- 
«likdicnft waargenomen had, moeft ik 
my ten Huwelijk begeven: (Want wy 

zyn genoodzaakt als wy tot zekere jaren 
gekoomen zyn tc trouwen, op dat dc 
Volkplanting niet uit fterve) en c^cwyl 
dezelve by het lot gefchied cn niet by 
verkiezing, had ik het geluk van een 
Vrouw voor mv tc bekoomen , die my 
heel wel aanftond cn van zeer goede 
hoedanigheden was. Ik heb dezelve in 
<lc dertig jaren gehad, cn in dien tvd 
'er zeven Kinderen by verwekt , die alle 
in het leven ceblecvcn , cn ook al £C- 
bauwt zyn, Myn Vrouw is nu al over 

de 



2.Ö Gefchie-Unis van 

dc twaalf jaren dool gcwccfl cn ik heb 
zedcre dien rvJ alcyd alleen gclceft. 

On lertuffchen eenige jaren gchuuwt 
gewceft zynde, wilde myn Vader zicli 
ontfhan van hec ampt van hooft der 
Volkplanting. Hy verwittigde dit aan 
de voornaamftc des volks, en (telde my 
met een voor, oi\ als zy my oordeelde 
Hcqu.um tc weczen , in zyn plaats ge- 
field te worden. Zy wilde hem in het 
eerft noe niet ontdaan; maar op zyn 
fterk aanhouden gingen zy 'er toe over, 
cn verkozen my eenparig in zyn plaats. 
Ik heb die poft nu al vcelc jaren waar- 
genomen cn neem dezelve nu tot heden 
toe nog waar; dewijl ik nog gezond cn 
fterk ben, de Volkplanting heeft grootc 
liefde cn genegentheid voor my, cn ik 
doe aan myn kant ook zoo veel als in 
myn vermogen is, omalies aan dcrzcl- 
rcr geluk cn welvaren toe tc brengen 
als maar mogelijk is. Wy leven hier 
alle zeer geruft cn wel tc vreden ; Want 
wy zyn hier alic in ccn volkome vry- 
hcid gcftcld, cn in ccn ruit die van 
geen vyanden buiten ons kan geftoort 
worden: Want gylicden zyt dc ecnig- 
ftc die zoo lang dit Eiland door ons be- 
woont is , het zelve heeft aangedaan , 

cn 



een NEGER. 29 

en het is iets wonders dat gvheden het 
ontdekt hebt : Want wy gillen en onze 
giflingen zyn niet ongegrond, dat het 
zelve niet als by geval kan ontdekt wor- 
den ; vermits dcilclfs Kutten cn dc gau- 
ichc Zee daar rondom altyd met ecu 
zware nevel overdekt is. Gy moet een 
tyd tot u geluk getroffen hebben , dat 
dezelve daar niet is geweeft, anders 
zoud gy dit Eiland met behoud van u 
Schip nooit gevonden hebben. 

Hier eindigde dc Heer 1c Sage zyn 
verhaal , 't welk haar alle zeer wel vol- 
daan had cn verwonderde. Dc Heer 
N. . . . ftemde met hem toe dat het 
zekerlijk door een nevel, die dc Kuil 
als omringde, moed veroorzaakt wor- 
den, dat dit Eiland nog niet ontdekt 
was : Want dat anders nu zoo veel Sche- 
pen die dccze Zee palfccrdcn, 'er wel 
cenigc het zoude ontdekt hebben. Hy 
vroeg hem verder naar ecnige omftan- 
digheden dc gewoontens en zeden de- 
zer Volkplanting, daar dc Heer le Sage 
hem een voldoende ontdekking van deed, 
met hem in het korte ccn gehcele bc- 
fchryving daar van te doen. 

Gy hebt uit het verhaal 't geen ik 
van dc ontdekking van dit Eiland ge- 
daan heb en van dc cerfte bcginfdett 

ran 



Gefchiedenis van 

van deeze Volkplanting genoeg kunnen 
opmaken , zcidc hy dat haare \vyzc van 
regiering zoo veel als ccn Volksrege- 
ring is, (choon 'er ccn hooft over is, 
is het veel meer door zyn raad als magt 
dat hv beveelt ; \ welk niet zonder 
de tocftcmmiii- van dc voornaamfte des 
volks mag of kan ter uitvoer gebnigt 
worden. Dezelve komen te zamen wan- 
neer 'er over een zaak van aangclc^cnt- 
hcid moet gcraatplec^d worden ; Dan 
gelden dc meefte itemme, het hooft 
heeft twee ftemme. "Verders is hy niet 
meer als raadsman die het befte voor dc 
Volkplanting moet behartigen. Ik heb 
u ook verhaald dat 'er by ons gemeen- 
fchap van goederen plaats heeft, of lie- 
ver dat het hooft dezelve in zyn bewa- 
ring heeft, cn daar van geeft aan den 
gecne die het nodig heeft. Dus doende 
zyn wy hier alle even ryk cn gelukkig, 
ons geluk is voornamen tl ijk gegrond op 
dc hulp cn byftand die wy malkandc- 
ren moeten geven, cn zoo de wclftand 
van dc ganfrhc Volkplanting betrapten. 

aar word dan voomamentlijk zorg ge- 
dragen over de opvoeding van onze 
Jeugd. "Wanneer dc Kinderen den ou- 
derdom van zeven jaren bereikt hebben, 
moeten zy alle na fchool gaan , dat in 

het 



een NEGER. 31 

liet algemeen voor de Kinderen der 
Volkplanting is opgerigt. Hier worden 
zy in lezen en fchryven en in de gron- 
den van dc Religie het cerft onderrigt; 
vervolgens in ccnigc konftcn en weten- 
fchappen die in de samenleving nodig 
zyn : maar voonumcntlijk in een Cliri- 
ftclijke Zcdckunde, waar door haar hart 
van jongs op als tot dc deugd ^cvormt 
word, en waar door zy nutte leden van 
ons kleine gcmccnc beft ftaan te wor- 
den. Wanneer zy nu den ouderdom 
van veertien jaren bereikt hebhen, wor- 
den zy gefchikt om het gecne zy geleerd 
hebben ter uitvoer te brengen, cn tot 
iets aangcftcld, 't welk het beft met haar 
bekwaamheid over ccn komt. Maar dc- 
wyl dc ganfche Volkplanting werkzaam 
moet weczen; zoo is 'er ook ccn ze- 
kere tyd toe gcftcld. Men werkt niet 
meer als agt uuren op ccn dag dc ove- 
rige tyd is tot godvrugtigc oeffeningen, 
tot eerlijke tydkortingcn , of tot dc ruft 
gefchikt; 't welk maakt dat den arbeid 
niet zwaar vald ; maar met vermaak vcr- 
rïgt word. 

Als onze Ticden den tyd van twee cn 
twintig jaren bereikt hebben ( ik meen 
dc Jongmans , want de jonge Dogters 
moeten als zr agticn jaren bereikt heb- 
ben 



3* Gefckiedems van 

ben trouwen) moeten zy zig in den echt 
begeven: het zelve gefchied niet by 
verkiezing: maar by loting. Daarwor- 
den zoo veel Jonge Dogtcrs a!s 'er long- 
man s zyn en die alle de vciciltc laren 
daar toe hebben verkoren , dc gebrek- 
kelijkc daar van uirgezondert , (die zyu 
van het huwelijk uitgefloten) dezelve 
worden in de Kerk gebragt, hare na- 
men op papiertjes ^efehreven ; vervol- 
gens ieder byzondcr in malk an deren 
gerold, dc jongmans werpen vervol- 
gens met Dobbclfteencn wie dceerftc, 
tweede, enz. zal weezen om te trekken, 
als dit nu gedaan is, trekt ieder voor 
zyn hooft als het zyn beurt is een brief- 
je uit 't Bekken, en welkers naam d.iar ia 
gefchreven (laat moet hy trouwen. Dit 
is cengowoonte die by ons altyd in ge- 
bruik gewceft is, en daar is nog nooit 
geen verfchil over ontfhan 't welk daar 
uit voortvloeit dat onze Jonge luiden 
dc billikheid der Wetten, Zeden en 
gewoontens van het Land en der Volk- 
planting, van jongs op zoodanig wor- 
den ingeboezemd; dat zy dezelve altyd 
met vermaak ondergaan. 

Als zy nu gchuuwd zyn, word ieder 
paar een woning aangewezen, waar zy 
vervolgens in ruft en vrcede kunnen 

we- 



etn N E G E R. 33 

wonen, en dc Kinderen die zy krygea 
worden op die wyzc opgevoed als ge- 
zegt is. 

Hier hebt gy nu dc voornaamftc Zi- 
ken der Volkplanting rakende , zcidc 
dc Heer lc Sage; daar zyn nog wel 
ccnigc klynigheden ; maar zy verdienen 
onze aanmerking niet. 

Wanneer hy nu met zyn verhaal ge- 
daan had, ftonden zy op: de Heer lc 
Sage gong met de Heer N. . . . zyn 
Familie , dc Neger en het gantfehc 15c- 
Zelfchap, en geleide dezelve door liet 
Vlek, om het zelve te bezigtigen. Hier 

blonk overal dc eenvoudigheid uit ; ver- 
mits zy van veel wcrcldfc goederen die 
men in Europa heeft, berooft waren: 
hadden zy aan dc andere kant ook weder 
met geen ongcruftheden en zorgen te 
Arydcn daar men in Europa voor blood 
ftaat. Onze Neger (lont dit voorna- 
mcntlyk wel aan ; myn Heer zcidc hy 
tegens dc Heer N. . . . ik heb alt d 
gedagt of die Religie die gy beleed wel 
dc regte was, vermits de Levcnswyzc 
die ik daar van te Surinamcn zoo ftry- 
dig met dcrzclver bclydenis vond, my 
dikwüs heeft deen wankelen , dat ik 
tot nog toe geen bcfluit heb kunnen 
nemen om my te laten Dopen en een 

C ' Chris- 



1 



34 Gefchiedenis va* 

Cbriftcn tc worden : maar dit Volk leefe 
volgens haar belydenis, en haar levens- 
%vys die goed is , geeft meer indruk op 
myn gemoed als haar Leer, daar nog 
veel werk toe zoude behooren ,om myn 
gemoed daar van tc overtuigen : weeft 
daarom zoo goed, en fpreckt daar eens 
met dc Heer 1c Sage over. Dezelve 
fchynt een verftandig man tc weczen , 
mogclyk zal hy my van dc waarheid van 
zyn Geloof kunnen overtuigen, en als 
hy in ftaat is om dit tc doen, ben ik 
gencigt een Cbriftcn tc worden, ver- 
mits dcrzclvcr Zcdekundc my altydzeer 
wel heeft aangeftaan. Dit beloofde hem 
dc Heer N. tc doen , en al wandelende 
gaf hy de Heer le Sage tc kennen 't 
geen dc Neger op hem verzogt had. 

Myn Heer zcidc hy, ik heb hier een 
Neger die van hcclc goede hoedanighe- 
den is , cn daar ik gclyk gy wel heb 
kunnen befpeuren veel van houde, dc- 
wyl ik hem niet handel als een Slaaf; 
maar als iemand die vry gebooren is. 
Ik beb hem ook met na Holland tc gaan 
zyn vryheid gefchonken , en merk hem 
niet zoo zeer als myn Dienaar als wel 
voor myn Vriend aan. Hy is een per- 
foon van een goed verftand, cn die 

yoor de waarheid heeft; maar ik 

heb 



ten N E G E R. 3f 



heb hem tot nog toe van de waarheid 
der Chriftclyke Religie niet kunnen 
overtuigen: Ik verzoek dcrhalven dat 
gy uw bekwaamheid een weinig wilt 
beftccden, om hem zoo het mogclyk is 
daar van een levendig denkbeeld te ge- 
ven , en hem uit de onzekerheden en 
twyffelingcn daar hy tot heden toe in 
geleefd heeft, te redden. 

Sccr gaarn zeidc de Heer lc Sage; 
het zal my een vermaak zyn indien ik 
hem daar toe brengen kan, en ik twyf- 
fel niet of ik zal door des Hemels hulp, 
daar wel toe geraken, als hy maar een 
weinig na reden Uiiftcrcn wil 5 laat hy 
morgen nademiddag maar in myn Wo- 
ning komen, wy zullen met malkande- 
ren daar eens over fpreken. De Heer 
N gaf dit aan de Neger te ken- 
nen , die het zelve aan nam te doen. 
Na dat zy nu noe een weinig te za- 
men gewandelt hadden, fchciden zy van 
malkandercn , cn bedankte de Heer lc 
Sage voor zyn vriendelykheid cn voor 

zyn beleefd onthaal. 

Ik heb vergeten te zeggen dat de 
Heer lc Sage haareenige Woningen had 
laten aanwyzcn , waar in zy zig koften 

ophouden , zy g» n g cn ^ aar na toc ca 
yonden daar al het gemak, 't geen haar 

C z ccn 



$6 Gefchiedenis van 

een eenvoudig leven koft geven, zy 
v.icrdcn vervolgens van al het noodza- 
kclykc voorzien. Die by het Schip ge- 
bleven waren wierden ook van al het 
geen zy nodig hadden onderftcunt ; de- 
zelve maakte zig gereed om het Schip 
zoo veel in order te brengen als maar 
mogelyk was, o:n haar reize fpocdig te 
vervolgen- 
Den anderen dag de nulemiddag ge- 
komen zynde, gong de Neger vcrzeld 
van de Heer N: .... na het huys van 
clc Heer le S:igc: daar gekomen zynde, 
wierden zy van dezelve vricndclyk ont- 
fangen, en na zig een weinig ververfl: 
te hebben, viel het gefprek over het 
geen waar van zy daags te vooren mal- 
kandcren verwittigt hadden. Ik heb van 
u gehoord zeidc de Heer Ie Sage tc- 
gens de Neger , dat gy wc ] wenfte ecni- 
gc onderrigting van my te hebben, aan- 
gaande de waarheit van den Chriftclykc 
Godsdicnft: Ik ben bereid u daar van 
zoo veel tc overtuigen als maar in myn 
vermogen is, en ik twyfFcl niet zoo gy 
niet hartnekkig wilt zyn', u daar van te 
overtuigen. Gy kunt al het geen daar 
tegens inbrengen wat u goeddunkt, ter- 
wyl ik zal tragten door de byftand des 
hemels het zelve zoodaanig te wederleg- 
gen* 



een NEGER. 37 



gen, dat ik niet twyffcl of gy zult daar 
yan overtuigt zyn. 

Dc Neger. Myn Heer niets zoude 
my a.ingcnamcr weczen als dat gy my 
hier toe zoude kunnen brengen; maar 
my dunkt ik vind zoo veel zwarigheden 
tot die overtuiging, dat gy 'er veel werk 
toe zult hebben. 

Dc Heer Le Sage. Gelooft gy aan 
een God? 

Dc Neger. Alfchoon ik een Neger 
geboren ben , en onder Afgodife Vol- 
koren ben opgevoet, heb ik evenwel 
door myn rcdcnccrcn en beregeling 
ontdekt, dit de Godsdienit van myn 
Natie gantfeh niet goct is, dat dezelve 
met zoo veel Afgodcry en bygclovig- 
hcid vcrzcld was , dat een ieder die maar 
een weinig vcrfland heeft, daar een af- 
fchrik van moeft hebben. 

Dit heeft my dcrhalven aanleiding 
gegeven om dezelve in de grond van 
myn hert te verasten, en dc waarheid 
zoo veel te onderzoeken als in myn 
vermogen was. Maar wat zyn wy arme 
ftcrvclingcn niet met veel duifterheden 
omringt , daar wy door onze zwak- 
heid niet door heen kunnen zien ? 
Evenwel ben ik door dc befchomving 
yan dc natuur deflelfs order en fchoon- 

C 5 * hcid 



5 8 Gefcbiedenis v*h 



heid zoo ver gekomen , dat ik een «r- 
fte oorzaak daar van erken ; maar met 
zoo veel duifterheden en onzekerheden, 
dat ik zomtyts fchyn te twyffelen aan het 
geen ik in den cerften opftag als voor 
waarheid aangenomen had. 

De Heer le Sage. Gy fchynt dan een 
opperwezen te erkennen, maar welke 
zyn die duifterheden en onzekerheden , 
waar door gy dikwils weer fchynt tc 
twyffelen aan het geen gy in het ecrll 
had tocgeftemt? 

De Neger. Om datmy degevalligcuit- 
koomften en beftieringc der dingen zoo 
wonderlyk fchyncn voor tc komen, dat 
met de volmaakthcit van een wezen die 
Heer en Onderhouder van alles zoude 
wezen, fchynt te ftryden. 

De Heer lc Sage. Waar in fchynt 
het u ftrydig tc wezen met de volmaakt- 
heid van dat Opperwezen ? 

De Neger. Om dat ik zoo veel te- 
genftrydigheden cn zoo wel kwaad als 
goed in de werclt gewaar worde, ook Is 
dit kwaad en dit goed zoo ongelyk ver- 
deeld cn aan dc menfehen tc beurt ge- 
vallen , (die 'er het volmaaktftc fchcpfel 
op zyn) dat het niet wel over ccn tc 
brengen is , met dc regtyaardighcid cn 

gpet-j 



een N E G E R. 5«> 

zoetheid van een Wezen dat dezelve 
zou geformcert hebben, en nog zou 
onderhouden. 

Dc Heer lc Sage. Dewyl gy zoo wel 
kwaad als goed gewaar word, moet u 
dit niet opleiden om de oorzaak daar 
van te onderzoeken? 

Dc Neger. Ja zeker: maar myn ver- 
nuft en reden zyn daar veel te zwak toe, 
om dat uit te vinden -, voornamcntlyk als 
ik gewaar worde, hoedanig dat dat goed 
en kwaad verdeelt word; daar ik dik- 
wils dcugtzame menfehen als guiten en 
booswigten zie lydcn , en weer in te- 
gendeel dc fnoodfte fielten met geluk 
en voorfpoed zie overgoten, hoe kanik 
dat overeen brengen met dc reden en 

billykhcid ? 

Dc Heer le Sage. Evenwel moet 
alles wat 'er is, zoo wel kwaad als goed 
een oorzaak gehad hebben; en dit is 
het geen dat wy menfehen met ons ver- 
nuft en bcfpiegcling niet kunnen ont- 
dekken , hierom heeft dat Wezen dat 
dc oorfpronk en onderhouder van alles 
is, ons door overlevering en by gefchnft 
geopenbaart, dat wy anders met ons 
vernuft nooit zouden ontdekt hebben. 

De Neger. Gy komt daar met de 
openbaring K voorfchynj wie ^ m ï 

C 4 "B- 



4° Gefcbiedenis van 

zeggen dat hy van of door dat Wezen 
is tc voorfchyn gekomen j kunnen 'er 
niet fchrandcre menfehen gewceft zyn 
die dezelve in en door haar eige harzc- 
ncn en invallen gefmeet en gefchrevcn 
nebben? 

De Heer Ic Sage. Neen: Want de- 
Wyl het maar menfehen geween: zvn die 
dezelve gefchrevcn hebben ; koften zy 
nooit in die vcrborgcnthcdcn indrin- 
gen, daar geen menfeh uit zyn ci^c 
natuur of bcquaamheid kan bykomei? ; 
zoo dezelve niet door een hoger geeft 
en bcqiiaamhcnl beftierd wierden : want 
tj konden immers zoo min als gy, we- 
ten waar dat het quaad van daan was ge- 
komen? 

He Neger. Zy kunnen dit wel ver- 
zonnen hebben, zoo wel als vcelc an- 
dere zaaken die daar in gefchrecven 
ftaan. 

De Heer le Sage. Dit is onmogc- 
lykj want de eenvoudigheid in het ver- 
hanl der zaaken , fchynt tc ftryden te- 
gens eigen vinding; 'daar bv hadden die 
genen die het gefchrevcn 'hebben, 'er 
in 't geheel geen belang by , waarom 
zy het zoude verciert hebben ; want 
vecle hebben 'er niet alleen tydelyke goe- 
deren en gcmajt door vcrlooicn ; maar 

zelfs 



een NEGER. 



4* 



zelfs lyf en leven. Het zoude immers 
dc grootftc zotterny des Werelds zyn, 
zig voor een vercicring in het grootfte 

gevaar te ftcllcn ? 

Dc Neger. Dit is waar, cn dit is 
de reden ook waar door ik dikwils £e- 
wankclt heb cn in twyffol geftaan, of ik 

het gcloovcn tnoeft or niet. 

Dc Heer 1c Sage. Daar is in het ge- 
heel niet aan te twyffclcn ; want Mofcs 
die ons dc cerfte verbocgcnthcdcn der 
Openbaring befchryft, is de allcrccrfte 
cn outflc Schryvcr gewceft , cn heeft 
ons het begin van alles cn dc oorfpronk 
van goed cn kwaad op een zeer duidc- 
lykc wyzc bcfchrecvcn, cn zoo veel als 
de grondflag geleid, waar dc gantfehc 
Bybcl vervolgens op gebout is. Hy 
doet ons voor cerft een korte Bcfchry- 
ving hoe dat God dit mngtig heelal door 
zyn Almngtigc wil cn welbehagen uit 
niet tc voorfchyn brengt; vervolgens 
hoe hy het zelve in order fchikt cn 
verdeelt, hoe hy den Hemel, Zon, 
Maan, Sterren, de Aarde, dc Zee, 
allerhande Gedierten cn voortbrengfe- 
len op cn in dezelve fchikt , en cinde- 
lyk komt hy op den Mcnfch, als of de- 
zelve het einde was waarom dat hy alles 

voortgebrngt had. Na dat hy nu alles 
* C 5 g*-. 



I 

5 



41 Gefchiedenis van 

gefchapen heeft , ziet hy dat alles zeer 
ocd is. Hier uit befpeurt men dat 
lofes als door ingeving zegt , dat God 
als de oorfpronk alles goeds moet aan- 
emerkt worden, cn dat men hem als 
e oorzaak van het zedclyk en natuur- 
lyk quaad niet moet toefchryven , maar 
dat hy den Menfch goed en oprecht cn 
na zyn beeld gevormt hebbende, dat is 
te zeggen met een vryheid van wil om 
te verkiezen, hy hem dcrhalven bcproc- 
ren wil, hoedanig hy zyn wil cn vry* 
heid zal gebruiken. Hy doet dcrhal- 
ven een befchryving van den Hof waar 
in hy den Menfch zette om dezelve te 
bewonen cn te bebouwen , cn ftclt daar 
een Boom in tot zyn beproeving, met 
verbod om van dcflclfs vrugt niet te ce- 
ten, opdat hy zig niet ftrafbaar makc 
aan ongehoorzaamheid. Den Menfch 
in plaats van zyn gehoorzaamheid aan 
God te betonen , laat zig verleiden door 
den Satan, den Vorft der duifternis , 
die de oorzaak is van zyn eigen cn der 
Mcnfchcn ongeluk, cn vervolgens van 
al het quaad dat 'cr in dc zeden cn in 
de natuur is tc vinden. Door zyn o- 
vertrecding en ongehoorzaamheid haald 
hy zig het quaad op den hals dat hy daar 
door verdient had. Dc ganfehc natuur 

^ fchynt 



een NEGER. 4$ 

fchynt als nu aan te fpannen om hem te 
verdelgen. De vermogens die hy boe- 
ven andere fchcpzclcn verkreegen had, 
om zyn maker daar door te verheerly- 
ken , zyn door zyn overtreding zooda- 
nig bedurvcn, dat hy nu niet meer in 
ftaat is iets goeds uit zyn eigen zelve te 
willen , veel minder om het zelve te 
volbrengen. Hy is daarom voor altoos 
bcdurven ; maar den Maker van het 
heel al, niet willende door zyn gronde- 
looze goedheit dat het menfehdom ge- 
heel vcrloorcn ging; bcfluit om hem te 
redden , zyn eigen Zoon in de Wereld 
te zenden om de ftraf te ondergaan , 
die hy zelve anders verdient had, en 
om den eifch te voldoen die hy van hem 
zelve gevordert had. Hy belooft der- 
halvcn , hem die VcrlofTcr als de tyd 
vervuld zoude wezen, te zenden, ca 
neemt hem daarom weder in genade aan. 
Hy moet dagelyks ftryden tegen zyn ei- 
gen zondige natuur, tegens vcclc om- 
ftandigheden die hem omringen , te- 
gens de gevolgen van de zonden, na- 
mcntlyk allerhande tegenfpoeden , zick- 
tens, ja cindclyk dc dood zelve. En 
dus word dc tyd waar in den menfeh ge- 
ilek is, geen tyd van bclooning , maar 

yan verzoeking ; wanneer hy zig dliar 



44 Gefckiedenis van 

wel in gedraagt, heeft hy de beloonine 
daar van na de Dood in het andere Le- 
ven te wagten. Dit alles vind men door 
<lc ganfche Schriftuur van Ruk tot fuik 
aangehaalt, en een menfeh die maar op 
een regtmat.gc wyzc zvn reden wil g C - 
bnnkcn, vint daar in de waarheid met 
het Goddelyk gezag gepaart , en word 
daar door in zyn kennis zoodanig ver- 
ligt dat veel zaken die hem duifter en 

twvrM.gtig fchecnen, hem nu te., vol- 
len bekent zyn. Wie km my anders 
dc oorfpronk van het zedclyk en natuur- 
lyk kwaad doen weten, als die zelve 
Schriftuur: Hier leer ik uit dat God 
goed is en rcgtvairdig, dis alles goed 
gerankt heelt en den inenfeh met groo- 
tc voorregten begiftigt , die hem voor 
a.roos zoude h-bben gelukkig gemaakt 
zoo hy dezelve niet had misbruikt, cn 
door den Satin als de oorzaak van al 
het kwaaJ daar toe verleid was. Hier 
Jeer ik uit du hy zig over der menfehen 
ongeluk ontfermt heeft, en door zyn 
Zoon z : g met hem verzoent, waardoor 
hy weder in ftaat is om zyn goedertie- 
renhett te genieten. Hier leer ik uit 
dat God een bcloner zvnde van de ge- 
nen die hem zoeken , 'er een ander le- 
ven te vcrwagten is als dit, waar in dat 

ieder 



een NEGER. 45- 



ieder na dat hy verdient heeft op een 
regtmatige wyzc zal beloont en geftraft 
worden, en dat men dcrhalven hier in 
dit leven niet van iemands deugd of on- 
deugd moet oordcelen aan zyn geluk 
of ongeluk dat hy hier ondergaat ; 
hier leer ik vervolgens uit dat ik my 
voorzigtiglyk moet fchikken in al het 
geen my overkomt, en my aan de God-* 
delyke voorzicnighcit te onderwerpen; 
dcwyl ik "weet dat alles tot myn belle 
moet verftrekken, en geloof my myn 
waarde vriend dit gy nooit gerultcr nog 
vergenocgder zult gelecft hebben , dan 
als gy aan de Schriftuur gelooft, en een 
waar Chriftcn zult geworden zyn. liid 
God dcrhalven dat hy u goede gedag- 
tCll mng geven en u zelfs in de waarheit 
wil leiden , op dat gy het regtc geloof 
en overtuiging mag krygen , en gyzult 
gelukkig zyn. 

Hier zweeg de Heer lc Sage , de Ne- 
ger had onderwyle hy gelproken had, 
met een grootc aandagt tocgcluiftert en 
na dat hy zyn reden gceindigt had, zei- 
de hy: mijn Heer, indien my iemant 
2ou kunnen overtuigen, zoo zoud gy 
het wezen. Gy hebt my zoo voldaan 
met my een korte fchets van den Bybel 
te geven , dat ik my wel aan u gezeg- 
de 



Gcfchiedcnis van 



dc wil onderwerpen ; daar blijven nog 
cenigc twyffelingen en zwarigheden in 
xny over; maar ik hoop in het vervolg 
door tl onderregting daar in het geheel 
van tc worden ontdaan. Ik verzoek u 
dat terwijl wy hier moeten wagtcn tot 
dat ons Schip hcrftclt is , om we- 
derom dc Zee te kunnen bouwen dat gy 
my toeftaat u zomtyts eens te komen bc- 
2ockcn, om nog meer door u onder- 
wezen te worden. Dit ftond de Heer 
le Sage gaarn toe, en zeidc hem dat 
terwijl dc tyd mogelijk kort zoude wee- 
zen dat hy hier zoude kunnen vertoe- 
ven, hy daarom tweemalen des da.igs, 
des morgens en des iniJdngs een uur 
zoude komen, want dat hy het voor zig 
ïclven een plicht rekende, om voorde 
welftand van zyn Ziel zorg te dragen. 
De Neger beloofde hem dit te zullen 
doen, en na dat zy nog over cenigc on- 
vcrfchilligc z.nkcn gefprooken hadden , 

nam dc Heer N en dc Neger affchcid 

van de Heer lc Sage, en gingen vervol- 
gens naar hare woning. 

Doen zy daar grkomen waren, was 
het cerft dat dc Neger deed, Mevrouw 

en Mejuffrouw N tc verhalen, 

wat voor een gefprek hy met de Heer 
le Sage haddè. Wat ben ik geluk- 
kig 



een NEGER 



47 



Icig zeidc hy dc Heer Ie Sage aangetrof- 
fen te hebben! 't Is als ot de Voorzie- 
nigheid gewild heeft dat wy hier aan dit 
Eiland moeftcn komen, om my van een 
twyffeling tc ontdoen, daar ik miflehien 
anders nooit van zoude verloft zijn. Ach 
Mevrouw! Ach Mejuffrouw! vervolgde 
hy weder, de Heer le Sage is een eerlijk 
man, dte|my op een bondige en een- 
voudige wyzc van dc waarheid onderregt 
heeft, daar ik zoo lang na gezocht heb: 
ik hoop dat hy my in liet vervolg noch 
van ccnigc kleioc zwarigheden zal ont- 
doen. 

Hy ging vervolgens zoo als hy niet 
dc lieer lc Sage atgefproken had, hem 
tweemalen des^ dangs bezoeken, en hy 
wierd zoo wel dooi de waarheden onder- 
rigt en nam zoo wel toe in de kennis, 
dat dc Heer lc Sage hem oordeelde 
waardig te weczen het Sacrament des 
Doopzcls te ontfangen ,en in de Chris- 
telijke Kerk ingclyft tc worden. Hy 

fprak daar over met dc Heer N 

cn dc volgende Zondag wierd daar toe 
verkoren om deze plechtigheid tc vol- 
voeren. 

Dezelve gekomen zynde, was ieder 
nieuwsgierig om deeze plechtigheid tc 
ïien , de ganfehc Volkplanting was tc 



4 5 Gefcbiedenis van 



zamen gekomen; Zelfs die van het 
Schip, uitgezonden: cenige weinige, 
die daar op moeften verblijven om 'het 
noodzakelykc te verrigten , zoo dat de 
Kerk fchier te klein was om de menigte 
die vergadert was, wel te kunnen plaat- 
zen : de Heer Lc Sage deed ook vooraf 
een wclgcpafte predicatie, hy had tot 
zyn text het laatfic gedeelte van het 
twee en dartigftc vers uit den acht en 
fcftigftc Pfalm: ( Moorcnland zal zich 
haaftcn zyn handen tot God uit te ftrek- 
ken,) cn voerde dezelve zoo wel uit, 
dat het een ieder als in verrukking weg 
voerden , cn de toejuiging van de gan- 
fche Vergadering met zig nam. Toen 
de Predicatie gecindigt was , wierd ver- 
volgens de plechtigheid van den Doop 
aan hem volvoert , en hy verkreeg dc 
naam van Thomas ; die zy wel voorbc- 
dagtclijk uitgekozen hadden, om dat hy 
zoo veel als het tegenbeeld van dien 
Apoftcl had geweeft; dcwyl hy gelijk 
dien zelve Apoftcl niet als door band- 
taftclijkc bewyzen had kunnen overtuigt 
worden. Het was waardig om te zien, 
met wat een Godsdicnftige aandagt on- 
ze Neger de Predicatie had aangehoord; 
het zelve had een grootc indruk op dc 
ganfche Vergadering gegeven, cn cent- 

* 



- 



een NEGER. 49 

ge van dezelve de tranen uit de oogen 
geparft ; dat een menfeh onder het blind 
Heidendom geboren en opgevoed, zoo 
een liefde voor de waarheid en het goe- 
de had, en daar door veel Chriftcncn 
die tyt in overvloed hadden , om die 
waarheden te kunnen onderzoeken, bc- 
fchaamdc. Maar toen den Doop aan hem 
verrigt wierd, was hy voornamcntlyk 
zeer ingetogen en de eerbiedigheid met 
welke hydit Sacrament ontfing, gaven 
genoegzaam aan de Aanfchouwcrs tc 
kennen , met wat een Godvrugtigcid 
hy voor het zelve ingcr\omcn was. 

Dccze plechtigheid nu volbragt zyndc 
wierd hy van de Heer N. . . . van zyn Fa- 
milie, van die varf het Schip en van dc 
voornaamfte der Volkplanting geluk gc- 
wenft; en dcwyl dccze plechtigheid des 
Voordemiddags gefchiede , had dc Heer 
Lc Sage hem met dc zoo cvcngcnocm- 
dc te Gaft genodigt, om tot zynent het 
middagmaal te houden, en dcwyl die 
Nadcmiddag niet Gepredikt wierd, had- 
den zy tyd en gelegcnthcid om onder 
deezc maaltyd, die na de liefde en een- 
voudigheid der eerfte Chrlftenen inge- 
ngt was, malkanderen op een vriendc- 
lykc wyze tc onderhouden. 

D Mya 



fo Gefchiedenis van 

Myn Vriend, reide He Heer Le Sage 
tegens de Neger, gy zyt nu een Chris- 
ten geworden ; maar ziet toe dat gy 
UW bekentenis wel beleeft. Gy ftaat 
in het korte na een Land te gaan, daar 
gy dingen zult zien die met dc bclyde- 
nis van dc Chriftclijkc Religie niet over 
een komen: fchoon ik 'er nooit ben gc- 
wceft, heb ik genoeg van myn Vader 
cn andere gchooi t , hoe het 'er toegaat: 
onze Gemeente is hier klein, daar by 
van alle Volkeren des Aardbodems, die 
dezelve zoude kunnen bederven, afge- 
fchciden ; maar jn Europa daar Milioe- 
ncn van menfehen zyn, van allerhande 
zeden en gevoelens , kan het zoo pre- 
cies niet toegaan. Be Mcnfch is van 
natuur verdorven, daar by van vcrfchil- 
lcndc hoedanigheden, voeg hier by dz 
ccwoontens cn zeden van zoo veel vec- 
ichcidc Volkeren, cn dcrzclvcr gevoe- 
lens in het ftuk van Godsdicnft, dit kan 
niet anders als een groote invloed in het 
zedelijke en in de famcnleving veroor- 
zaaken : Weeft dcrhalven op u hoede 
dat gy niet door dcrzclvcr omgang ver- 
leid word , en tragt zoo veel als in u 
vermogen is, met dcugtzame cn God- 
vruchtige lieden om tq gaan, op dat gy 

niet 



I «» NEGER. 5« 

é 

1 niet met dc algemecne ftrooin des Wac- 
1 rclds word wcggcflccpt , cn in een vcr- 
I zoeking ingewikkeld , daar gy bezwaar- 
■ lijk uit zonde komen , want het is veel 
I voorzigtiger cn gemakkelijker de gcle- 
I gentheid tot het kwade te myden , als zig 
I zelve daar in te begeven , zig daar van 
te onthouden. Evenwel zoo gy zom- 
tyds genoodzaakt mogt wezen met de 
wereld om te gaan, zoo fpant alle krag- 
tcn en vermogen in om u van dezelve 
onbevlekt te bewaren, en bid den He- 
mel dat hy u daar toe moge bekwaam 
maken j want als gy op u eigc kragten 
ftcunt, zoud gy weggefleept zyn eer gy 
het wift. 

De Neger ( die wy in het vervolg 
Thomas zullen noemen ) bedankte hem 
voor zyn goede raad, en zeidc hem dat 
hy reeds in Surinamen zoo veel kwade 
'voorbeelden gezien had, hy wel den- 
ken kondc het in Europa niet beter 
zoude gaan, dat hy dcrhalvcn nodig oor- 
deelt altyd op zyn raad te denken, en 
met de hulp des Hemels zoo veel op 
zyn hoede te zyn, als maar mogelyk 
was. 

Na dat zy het middagmaal gehouden 
hadden , zonderde zig dc Heer 1c Sage 

xnct 4e Heer N. • • . vaa het gezel- 



Gefcbiedcms van 



fchap af, cn gingen te famen in dett 
Tuin een weinig wandelen , die hy agtcr 
zyn huis had. Nadat zy zig dus een wei- 
nig vcrtrccdcn cn malkandcrcn over een 
cn andere zaken onderhouden hadden, 
7cidc de Heer lc Sage tegens de Heer 
.... Myn Heer dcwyl gy een Frans- 
an van geboorte zyt cn te Surinamcn 
cn elders zyt gcwcclt, zult gy zeker re- 
denen gehad hebben , u zo ver van u 
Vaderland te verwyderen , cn gy zult ze- 
kerlijk wel ontmoetingen gehad heb- 
ben die wel waardig zyn dat dezelve 
verhaald worden; doet mydcrhalvcn die 
vriendfehap , van my het geen u in u 
levensloop wedervaren is te verhalen, 
terwijl wy hier in dit Prieeltje ( hem 
met een het zelve aanwyzcndc) op 
ons gemak kunnen gaan zitten, cn gy 
zult my vermaak aandoen. De Heer 
"N. . . . zcide tegens hem, dat zoo hy 
hem daar genoegen mede kon geven , 
hy 'er ten cerften bereidwillig toe was , 
cn daar op zig te famen in het Prieeltje 
begevende, begon hy zyn verhaal aldus. 
De ecvallcn van de Heer N. . . . 
Ik ben te Lion in Vrankryk geboren, 
myn Vader was daar een redelijk wel ge- 
goed Koopman , cn myn Moeder ccn 
Juffrouw vaneen deftige Familie, maar 




un NEGER. f 5 

ary waren beide van de Roomfchc Reli- 
gie, 't welk de oorzaak isgewceft dat jk 
hec land geruime heb. 

Ik wierd dan om kort te gaan, met 
nog een Broeder en Zuftcr die ik had, 
in "de Roomfchc Religie opgevoed; 
maar een weinig tot jaren gekoomen 
zyndc, dat ik by my zeiven begon te rc- 
denkavelcn, (treed my dezelve zoo zeer 
tegen de borft en kwam my zoo bygc- 
lovig voor, dat ik (fehoon ik het aan 
myn Familie niet dorft te openbaren) 
op het laat ft: aan alles begon te twyflfc- 
len. Ik moeft by de Jefuiten ter Kerk 
aan, en had zelfs daar een van tot myn 
Lccrmccftcr, om my in de Godsdicnft 
te onderwyzen; maar in plaats van my 
tc verlieten en myn gemoed door baar- 
blykclijkc redenen tc overtuigen, deed 
hy tnyn twyflfcling en ongelovigheid nog 
meer vergrootcn. Wie zou zig die 
maar een weinig gezond verftand bezit, 
iloor de fluitredenen die zy in de School 
van Ariftotclcs geleerd hebben, kun- 
nen laten overtuigen, en door zyn zc- 
dekunde tot het ware zedelijke laten 
brengen? Voornamentlijk als het dient 
om zig in een Godsdicnft tc doen on- 
derwyzen, die hemelsbreed van de zync 
vcrfchild. Ik wil wel bekennen dat het 

D , by 



ƒ4 Gefehicdcnis va» 

by my die uitwerking deed , dat ik ein- 
delijk zoo veel van het ccn als van het 
andere geloofde. 

Ik hield evenwel myn gevoelens 200 
veel verborgen als maar mogelijk was ; 
200 dat myn Ouders en die genen die 
dagelijks met my omgingen , my voor 
een goed Catholijk aanzagen. Zelfs de 
Jcfuit die my onderwees, gaf aan myn 
Vader te kennen, dat zoo hy my in 
haar order wou doen ingaan, ik noch 
t'ccnigcr tyd ccn ftut cn pilaar van dc 
Kerk worden zou ; maar ik betuigde 
daar volftrekt geen luft toe te hebben , 
cn dat ik my liever in een wcrcltlijke 
ftand wilde begeven. Myn Vader die 
my daar ook niet in dwingen wilde, bc- 
floot my dewijl ik zyn outftc zoon was, 
in zyn negotie op te brengen • op dat 
hy out geworden zyndc,ik hem daarvan 
tot hulp in zou kunnen wezen. 

Ik onderwijle ouder wordende, be- 
gon aan deeze en gene kennis te kry- 
gen , die van dezelve gevoelens waren 
waar in ik was , en die met dc naam van 
fterke geeften bctytclt worden. Dezel- 
ve bedorven my nog meer, en daar ik 
van te voren nog van ccn goed cn ze- 
delijk gedrag wasgewceft, ging ik wel 

haaft over tot allerhande oyerdoat. Wat 

is 



een NEGER. ff- 
fs ccn menfch ongelukkig, die in liet 
geheel geen Godsdienft hebbende , als 
een Schip is dat op ccn ongeftuime Zee 
legt tc dobberen , niet weet wat ftrcek 
hy zal houden , en gevaar loopt van t'e- 
nigcr tyd op de Klippen der verleiding 
ai van zyn ondergang tc verbryzelcn l 
Zoodanig was het met my ook gcitclt ; 
want ik nam van dag tot dag in ccn kwa- 
de lcvcnswys toe, waar van myn Ou- 
ders wel haaft dc waarheid van gewaar 
wrerden. Zy zogtcn my cerft door zagt- 
hcid daar na door ftrafheid hier van af 
te trekken; maar dit mogt alles niet 
helpen, cn wie zou ook zyn Ouders 
kunnen gehoorzaam zyn, die met alles 
dc fpot dryft cn door geen gezonde re- 
den of Religie daar toe aangedrongen 
word ? 

Dcwyl zy zagen dat al haar beftraf- 
fingen cn vermaningen geen invloed op 
my hadden, fpraken zy daar over met 
dc Jcfuitmyn geweze Leermccftcr, om 
my daar cens over te onderhouden, cn 
om te zien of zyn beftraffingen geen meer 
... hebben, 



cm* 



indruk op myn gemoed zi 
hy kwam dan ook by my; maar in plaats 
dat dit zoude geholpen hebben , maakte 
hy het kwaad nog erger. Hy zogt my 
op zyn manier met zyn Godsdienftige 

D 4 «al 



f6 Cefckiedenis van - 

taal cn zcdekunde myn kwaad voor oo- 
gcn tc houden; 't welk ik in den begin- 
ne met een gclatenheit aanhoorde, het 
geen hem ccnigc goede gedagcen voor 
my inboezemde; maar het was veel eer, 
om hem met des tc meer kragt dat ge- 
ne te zeggen , 't welk hem ganfeh niet 
am zoude ftaan. Ik ben altyd wat haa- 
ftjg van natuursgcftclthcidgcwccft; wan- 
neer myn driften gaande wierden, was 
ik niet wel meefter over dezelve, cn 
door dezelve tc veel den brydcl tc vie- 
ren , zeidc ik dikwils meer als de voor- 
zigtighcid in omftandigheden , waar in 
ik dikwils was, wel toe zoude laten. 
Het gong my in deze gelcgcnthcid ook 
zoo; want na dat ik hem een weinig 
uit had laten fprecken, viel ik hem met 
een onverwagte haaftighcid zoodanig in 
zijn reden, dat hy wel genoodzaakt was 
dezelve tc ftaken en my aan tc horen' 

Myn Heer cn Pricftcr van dc order 
der Sociëteit van Jezus , zeidc ik hem 
met een gelaat waar in dc vcragting en 
verontwaardiging in te Icczcn was, wan- 
neer zult gy eens ophouden met u on- 
gelukkig rammelen, 't welk my allang 
verveelt heeft? Wilt gy my met de 
lcfTcn van uwen Ariftotcles tot iets o- 
vertuigen daar gylicden zdfs den fpot 

mede 



een NEGER. 57 



mede dryft? Wanneer het met u bc- 
langcns niet overeenkomt, zoiulgy zelfs 
u Overigheid ik laat ftaan u Ouders niet 
gehoorzaam zyn. Laat dan af van my 
verders u Icflcn mede tc declen en ge- 
bruikt dezelve maar voor u eigen zelfs, 
zonder een ander daar mede tc vermoei- 
jcn. Gyliedcn moet de grootfte weet- 
nieten des Werelds zijn, indien gy ge- 
looft 't geen gy leert; of zoo gy het 
zelfs niet gelooft ( 't welk ik eer denk 
tc wezen) de allergrootfte huichelaars. 
Gaat dan by dc gecne die met u brabbe- 
laryc gedient is, en laat my leven zoo als 
ik wil; want gy, nog u gchecle Socië- 
teit zijn niet in ftaat om my tot andere 
gedagten tc brengen , en het moeften al 
gantlch andere lieden zijn, die in ftaat 
zoude wezen zulks tc doen. 

Dit gezegt hebbende , ftont ik op en 
ging heen, zonder hem verder ten ant- 
woord tc ftaan, en gy kunt wel denken 
hoe hem die in dc ooren moet geklon- 
ken hebben. Ik wil ook gaarn beken- 
nen dat dit wat al tc ver ging ; want 
daar hy om ejuam, tc weten om my 
mijn levensgedrag te beftraffen, was niet 
meer als billijk; maar het gaat gemeen- 
lijk zoo, als ijuadc Zcdcmecftcrs een an- 
der beftraffen willen , dat dezelve wei- 

Dj* nig 



f8 Gefcbiedenis van 

nig indruk kunnen maken , al zeggen 
zy ook dc waarheid. 

Ik ging vervolgens het huis uit, cn 
quam in drie dagen cn drie nagten nicc 
wederom, die ik doorbragt met ligt ge- 
rclfclnp; dezelve vcrftrcckcn zijnde cn 
myn geld oprakende, was ik wclgcnoot- 
zaïkt weder na huis tc gaan, om we- 
derom wat ander zien tc krygen. Te 
huis komende vond ik daar alles in de 
grootftc otlfocring om mijnent wil, niet 
wetende waar ik fomtyds beland mogt 
weczen , cn of ik wel ooit weder zou- 
de komen. 

Wat zijn dc Ouders niet ongeluk- 
kig, wanneer zy Kinderen hebben die 
zig niet tot deugde fchikken ! Behalve» 
het verejuiften van geld, moeten zynog 
dc grootftc ongcruftigheden uitftaan,uit 
vrees dat haar niet t'ccnigcr tij.1 ccnig 
qaaad mag ontmoeten : Dus ging het 
mijn Ouders in dit geval ook. Toen 
%y my zagen, (in plaats dit zy my bc- 
ftraften ) 'waren zy zoo verblijd my we- 
derom te zien, dat de vreugd op haar 
aangezigt tc leczen was; mijn Vader 
fchcen dezelve noch te willen verber- 
gen met eenc deftigheid in zijn gelaat 
tan te neemen , om daar door zijn acht- 
baarheid te bewonen, cn my te vragen 

waar 



een N E G E R. fj> 

waar ik van daan quam cn waar ik my 
200 lang opgehouden had ; maar hy liet 
zig zoo gemakkelijk nederzetten , dat 
men wel befpeuren kondc dat het niet 
van herte gcfchicdc. 

Ondertuflchcn was de Jcfuit en die 
van zijn order zeer op my gebecten, 
om dat ik hem cn zijn Sociëteit zooda- 
nig de waarheid had gezegt. Zy zog- 
ten my allerhande hgen te leggen, cn 
my op de een of andere wijze een trek 
te fpcclcn; maar zy hadden het ccnigc 
tyd te vergeefs gezogt: het ccnigftc dat 
zy hadden kunnen doen, was mijn Va- 
der met fcherpc dreigementen te over- 
laden , cn hem te zeggen dat hy toe zou 
zien dat ik niet weder my op dusdaanigc 
wijze tegens de Sociëteit zoude uitlaten; 
want dat zy anders wel weten zoude wat 
haarlieden te doen ftond, cn hy aan- 
fprcckclijk voor my zoude weczen; om 
dat hy zyn Zoon niet belette ccn Socië- 
teit , die de voornaamftc ftcun en pilaar 
van de waarc Moeder der Roomfche 
Kerk was te beledigen. 

Mijn Vader die ccn goed Cathoüjk 
was, en die het wel gaarn anders had 
gewend, verantwoorde zig met de tra- 
nen in de ogen, zoo goet en zoo quaat 

als hy kondc cn ;:cidc , dat het hem leed 

was, 



6o Gefchiedcnis van 



was, zulke kwaaie gerugten van zijn 
Zoon te moeten hooren; miar dac het 
toe nog toe in zijn vermogen niet was 
gewcclt my toe reden te brengen , dat 
dewijl zy ondervonden hadden, met hoe 
weinig vrugt de leflfen en beftraflingen 
zelfs van een uit hnrlicder Sociëteit op 
mijn gemoed te weeg gebragt hadden, 
hy nog min. Ier in ftaat meende te wee- 
zen om my te overtuigen. Zv waaren 
daar in geencn doelen m:de te vrceden ; 
miar blecven by haar vorige dreigemen- 
ten. 

Ik gint; onderwijlen mij.i ouden gang 
in mijn levenswijs, cn gaf my zooda- 
nig tot de overdaii en allerhande bui- 
tenfpoorigheden over, dat ik daar door 
niet alleenlijk die weinige goede mam 
die ik nog had verloor; miar zelfs be- 
gon mijn gezondheid van dag tot dag 
tc verminderen , cn mijn levensgeeftcn 
cn kngtcn zooJaanig vcrJwcenen , dat 
ik niet alleen ongevoelig voor de ver- 
makelijkheden wieri; miar zelfs zoo 
veel als een wilg dur voor kreeg, cn 
das het bekende fpreckwoord in my bc- 
wurheid wierd , du het fterkc bccnen 
zyn die weelde dragen kunnen. 

Deeze óftuugt was het eerfte middel 
om my een weinig tot inkeer te bren- 
gen. 



een NEGER. 6t 



gen. Hoe zcidc ik by my zclven, ik 
meende altijd gelukkig en vermakelijk 
televen, en ik ben kwalijk in dierge- 
lijk een levenswijs gctrccdcn, of ik ben't 
reeds moede en heb 'er een walg van at 1 
Waar komt deezc ongevoeligheid van 
daan en deeze afkeer? Het moeten dan 
zekerlijk deezc vermakelijkheden niet 
zyn die ik bygewoont heb, 't geen een 
menfeh kan gelukkig maken: want an- 
ders zoude ik daar meer fmaak in moe- 
ten krygen. Dus by mv zclven invmc- 
rende was 'er niemand, die my daar op 
voldoende oplofïing geven , of daar ik 
dorft te vertrouwen. Ik fmoorde dan 
alles by my zclven en wierd zoo zwaar- 
moedig, dat ik my genoegzaam van alle 
gezelfchnppcn afzonderde, 't welk een 
grootc verwondering by al die gecnen 
die my te vooren gekent hadden, te 
weeg bragt. 

Myn Ouders en Familie waren voor- 
namentlijk zeer nieuwsgierig hier van 
de oorzaak te weten ; dewijl ik te voo- 
ren haaft nooit te huis was geweeft, nu 
zeer weinig uirging, en genoegzaam 
altyd op myn Kamer zat te mymcren : 
maar ik liet daar nooit het een of an- 
der van blijken ; gevende alleen voor re- 
den , dat ik my zelrc niet als te wel 

bc- 



<5* Gefchiedenis van 

bevond, ('t welk ook zo was) en dat 
ik my derhalven zoo veel ftil hield als 
mogelijk was. Zy waren daar over aan- 
gedaan, cn de liefde tot haar Kint door 
myn voorig kwaad gedrag, in haar nog 
niet uitgebluft zynde , waren zy zeer 
bezorgt om my in myn voorige gezont- 
hcid tc herftcllcn. 

Zy gebruikte dan alle middelen di c 
zy diëten daar bekwaam toe tc weczen; 
maar "alles mogt niet helpen, wat zy ook 
tc werk ftclde. Ik wierd van dag tot dag 
zwaarmoediger en drocfgccftigcr , 't welk 
zy voor lichaams onpaflclijkhcid aanza- 
gen , cn van voornamen waren een gc- 
nccsmccfter by my te laten komen; om 
na dc oorzaak van mijn kwaal tc verne- 
men cn my daar van tc herftcllcn. Zy 
verkozen hier toe een man, dic door 
Zyn konft zeer beroemt was , cn door 
.zyn lange ervarenthcid in dezelve, een 
naam had verkregen, dat hy de aller- 
voorzigtigftc cn bekwaamftc Doftor van 

ganfeh Lions was. 

Deczcman, by my gekomen zijnde; 
ondervond myn kwaal van een hecle an- 
dere natuur, cn van een hcelc andere 
oorzaak oorfpronkclijk te wezen , als 
myn Ouders zig verbeelden. Na dat 

.hy verzogt had my eens aücea te fp ree- 
ken , 



ten NEGER. 65 

ken , cn de omftanders waren weg ge- 
gaan , zeidc hy tegens my; uwe onpas- 
lclijkhcid is om zoo te fprecken geea 
cigcntlijkc ziekte, het is een verval van 
kragten cn lcvcnsgccftcn , vcrzeld met 
zwaarmoedigheid, die u alle luft be- 
neemt; daarom zoo gy iets op u hart 
hebt, zoo betrouwt het my toe ; op 
dat nevens dc Mcdicynen die ik u ?.al 
laten gebruiken, ik u daar by met een 
goede raad mag bylban. Ik wilde inden 
beginne veinzen met te zeggen, dat my 
van dien kant niets ontbrak en dat ik 
by my zclvcn heel wel tc vrecden was ; 
maar hy wilt my zoo te overtuigen cn 
door zijn fchranderheid zoodanig in myn 
gemoct tc dringen, dat ik wel genood- 
zaakt was hem mijn hart tc openbaren. 

Myn Heer zcide ik tegen hem; de- 
wijl ik zie cn ondervind dat gy een man 
van oordeel zljt, dat gy genoegzaam als 
in myn hart heb kunnen zien, wat 'er 
in om gaat, cn daar by myn kwaal zoo 
wel uitgevonden hebt; zoo wil Ik u de 
oorzaak van het een en het andere niet 
verz^yge; maar u daar van een open- 
hartige belijdenis doen. 

Ik maakte hem als doen bekend wat 
voor gedagtcn ik van den Godsdicnft 
gehad haddc , waar door ik tot allerhan- 
de 



<$4 Gefchiedenis van 



de buitenfporighedcn was vervallcu, 't 
welk my in dien ftaat gebragt had, 
waar in ik my thans bevond en dat zoo 
hy in ftaat was om my uit die akelige 
o-Tïftandighcdcn te redden, ik het hem 
al mijn leven dank zoude weten. 

Ik dagt wel dat ik het zoude gera- 
den hebben, zcide hy tegens my; om 
u dan voor cerft een goede raad te ge- 
ven , is dit, dat gy u zelvcn zoo veel 
vermand als mogelijk is cn dat gy alle 
zwaarmoedige geda^ten van u zelvcn 
zoekt af te wecren; Ik zal ondertuflehen 
door dc hulp des hemels u zulke mid- 
delen laten gebruiken, dat ik hoop door 
die zelve hulp gefterkt, u weder tot 
voorige kragtcn te h erft ellen. Weeft 
derhalven goeds moeds cn houd een or- 
dentelijke levenswijs cn alles zal wel 
gaan, Hy fchrcef vervolgens een recept, 
om voor my klaar tc laten maken, en 
na dat hy belooft had den anderen dag 
weder te komen , nam hy affchcid van 
mv om zyn andere Patiënten tc be- 
zoeken. 

Doen was het als of ik een weinig 

in myn gemoed verligt was ; dccze man 

zeide ik by my zclven , fchynt een vcr- 

ftandig man te weczen: mogelijk kan 

hy my niet allee» van myn zwakke na- 

tuursge- 



een NEGER. 



tuursgefteldhcid genezen, maar my ook 
ccnigc onderrigtingc in het zedelijke 
geven: als hy wederom komt , zal ik my 
met hem daar eens een wynig over on- 
derhouden en hem toetzen oi hy daar 
ook bekwaam toe is. Dusdanig my tc 
vrecden gcftcld hebbende , gebruik- 
te ik ile middelen die hy my gcordon- 
neert had, en om kort tc gaan, den an- 
deren dag gekomen zijnde , bleef hy 
ook in geen gebreken my tc komen 
bezoeken. 

Het cerfte wat hy deed, was my tc 
vragen hoe ik my al bevond en of zyn 
hulpmiddelen ook ccnigc uitwerking ge- 
had hadden. Dat gaat heel wel myn 
Heer zcidc ik tegens hem ; maar zoo 
lang als ik nog met een zekere onge- 
wisheid en twytfeling behebt ben, zal 
myn gemoed die ruft en kalmte nooit 
konncn genieten als zy anders wel zou- 
de. Wat is dat voor een ongewisheid 
en twyffeling? Zeide hy tegens my, hec 
is die over den Godsdicnft, antwoordc 
ik hem , daar ik u giftcren van gefpro- 
ken heb; indien gy my daar ccnigc vcr- 
ligting in kunt geven, zult gy my nog 
meer dienft doen als of gy my op ftaan- 
de voet van myn zwakheid genas. Ik 
heb nooit geen gclcgenthcid gehad om 

E met 



66 Gefchiedents van 

met een verftandig man daar over tc 
fprcken, en dewyl ik u daar voor aan- 
zie, zoo doet my de vriendlchap cn 
haten wy een weinig daar over (preken. 
Myn vriend zeidc hy, voor als nog zyt 
gy niet in (bar, om u met diepzinnige 
redeneringen tc vermoeijen u gcftelt- 
hcid is tc zwak; wanneer dezelve een 
weinig fterker zal weczen cn haaf voo- 
rigc kragtcn zal beginnen tc krygen, 
zullen wy tyd cn gclcgcnthcid genoeg 
hebben om dit tc doen. Laten wv het 
dcrhalvcn nog ecnigc dagen uitftellenj 
wanneer ik oordcel dat gy 'er in ftaat 
toe zy, zal ik u wel waarlchuwcn , cn 
u voor het tegenwoordige geruft tot 
dat die tyt zal gekomen zyn. 

Ik was hier mede tc vrecden , cn na 
dat hy nog ecnigc dagen over my ge- 
gaan had, bevond ik my merkelijk be- 
ter, en hy oordeelden nu de tyd geko- 
kotnen tc wezen, om myn verzoek tc 
beantwoorden. 

Dewijl gy U zoo wel bevind zeidc hy, 
fchynt die tyd gekomen tc wezen, dat 
wy ons een weinig onderhouden , over 
dat geen daar £y my laatft van gefpro- 
ken hebt: indien gy nu gcncgcnthcid 
daar toe hebt, wil ik my wel zoo als my 
de tyd toelaat, daar over met u inlaten. 

Jk 



««NEGER. C? 

Ik nam dc gclcgcnthcid waar, en fprak 
hem aan op deze wijze. 

Mijn Heer. Het is my lief u voor 
het tegenswoordige zoo wel genegen te 
vinden , cn my in ftaat tc keuren om 
met u daar over in gefprek tc trecden. 
Dewijl het nu onnodig is om weder tc 
herhalen 't geen ik u reeds gezegt heb, 
cn het geen dc twytfeling cn ongelovig- 
heid van den Godsdicnft: betreft; zoo is 
alleen mijn verzoek, dat zoo gy my 
daar in ccnigc vcrligting kunt geven, 
gy my het grootftc vermaak des werelds 

zult doen. 

Dc Doftor hier op antwoordende zei- 
de \ zeer gaarn, maar waar mede zullen 
wy beginnen , ik denk evenwel dat gy 
wel een natuurlijke Religie zult heb- 
ben ? 

Ik. In het geheel niet : ik geloof zoo 
min aan een natuurlijke als geopenbaar- 
de Godsdicnft. 

De Dodor. Na ik aan u horen kan, 
Gelooft gy dan niet aan een Opperwe- 
zen, 't welk men God noemt? 

Ik. Neen ik mijn Heer, cn ik wenftc 
wel dat gy my van de aanwezentheid 
van dat opperwezen ccn weinig koft 

overtuigen. 

De Dodor. Ongelukkig menfeh die 

E 4 »oo- 



6 8 Qtf :hi edenis V0U 



zonder God of Godsdicnft in dc wne- 
rcld leeft ! Het geeft my geen wonder 
dat gy u tijd in zoo veel wreede twijfe- 
lingen en zwaarmoedige gedngtcn door 
moet brengen; want was *cr geen God, 
wy waren dc ongelukkigfte van alle 

fchepfelen. 

Ik. Waarom mijn Heer? dc heeften 
Urn wel zonder dezelvcn , en gaan al- 
leen maar na haar natuurlijke driften tc 
werk ; zoude een menfeh ook zoo niet 
kunnen doen, en even gelijk zy geluk- 
kig leven? 

De Doftor. Geenzins : want een 
menfeh heeft edeler gaven ontfangen als 
de dieren, hy is niet een reden bcgaaft, 
waar door hy ver boven dezelve verhe- 
ven is. 

Ik. Zou dan een dier, ieder in zyn 
foort genomen, zoowel met geen ver- 
ftand begaaft zyn als een menfeh? 

De Doftor. Zy hebben ieder wel na 
haar hoedanigheid die bekwaamheden, 
die zy nodig hebben, om tig zeiven 
cn haar geflacht te doen beftaan : maar 
al het geen zy doen , weten zy niet 
waarom dat zy het doen. Het is mee 
een menfeh zoo niet gelegen; dezelve 
oordeelt van het voorledcne, voorzie» 
het toekomende en wat zig daar voor- 
al 



ten N E G E R. $9 



fcïgtig in het tegenswoordige van tc be- 
dienen. 

Ik. Ik moet dit met u toeftemmen , 
dat den menfeh van vry verhevener hoe- 
danigheden is, als een dier; maar waar 
uit zoud gy iïiy cic aanwezenthcid van 
een God Kunnen betoogen. 

De Doftor. Door die zelve reden en 
bekwaamheid die wy boven dieren be- 
zitten, worden wy geleid om zulk een 
Opperweezen te erkennen, dezelve doet 
ons door onze uiterlijke zinnen de groot- 
heid , wonderlijkheid, fchoonhcid , en 
order van al het zigtbare befchouwen j 
wy zien dat het van zi<» zclvcn dood is 

1 I 

en onbeweegbaar in zyn delen , maar 
door dc beweging al die geftaltefts en 
hoedanigheden verkrygt, waarin wyhet 
zien: dewijl het uit zig zclvcn onbe- 
weegbaar is, moeten zyn dcelcn door 
een cerfte bewegende oorzaak aan dc 
gang gemaakt wórden; niet gelijk als 
een gewigt of veer dc raderen van ecu 
horologic doet omgaan; maar als dc ma- 
ker van dat gewigt , die het zelve met 
verftand en overleg toegcftclt heeft, 
om het Horologic op een zekere wcl- 
gcftcldc maat en order tc doen omgaan; 
want anders zouden wy God als ecu 
blinde beweger moeten aanmerken, zon» 

E 3 der 



7 o 



Gcfcbiedcnis van 



der tc weten waarom hy dc ftoffc bc^ 
woog , cn dc beweging zoude niet re- 
gelmatig gefc h ieden } maar alles zoude 
ccr ten onderften boven keeren, cn ccn 
verwarde Chaos veroorzaken. Daar men 
dit nu regt anders in dc fchoonheid , 
regelmatigheid cn order der famenge- 
ik'Klc lich men vind. 

Ik. Ik moet bet toeftemmen dat men 
alles verwonderlijk in dc natuur cn dcr- 
zclvcr uitwerklclen vind: maar om niet 
boven onze kring tc gaan; zoo laatcn 
wy alleen den menfeh cn zyn lotgeval- 
len befchoawen: kan men daar die order 

wel in vinden die gy voorgeeft ? Hy is 
het voornaamfic fchepfcl op het opper- 
vlak der Aarde , met zulke fchoonc hoe- 
danigheden boven dc dieren begaaft, 
cn nogtans ziet men dit voortreffelijke 
fchepfcl ö wonder! altyd roet zoo veel 
tegenfpocden , en ongelijke lotgevallen 
befprongen! Waarom ftclt die eerfte 
bcwccgcrgccn beter order om ccn fchep- 
zcl tc behouden , 't welk zulke voor- 
treffelijke hoedanigheden heeft? en daar 
hy zoo veel aan heeft tc koftcn geleid ? 

Hier op kwam de Do&or op dc o- 
penbaring en zcide my genoegzaam even 
het zelve dat gy tcgens dc Neger ge- 
zegt hebt. Hy zcide my om kort te 

gaan 



ten NEGER. jt 1 

gaan dat wy mcnfchcn door onze reden- 
kavcling cn bcfpicgeling, wel tot een 
cerfte verkende oorzaak koftcn komen; 
maar niet op hoedanig een wijze hy met 
zyn fchcpzclcn , en voomamentlijk den 
menfeh omgaat : dat hy de goctheid ge- 
had had om ons door overlevering en 
Schriftuur, het alles nader tc openba- 
ren cn ons zyn wil te kennen gegeven, 
op hoedanig een wijze hy wilde gedient 
zyn. Hy wift my vervolgens zoo door 
zvn redeneringen , ah door bewyzen uit 
de Schriftuur , zodanig van de waarheid 
der Chriftelijke Religie te overtuigen 
dat ik daar van ten vollen overtuigd 
wierd. Maar dewijl ik hem zoo lang 
hy beredeneert hul , nooit van de Kerk 
nog van derzclvcr inftclling had hooren 
fprecken ; twyrfcldc ik of hy wel van de 
Rnomfthc Religie was: lk vroeg hem 
dan het een cn andere dezelve aangaan- 
de, en of hy ook van diczclvc gevoe- 
lens was. Waar op hy my antwoorde, 
dat hy nooit zoo bygcloovig geween: 
was, om aan dcrzclvcr inftcllingc cn ce- 
remoniën geloof tc flaan of toe te ftcra- 
men; maar dat hy van de hervormde 
Godsdicnft was , dewijl hy die het beft 
met de gezonde reden cn het geen ia 

E 4 den 



7* Gefchiedenis van 

koo m B cn bCl VCrVat W3S ' ° VCrCCn dagt tC 
Ik vcrzogt hem hier op , dat hy m 7 
de gronden van die Religie eens wilde 
openbaren; maar hy zcidc my voor als 
doen geen tyd te hebben om dit te doen, 
dat als hy in het vervolg weder kwam, 
liy my dezelve zon bekent maken. Daar 
op van my affcheid nemende, bedankte 
j hcm wc ' duizendmaal voor zyn goe- 
de onderrigting , met verzoek van in 
het vervolg volgens zyn beloften in de- 
zelve tc vervolgen. 

De Heer N. . . . vvüdc in zyn ver- 
haal voortvaren; maar hy wierd daarin 
door de Heer Ie Sage belet met tegen 
henvtc zeggen; Myn Heer dewijl gy 
reeds zoo veel gezegt hebt zonder u tc 
verpozen ; zoo dunkt het my nu wel 
eens tyd tc weezen, dat gy een weinig 
ruit : wy zullen onderwijle een glaasje 
wyn drinken; want u mond zal door het 
veel fprecken zekerlijk wel zvn droog 
geworden. Daar op iemand geroepen 
hebbende om Wyn tc bezorgen, dron- 
ken zy te famen een glaasje, en na dat 
de HccrK . . zig weder een weinig 
in Haat gcftclt had om zyn verhaal tc 
rcrrolgcn , voer hy aldus voort. 

De 



een NEGER. 75 



De Doftor quam my weder bezoe- 
ken , en na dat iy my het een cn ander 
voorgefchreven had , bragt ik hem zyn 
belofte te binnen; 't \vc!k ik hem niet 
200 haaft gedaan had, ofhy quam de- 
zelve na en onderrigte my zodanig in 
de gronden van zyn Godsdicnit, dat ik 
in korte tyd daar van een volkomen 
kennis had. En dewijl ik dezelve zoo re- 
delijk vond cn zoo Kgcnftrydig niet als 
die van de Roomfchc Religie, begaf ik 
my geheel cn al aan dezelve over, hem 
zeggende dat zoo draa Ik weder in ftaat 
was, en in vorige wclftand hcrftcld, ik 
my z cl ven in de vergjdcring en in dc 
gemeente van zyn geloof zou begeven» 
Hy moedigde my hier verder toe aan en 
prees myn verkiezing , en dewijl het 
niet lang duurde ot ik was volkomen 
hcrftcld, bevond ik my wel haaft al in 
dc vergaderingen die dc Gereformeerde 
in ftiltc ocffende; maar ik kon dit zelve 
zoo geheim niet houden, of dc Jcfui- 
tcn die over al op myn gangen Iet- 
tede, hadden 'er wel gaaiuv dc lugt af. 
Nu dagten zy haar tyd gevonden te heb- 
ben, om my dat geen te doen betalen, 
't welk ik door myn al te vryc fpreeken 
tegens die van haar order na haar ge- 
dagtcn Ycrfchuldi^t was. 

È 5 De 



74 Gefchiedenis van 

Dc Jcfuit die myn Lccrmccftcr ée- 
wccft was, vervoeg dc z : g aan het huis 
van myn Vader, cn liet zig aanrodden 
om hem tc fprecken. Na dat myn Va- 
der kern in zyn zydvcrtrek had laten ko- 
men, zcide dc Icfuü tegens hem: Ik 
dag: wei dac u Zoon van het cene inter- 
ne toe het andere zoude overgaan! Na 
eerft: de grootfve Vrvgccft tc zyn gewceft, 
is hy nu dc groontc Ketter en dwecper 
geworden. Ik weer vin goeder hand , dac 
hy tig mi cm Ier de zoogenaamde Ge- 
reformeerde ophoud, dat hy zig in al 
hur geheime vcrg.dcringcn Iaat vinden, 
cn zig in de gronden van die Godsdicnft, 
die 7.y heli; len , lm on dcnvij/.cn. 

Myn Vader die een zeer icverig Ca- 
tho!:jk was, cn die liever zou gehad 
nebben dat zyn Zoon de groodtc * Vry- 
geelt gewceft was, mits dat hy mnar nu 

cn dan dc Room lelie Godsdicnft plinten 
bygewoont ha l, als een Ketter tc wec- 
ken, (zoodmig blind cn buitenfporig 
is een al tc overbodige Gödidienft- 
lever), was hier zeer over verwondert 
als hy dit hoorde. Ik heb al niet gewe- 
ten zcide hy, hoe dat hy zig zoo ftil 
en ingetogen hield federt dat hy niet 
wel tc p.ts gevveeft is, ik was dit niet 
van hem gewent- maar nu geeft liet my 

gecu 



een NEGER. ?f 

geen wonder , dat nu hy onder die fy- 
meiaars gekomen is, t hy zoodanig ver- 
andert is. 

Maar wat raad hier in te doen mijn 
Heer? U Zoon onder het oog te bren- 
gen zcidc hy , dat hy zich tegen het 
gezag van de Kerken des Konings vcr- 
grecpen heeft, en dat zoo hy zich niet 
weder in de fchoot van de ecrRgenocm- 
dc begeeft en dezelve om vergiffenis 
fmeckt , dat zelve gcz.ig zal gebruikt 
worden om 'er hem toe te noodzaken, 
of anders de maatregelen die 'er tegen 
ceftclt zyn. Daarom is het u plicht om 
hem ten' fcherpften daar over te onder- 
houden, en hem tot zyn plicht te doen 
keren 5 want zoo py dit niet doet zult 
gv aangezien worden , als een man die 
mcdepligtig is aan u Zoons buitenfpo- 
righeden. 

Mijn Vader beloofde hem dit te zul- 
len doen, en na dat de Jcfuit was weg- 
gegaan, verhaalde hv het geen hem was 
voorgekomen aan myn Moeder, Broe- 
der, en Zuftcr. Dezelve waren alle zeer 
verwondert, en die zelve blinde Rcli- 
gie-yver die mijn Vader had, bezielde 
haar ook boezemde haar die zelve ge- 
dachten tegens my in. Om kort te gaan 
zy waren alle zeer tegens my ingenomen, 

en 



7*$ Gefchiedenis van 

en het cerft dat mijn Vader deed, was 
my by zig tc roepen , om met my daar 
over te fprecken. 

Zoo draa ik by hem gekoomen war, 
vroeg by 017 met een verontwaardiging, 
tot wat voor buitenfporigheden ik my 
begaf: Ik vroeg hem daar tegens wat 
buitenfporigheden hy meende: hy daar 
op antwoordende telde j vraagt gy noch 
daar na? Of dunkt u dit geen buiten- 
fporigheden genoeg tc weezen , dat men 
2ich van de waare Religie en de alge- 
mecne Moeder de Roomfchc Kerk af- 
dondert en Zich onder de fnoodftc en 
argftc Ketters begeeft die 'er onder dc 
Zon tc vinden zyn ? Ik ben 'er van goe- 
der hand achter gekomen , en zoo gy 
niet van zin verandert ; kunt gy ftaat 
maaken , dat ik u niet langer voor mijn 

Zoon erkennen cn in mijn huis dulden 
zal. 

Ik zogt my zoo veel tc verfchonen als 
mogelijk was, met tc zeggen, dat een 
menfeh behoorde vrv tc wcezen in het 
oeftcnen van zyn Godsdienft, die hem 
dagt dc befte te wcezen ; ^oo lang hy 
zich daar door niet fchuldig mankte aan 
ongehoorzaamheid tegens zyn Vorfi: of 
dc wetten van het Land; maar hy lachte 
ract mijn vcrontfchuldigingcn , zeggen- 



««NEGER, 77 

de dat de Ketters daar altijd mede voor 
den dag kwamen , tc weten met de ver- 
draagzaamheid in het ftuk van Gods- 
dienft en dat zoo zy dc overhand eens 
hadden boven dc andere , zy mogelijk 
veel onverdraagzamer als dezelve zouden 

weezen. 

Wat kondc ik veel doen in zoo ce?i 
netelige orafhndigheid voor my ? Het 
befte dat my dacht was eenig ttitftel tc 
verzoeken om 'er my over tc" bedenken; 
't welk ik hier voornamcntlijk om deed, 
om in dc tuiïchcntyd ccnige wijze fchik- 
kingen te beramen, om my voor dc 
vervolgingen der je/uiten te bcvryden. 
Mijn Vader bewilligde daar in, en gaf 
iny daar toe den tyd van veertien da- 
en , dewelke ik beftecde om my met 
en Doétor en dc andere geloofsgeno- 
ten tc beraden, wat ik zoude doen, en 
hoe hier in tc gedragen. Wy denken 
niet zcidc zy dat gy u door de vrees van 
vervolgt tc zullen worden , van de waarc 
Religie zult laten afwenden , en om 
menfehen tc behagen, een geloof dat 
gy zoo billijk keurt zult verlaten, om 
u tot een ander tc begeevcn , dat zoo 
ftrydig is tegen het gezonde vernuften 
reden ? Wy'rad en u dat gy om die ver- 
volging tc ontgaan; reel liever dit land 

ver-. 



78 Gefchiedcnis van 

verlaat om u in ccn ander te begeven, 
daar gy meer vryheid kunt genieten: 
gaat dan liever na Holland dewijl gy 
noch jong en fterk zyt, zil het n nicc 
aan middelen ontbrecken, aan uw brood 
te komen, 't welk \vy u des te meer aan- 
raden , om dat zoo gy hier blijft wy ge- 
vaar lopen van ccn cn 't zelve lot met 
u te zullen moeten declcn, cn in die 
draaikolk waar in gy thans verwart zyt, 
mede zullen ingeflcept worden: daar zy 
in tegendeel nu noch maaralleen tcgens 
u ccn haat opgevat hebbende, dezelve 
door u vlucht zal worden uit de weg gc- 
ruimt , cn wy gcruftclijk hier zullen 
kunnen blijven. Wanneer gy dcrhal- 
vcn onze raad wilt opvolgen, zullen wy 
u zoo veel ons mogelijk zy helpen, cn 
gy zult u zelvcn cn ons van een niet on- 
gegronde vrees ontdaan, 

Dcezc raad dacht my goed tc weeze 
cn op reden te ftcuncn : Ik maakte mf 
dcrhalvcn bereid om hier toe over tc 
gaan, cn des tc meer, om mijn goede 
geloofsgenoten niet in het zelve gevaar 
te brengen, waar in ik thans was' 

Men zogt my vervolgens van alle bc- 
nodigtheden op dc reis te bezorgen, 
daar wierd beflooten dat ik zelfs myn 
Ouders geen kennis daar van geven zou- 



een NEGER. 79 

de , uit vrees dat zy my daar in mogtcn 
beletten, en doe ik klaar was om te ver- 
trekken, nam ik affcheid van al mijn 
goede vrienden, 't welk niet zonder 
tranen gcfchicdc , ca vertrok na Hol- 
land. 

Daar gekomen zynde , begaf ik my 
ten cerftcn met brieven van aanbeveling, 

die ik van CcnigC mijner geloofsgeno- 
ten gekrecgen had , na die geenen daar 
tyaan hoorde, eu gaf haar mijn otnftan- 
digheden te kennen. Zy beloofden my 
met zoo veel raad en daad behulpzaam te 
zyn als mogelijk was , gelijk zy ook zoo 
lang ik my in Holland bevond, te werk 
(telden. Maar gelijk *cr geen een van 
die goede vrienden in ftaat was, om 
my in Holland iets te bezorgen, waar 
door ik mijn beftaan op een fatsoenlij- 
ke wyze zou kunnen vinden; zoo rade 
zy my dat ik my na dc Wcft- Indien 
zou begeven en wel na Sarinamen, de- 
wijl 'er zich op die tyd een goed vriend 
van haar t'Amflerdam bevond, die tc 
Suriname een Plantagic had, en een Di- 
recteur op dezelve benodigt had. Ik 
keurde haar raad goed, en verzogt haar 
dat zy voor my die plaats wilde verzoe- 
ken. Zy ftcldc het ook ten cerftcn tc 
werk, en verkregen de Dircfteurs plaats 

voor 



Gefchiedenis van 



voor my; waar na ik kort daar na my 
aan boord begaf, om na Suriname tc 
ftcvencn. 

Mijn reis was kort cn goed, cn ik 
kwam gezond cn wel op de Plantagic 
daar ik op boorde, ik nun myn poft 
getrouwelijk waar, 't welk my (al zeg 
ik het zelfs) eenigc agting onder fat- 
zocnlykc lieden tc weeg bragt ; dewijl zy 
my bejegende cn in hiare gczclfchappcn 
toelieten, als of ik zelfs Heer van een 
plantagic was. 

In een der gczclfchappcn die ik onder 
andere bywoondc, was een jonge wedu- 
we, die twee plantagicn kort by de my- 
nc daar ik op was tot eigendom had, 
haar man was omtrent een jaar dood gc- 
wcclt, cn had haar zonder Kinderen 
overgelaten. Deeze Weduwe ftond my 
zeer wel aan; dewijl zy gantfeh niet on- 
billijk nog onvricndclyk was, ik kreeg 
gcncgcndhcid voor haar,ien zogt maar 
na bekwame middelen cn wegen , om 
het haar bekend te maken. De meeftc 
zwarigheid die ik 'er in vond, was myn 
armoede in vergclyking van haar ryk- 
dom, maar de liefde over alle zwarighe- 
den ligtclijk heen (tappende , nam ik 
voor, maar hoe eer hoe liever mijn hard 
aan haar te openbaaren. 

Ik 



ten NEGER. 81 

Ik begaf my dan op ccn nademiddag 
na haar woonplaats toe , cn liet my 
aanmelden , verzoekende om haar eens te 
mogen fpretken. Zy liet my achter ia 
ccn zaaltje (waarin zy zat; om de koel- 
te te fcheppen) by haar komen. Na 
dat wy in den beginnen over ccn cn 
andere onvcrlchillige zaaken gefprokeu 
hadden, vroeg zy my wat ik te zeggen 
had. Mevrouw zeide ik ; Indien "hec 
gcoorlooft is voor ccn perioon , die van 
de goederen des gcluks niet al tc zeer 
voorzien is, aan ccn ander van meerder 
middelen zyn hart open tc leggen, zon- 
der dczelvcn tc vertoornen; zoo wenfeh- 

tc ik wel dit aan u tc doen cn 

Zy daarop my in de reden vallende zei- 
de : Myn Heer fchoon iemand minder 
goederen als een ander bezit, zou hy 
daarom niet be voegt zyn, zyn bclan- 
gens voor tc dragen? Ik geef u daar 
volkomen vryheid toe, cn wel verre van 
my daar over tc vertoornen , beloof ik 
u, zoo het in mijn vermogen is u ecni- 
ge dienft tc doen, ik het met vermaak 
zal wcrkftcllig maken. 

Mevrouw zeide ik daarop, het ftaat vol- 
komen in u magt om my gelukkig to 
maken: Ik kom om de bezitting van u 
beminnelijke perfoon , cn fchenk u myn 

F hart; 



8i Gefcbiedenis van 

hart; indien gy u verwaardigen wilt het 
zelve aan te nemen. Zy veranderde op 
dit mijn zeggen van couleur, en zeidc: 
Mijn Heer indien ik geweten had dat gy 
dit van my zoud verzogt hebben, zoude 
ik u zoo veel niet belooft hebben, daar 
by verbeeld gy u dat dit zoo in mijn 
magt ftond ; maar ik moet u zeggen dat 
py u daar in bedriegt , vermits mijn 
Vaarde ovcrlcde man nog zoodanig in 
mijn hart en gehcugenis begraven leid, 
dat ik daar onmogelijk een ander in zou- 
de kunnen plaatfen. Ik bedank u dcr- 
halvcn voor u gcncgcnthcid 't mywaarts 
en wenfehc dat den Hemel u een vrouw 
tmag toefchikken, met meer volmaakt- 
heden als ik bezit; dewijl ik niet kan 
■overgaan om mijn hart een ander te 
ichenken , 't welk mijn waarde ovcrlcde 
itnan noch ten vollen bezit. 

Mevrouw zcide ik daarop, de leven- 
dige kunnen immers met dc dooden 
niet meer omgaan ! Wat vrugt heeft u, 
ovcrlcde man meer van u liefde? Hy 
is hoop ik heden in een ftaat, waar in 
hy Hcmclfche zoetigheden geniet, om 
aan de geen die hy hier om laag gelaten 
heeft dc aardfehc te laten ; laat hy dan 
voor ccn ander dc plaats, die hy reeds 
zonder vrucht zoo lang bezeten heeft, 



ten NEGER. 8$ 



ontruimen cn maakt die ook zoo ge- 
lukkig als hy geweeft is; op dat gy cn 
hy dc vruchten van een volmaakte liefde 
plukken mag. Dit zeggende en met 
een, een van haar handen nemende, 
dezelve zagtelijk drukkende, fcheen hec 
als of zy een weinig na mijn reden luis- 
terde. Mijn Heer zeide zy, voor het 
tegenwoordige kan ik ten minftcn daar 
noch niet toe over gaan j wat de tyd 
in het vervolg zal tc weeg brengen , 
weet ik niet: verwin dan u zclven voor 

het tegenwoordige en laat , Ik 

viel haar als doen in dc reden cn zeide? 
Mevrouw ik begeer niets meer als tyd 
cn vryheid te hebben om u by wijlen 
eens tc mogen komen bezoeken , en ik 
hoop dat dezelve te weeg zal brengen, 
dat ik mijn geluk volmaakt zai zien. Zy 
ftont my dit na een zoete weigering toe 
cn ik als doen mijn affcheid van haar 
nemende, keerde ik weder tot mijnent 
te rug, met de hoop cn het genoegen 
van t'eeniger tyd mijn wenfeh 

vuld te zien. 

Ik kwam een dag of drie daar na we- 
derom, en wift door mijn aanhouden 
het zoo ver tc brengen , dat ik einde- 
lijk het jawoort kreeg, en daar op kort 
daar na met haar trouwde. Ik heb my 

F z , gan; 



G efcbie -hnis van 
anlchelijk over myn trouwdag niet bc-* 

oeven tc beklagen} vermits \vy ahyd 
in eendrachtigheid te famen gclccttheb- 
ben, en onze liefde is tot heden toe 
niet voor malkandcrcn vermindert: maar 
eer vermeerdert. Onze huwclijksmin is 
ook met vcrfchcidc Kinderen gezegent 
geworden , waar van 'er nu noch maar 
een in het leven is , het welk deze dog- 
ter is die ik by my heb \ de andere zyn 
vroeg geftorven. 

Onderwijlen dat ik tc Suriname woon- 
de , heb ik ook door myn Correlpon- 
denten uit Vrankryk de tijding gekre- 
gen, dat mijn Ouders my van al het 
goed waar na ik t'ecnigcr tyd had kun- 
nen ftaan, vetftcken hadden; dat zy 
daar op kort daar n.i waren komen te 
ftervcn,cn mijn Broeder en Suiker alleen 
erfyenaam waren gebleven. Den Doc- 
tor en de andere Gereformeerde geloofs- 
genoten, hadden met de Jt finten ecnig 

lpcl gehad; doch zy hadden door geld 
en gefchenken te gecven , dezelve ge- 
ftilt. Wat my aanging , ik was door 
den Hemel zoodanig gezegent, dat 
ik mv niet eens over het verlies van 
mijn erfdeel bekreunde, en ik misgun- 
de het mijn Broeder en Suftcr nictjver- 
mits ik het niet nodig had. 

Het 



m N E G E R. 8; 

-Met is nu na by de twintig jaren, 
Jat ik tc Surinamcn gewoont, en daar 
zeer vergenoegt gclcefc heb; het ccnig- 
ftc dar my een weinig tcgcngcüaan 
heeft, is de barbaarfc en wreede han- 
delwijze, die de flavcn dikwils moeten 
ondergaan als zy meefters aantreffen, die 
geen mcnslicvcnthcid bezitten, en ik 
wil wel bekennen zonder my daar op tc 
beroemen , dat ik altyd meer met goede 
woorden van haar heb kunnen krijgen, 
als met Hagen ; zy hebben altijd veel 
van my gehouden en zy waren zoo be- 
droeft dat zy een andere meefter zoude 
krijgen , dat 'er cenigc onder waren die 
als kinderen fchrcided , toen zy het 
hoorde. Ach mijn goede mcefler, rei- 
de cenigc onder hur , wat zyn wy on- 
gelukkig u te verliezen! Waar krygen 
wy 'cr zoo een weer als gy gewceft zyt! 
Ik zogt haar zoo veel tc trooftcn als in 
mijn vermogen was , met tegen haar tc 
zeggen , dat 'cr meer goede lieden in 
de waerclt waren als ik, en dat ik haar 
raadc , met braaf op tc paffen de gene- 
gentheid van hun meefters tc winnen ; 
*t mogt weinig baten , de ncerflachtig- 
hcit was uit haare wezens tc leczen. Ik 
wil hier meede tc kennen gecven , dat 

men dikwils door zagthcid cn gocthcid 

F 3 meet 



96 Gefchitdems vak 



meer op dc harten van zyn volk kan 
winnen , en meer dienft daar van heb- 
ben, als door ftrafheid. 

Na dat ik dan voorgenomen had, mee 
mijn Vrouw en Dochter na Holland tc 
gaan , en wy order op alles gcftcld had- 
den , hebben wy ons t' Scheep begeven, 
en zyn op die wijze alhier aangekomen, 
gelijk u bekend is. 

De Heer N had alhier zyn 

verhaal ten einde gebragt cn dc Heer le 
Sage bedankte hem voor zyn genome 
moeite; hy maakte hier cn daar aanmer- 
kingen over, het geen hy van dc Heer 
N. . . . gchoort had; maar dewijl het 
reeds laat in dc agtermiddag geworden 
was, deed hy het zeer kort. Zy gingen 
weder by het gczelfchap, \ geen haar 
met ongcdult zat te wagtcn, cn maakte 
zig dien avond op een betamelijke wyze 
met het zelve vrolijk. De tyt tot rus- 
ten eekomen zyndc , bedankte het gc- 
zelfchap de Heer le Sage voor zyn vrien- 
delijkheid , en ging een ieder van het 
zelve daar zy wezen moeftcn. 

Ondcrwylc begonnen die aan het 
Schip werkte, om het zelve te herftel- 
lcn, dapper te vorderen ; maar eer dat 
onze reizigers dit Eiland verlieten, ge- 
beurde 'er nog een gcyal , 't welk zich 

op 



te» NEGER. b ; 

ep deze wyzc toedroeg. Een van de 
Schiplieden , die in de Kerk gewceft 
was toen Thomas gedoopt wierd, had 
aldaar een Jonge Dochter gezien, die 
'er ganfeh niet onbillijk uit zag Zy 
had hem door haar bevalligheden zooda- 
nig betovert , dat hy niet nagelaten had, 
toen de Kerk was uitgegaan dezelve na 
te zien waar zy te huis hoorde, en een 
gclcgcnthcid te zoeken, om haar zyn 
gcncgcnthcid bekent te maken. Hy had 
dezelve ook wel haaft gevonden ; vermits 
onze Eilanders gantfeh eenvoudige lie- 
den zijnde, cn bygcvolgc niet argwaa- 
nende, die van het Schip de vryhcid 
lieten , van in haar huizen te koomen 

wanneer zy wilde. 

Hy vond gclegcnthcid genoeg om 
dit meisje zyn iiefde te openbaren ; 
maar dezelve weigerde in den beginne 
hem ten antwoord te ftaan. Evenwel 
door zyn vlytig oppaflen en door dc 
betuigingen van liefde die hy haar deed, 
dit Jonge bloed gaande raakendc , bc- 
begon zy een weinig het oor na hem te 
lecnen. Doen hy zoo ver gevordertwas, 
dagt hy het half gewonnen te hebben cn 
verdubbelde dcrhalven zyn vlyt. Hy 
bragt het eindelijk zoo ver, dat hy in t 

geheel meefter van haar hart wierd. 

* * 4 Maat 



W Gefchiedenh van 

Maar wat raad in dit geval tc doen'? 
Het Itond hier niemand op dit Eiland 
vry om by veikieling tc trouwen. Dit 
baarde by deze jonge Dochter voor zoo 
verre zy nog rcdenkavcldc, eenigc ön- 
gcruftheid ; maar de liefde het eindelijk 
op de reden winnende, en hy haar met 
fchoonc belofte van getrouwheid paai- 
jende , met tegen haar te zeggen, dat 
zoo het al niet wiert tocgefban , dat zy 
tc famen trouwde, hy haar dan in ftiltc 
mede op het Schip zoude neemen, de- 
wijl hy haar nooit verlasten zoude; zoo 
gaf zy zig vervolgens geheel aan hem 
over, en hy genoot op die wyzc van 
haar, het geen hem cerft na een wet- 
telijke trouw was toegekomen. 

Maar gelijk gemeenlijk gaat, dat na 
de genieting de verzadiging volgt; zoo 
ging het hier met onze minnaar ook, k 
en hy begon wel haaft in zyn liefde tc 
verkoelen. Het welk zy gemerkt heb- 
bende, zoijt zy zig tc beklagen over 
zyn onftantvaftigheid. Hoe ! Zeidc zy 
tegen hem, is dit de beloften agtcrvol- 
gen, die gv mv gedaan hebt, cn is dit 
dc vcrcclJing voor ccn liefde, die ik 
ten koftcn van myn ccr aan U verdient 
bcb, cn waar door ik my in gevaar 
geilek heb , om by dc gantfehc 

Volk- 



een NEGER. gp 

Volkplanting in veragting te wcczen ? 
6 wrccdc als gy zyt! Die even het ge- 
not van een oneerlijke luft gehad heb- 
bende , een onnozele Maagd verlaat, die 
haar hert ganfehclijk aan u gefchonken 
heeft! Maar neen ik kan niet denken 

dat gy tot zoo een fchrikkclijk bcfluitzult 

komen ; gy doet het eerder om my eens 
te beproeven en te zien hoe ik my hou- 
dc zou, en of ik 'er my ook onverfchil- 
lig in zou betonen. Neen myn Vriend, 
gy ziet dit anders, en wat wreedc twyf- 
fclingen thans mijn ziel beftormen : be- 
toon my dan weder als voor heen , die 
liefde die gy my zoo dier betuigd heb, 
cn ftcl my door overtuigende blijken 
van u wederom geruft. 

Onze Jonkman, in plaats van zich 
door zulke dooiflaandc blijken van lief- 
de te laten overreden, fchertftc met de- 
zelve en zcide; dat ze zich maar wel te 
vreeden zoude houden , dat de tyt die 
alles flijt, dit geval ook wel uit haar 
gehcugenis zoude wiflehen , en dat wat 
haar eer aanbetrof en de fchandc die zy 
daar door by de Volkplanting ftond te 
vvagtcn, maar inbeeldingen waaren, dat 
by verders zich niet meer met haar op 
wilde houden, veel minder om haar me- 
de na Holland tc neemen; want dat hy 

Ff in 



9 0 Gefchiedenis van 

in het geheel door geen Vrouwspcrfoo* 
wilde belemmert zyn ; dat diergelijke 
galantcrcicn in Europa zeer gemeen wa- 
ren ; dat men dezelve daar maar voor 
bcuzclingcn aanzag, en dat hy dcrhal- 
vcn 'er in 't geheel geen geweten van 
maakte. 

Die antwoort klonk de Jonge Doch- 
ter als ccn Dondcrflig in dc ooren. 
'T is wel ontairdc zculc zy tegens hem; 
het geeft my dan geen wonder dat de- 
wijl i*y uit zoo ccn Godloos Land af- 
komftig zyt , daar men dc plicht van 
ccr en trouw tc brcckcn , maar voor ccn 
beuzeling cn aardigheid aanziet , zoo 
ccn wreed cn onnatuurlijk ftuk durtt 
begaan. Ik zoude nu zelfs, al wilde gy 
my mede nemen , my met een mans- 
perfoon na zulk ccn land niet willen be- 
geven , die dc cjuade gewoontens van 
het zelve tot ccn voorbcclt gebruikt om 
'er zich na tc gedraagen. Want wat 
ftaat zoude ik doch in vervolg van tyd 
op dcffelfs trouw kunnen maken? Gaat 
dan maar alleen na dat fchoone Land ; 
terwijl ik hier zat blijven om in myn 
eenzaamheid myn misflag tc betreuren 
en my aan een droef heit over te geven, 
daar dc Dood wel haaft een einde van 
maken zal. 

Pee* 



een NEGER, px 

Deeze wanhopige woorden gefproketi 
hebbende , verliet zy hem, cn liet ons 
Jong mansperfoon , allcenig ftaan ; die 
zich weinig over haar zegden bekom- 
merde cn denkende , dat zy het zoo niet 
meende als zy wel voorgaf, zich naar 
elders heen begaf. Maar de Liefde die 
dog overal» zyn rol wil fpcclcn, in wat 
afgelegen oort des wcerclts dat het ook 
zoude mogen weczen , wilde hier ook 
bctooncn dat zyn magt gantfeh niet te 
vcragtcn is , cn dat indien men hein 
eens het oor gclccnt heeft cn men hem 
in het hart een plaats vergunt, hy zoo 
ligt daar niet weder uit te krygen is: 
dewyl hy gemeenlijk niet alleen vcrzcld 
is met die aanlokfclcn cn bekoorlijkhe- 
den , waar mede hy den arme ftcrvcling 
betovert j maar ook n)ct al die gruwe- 
len cn monfters waar de Minncnyt, de 
fpyt ; cn dc wanhoop wel de voornaam- 
ftc van zyn. 

Dc Liefde dan het hart van onze jon- 
ge Dochter verlaten hebbende, had de 
wanhoop cn dc fpyt in zyn plaats gela- 
ten ; dcezc vermeefterde het zelve zoo- 
danig , datzy voor zich nam, dewyl het 
leren haar maar een laft was , iich van 
het zelve te ontdoen, cn een einde van 
haar droefheid > te maken. Rampzali- 
ge 



pi Gcfchiedenis van 

;c ftcrveling! Wat zyt gy niet te be- 
lagen! Gy vervalt dikwils van het cene 
quaad in een ander , 't welk nog veel 
erger als het cerfte is. Zoo ging het 
onze Jonge Dogtcr ook : in plaats van 
zich aan cenig menfeh vertrouwt tc heb- 
ben, cn haar droefheid geopenbaart, 

kropte zy het by haar zeiven op en 

fmoordc alles in hiar cigc boezem. 

Zy dan ccn koort genomen hebben- 
de, maakte *cr een ftrop van cn verhing 
des avonds toen liet duifter was ge- 
worden aan ccn Boom, die even bui- 
ten het vlek aan den ingang van het 
zelve flont. Doch eer zy hier toe was 
overgegaan , had zy eerft het geval cn 
dc oorzaak van haar Dooi op een ze- 
ker blad , 't welk zoo veel als voor pa- 
pier diende, gefchrecven, cn het zelve 
tuflehen haar gordel dewelke zy om haar 
Ivf had gedoken ; op dat het neftens 
haar lyk mogt pevonden worden. Den 
inhoud van dit papier luide aldus. 

Aan alle die van de Volkplanting zyn. 

Dat gy my hier in zoo een beklage- 
„ Hjkc ftaatbêvint, daar van heeft nie- 
„ mint Je fchuld, als ccn Matroos van 
5> het Schip, 't welk hier cenigen tyd 

aan dit EUant gelegen heeft. Zyn 

naam is Jan Janfz. dezelve heeft my 

„ door 



ten NEGER. j>* 

J, door fchoone beloften weten over tc 
„ haaien en door betuigingen, dat hy 

my tot aan zijn Dood beminnen zou, 
„ dat ik my aan hem geheel over gegc- 
„ ven heb: maar dccze trouwloozc, na 
„ dat hy het genot van rayn Lichaam 
„ gehad , en zyn onkuifchc min daar 
„ méde verzadigt, heeft hy zijn btlof- 
„ ten in den wind geflagen, cn my in 
„ dc allcrdrocvigftc ftaat gelaten, daar 

een Jonge Dogter als ik ben , ooit 
„ in komen kan. Dewijl ik nu myn 
„ ongeluk niet heb konncn overleven , 
„ cn my gefchaamt heb om myn zwak- 
„ hcid aan anderen tc openbaren , ben 
„ ik tot dat uiterfte gekomen waar in 
„ gylicden my thans vind. Ik hoop 
„ dat den Hemel hier door mag vcr- 
„ zoent zijn, dat ik my tegens de gewoon-* 
„ tens van ons Land aan iemand over- 
:> gegeven heb , die my zoo trouwloos- 
„ lijk verlaten heeft, en die het feiten* 
„ den van eer en trouw als een beuze- 
„ ling na dc gewoonte van zyn Land 
„ (zoo als hy my zelfs gezegt heeft) 
„ achtedc. 

Zy wierd den volgende morgen al 
heel vroeg met dit gefchrift gevonden 
en het zelve wierd dc Heer 1c Sage als 
hooft der Volkplanting bekent gemaaktj 

Dee- 



5>4 Gefchiedenis van 



Dcezen goede Heer was zeer over dii 
geval verlegen ; tcrwyl de meefte der 
Inwoondcrs van het Vlek om wraak en 
ftraf tegen het brecken der Wetten van 
gaftvryheid riepen. Hy liet daarom de 
Yoomaamftc dcrVolkpIanting vergaderen, 
om zig met dezelve te beraden hoe zig 
in deeze omftandigheid te gedragen. Zy 
waren alle eenparig van gedagten dat dc 
Matroos ftraf verdient had; dat zy daar- 
om tien Schipper en dc voornaamfte van 
het Schip zouden zien te bewegen, dat 
zy hem aan haar overgaven om hem die 
ftraf te laten ondergaan, en zoo zy niet 
goctwillig wilde , dat men hem dan met 
gcwelt zou zien te krygen. 

Dit dan aldus beflotcn zijnde, lieten 
zy dc Schipper en andere OHicicrcn van 
het Schip by haar komen , en als doen 
de Heer le Sage het woord voerende , 
zcidc'tegcns haar uit naam der gantfehc 
Vergadering: dat dewijl 'cr een matroos 
Yan haar Schip was die tegens dc Wet- 
ten der gaftvryheid een Maagd van dc 
Volkplanting verleid had , en door 
fchoone beloften van haar eer berooft; 
hy verzocht dat meu de Matroos aan 
den raad overleverde, om hem na haar 
goeddunken dc verdiende ftraf te doen 
«rlangcn. Dc Schipper cn dc andere 

Offi. 



een NEGER. pf 



Officieren fielden zig wel in het eerft 
daar tegen; met tc zeggen, dat dcwyl 
hyeen Hollander en daar by cenvarents- 
gezcl op een Hollands Schip was, het 
daarom dc rcgtsplcging in Holland daar 
zy na toe ftcvende toe quam, om hem 
zoo hy iets misdreven had tc ürartcn, 
en dat zy om die reden niet welvoeg- 
lijk hem aan haarlieden kotten over- 
geven : maar de Heer lc Sage en dc raad 
bragtcn daar tegens in , dat dewijl het 
onder het gebied der Volkplanting gc- 
fchict was daar dit misdryf was gcplccgt, 
het niet meer als billijk was , dat het 
in en door de magt van het zelve gc-» 
ftraft wiertj dat dc misdadiger zyn le- 
ven niet zou behoeven tc verliezen ; 
maar dat zy hem - een kattyding evenre- 
dig na zyn misdaad zoude doen onder- 
gaan, om daardoor dc gemoederen der 
Volkplanting te ftillcn en een voorbeelt 
aan andere tc geven om dezelve van 
diergclykc bedryven aftefchrikken. Dat 
ty hem vervolgens weder op vryc voe- 
ten zouden ftcllcn ; op dat hy zyn vcr- 
rigting als Matroos op het Schip weder 
zou kunnen ocfFencn. 

De Schipper en Officieren van het 
Schip bewilligden hier eindelijk toe % 
met dat beding, dat zy hem zelfs, at? 



96 Gefchiedenis van 



of het buiten haarlicdcr kennis was , 
Zonden doen aanvatten ; op dat zy van 
alle verdere onderzoekingen zouden bc- 
vryd zyn, Daar mede wierd ten ccr- 
ftcn aan ccnigc der Volkplanting lafl 
gegeven, om hem te vatten; en dcwyl 
hy zig op dien tyt niet op het Schip 
bevond , korten zy hem gemakkelijk 
krygen. Hy wierd als doen in een ze- 
kere woning zeer naauw bewaard, tot 
dat zyn ftraftcr uitvoer wierd gebragt. 

De Raad vergaderde doen weder, men 
bcfloot in dezelve dat al de Maagden 
van dc Volkplanting boven de veertien 
Jaren, by malkandercn zouden verga- 
deren; dat zy zig in twee reien zoude 
icharen, gewapent met dunne en zwak- 
ke tcenen, waar door dc misdadiger met 
dc naakte huit tien maal heen en weder 
zoude gclcit worden, cn hy op dusda- 
nig een wys van ieder van luar ccn flag 
zoude krygen. 

Dc tyt gekomen zyndc, Vergaderde 
de Maagden cn fielden zig in twee reien 
ieder met tien tcenen gewapent. Het 
zelve gefchiede in het open Velt; al- 
waar al het volk zoo van de Volkplan- 
ting, als van het Schip,' om aanfehou- 
wers te wcfecn, vergadert waren. Dc 
Heer le Sage met de voornaamftc des 

Volks, 



««NEGER 



97 



volks, die den raad uitmaakte, zaten op 
banken , gcftcld voor den ingang der in 
twee ryen gefchaarde maagden ,cn nadat 
de matroos wel geboeyd voor hem ge- 
bragt was, las hy dezelve zyn misdaad, 
cn de ftraf die hy daar door verdiend 
had voor. Als hy dit verrigt had, wierd 
den misdadiger met het boven lyf naakt 
uitgekleed, en met dc handen geboeid, 
door dc gelederen geleyd. Dc maagden 
die al een redelijk getal uitmaakte, iloe- 
gen dapper toe; zoo dat het bloed zig 
wel haaft met dc ftriemen op 7,yn 
rug begonnen te vertoonen; terwijl dc 
gramfchap op haar aangezigt op een 
levendige wyzc vertoonde; als wraak 
nemende over het fchendie ftuk dat hy 
aan ccn van haar ftaat cn kunne bedre- 
ven had. Toen dc ftraf dus ter uitvoer 
was ecbragt, moeft dc matroos voor 
dc Heer lc Sage cn den Raad verfchy- 
ncn, cn dezelve bedanken voor haarlic- 
dcr regtmatig vonnis: Dc Heer lc Sage 
gaf hem doen nog ccn verftandige bc- 
ftraffing, cn daar mede wierd hy weder 
op vryc voeten gcftcld. 

Dc maagd die haar zclvcn van het Ie* 
yen berooft had , wierd ftatelijk begra- 
ven cn dc maagden die dc ftrat aan haar 
belediger geocffent hadden , gingen alle 

G met 



Cefcbitdems va* 



met ccn treurige vertoning agtcr lief 
lijk. Dus nam dit treurfpcl ccn einde; 
't welk van grooter gevolg had kunnen 
wezen, indien de Heer le Sage en don 
Raad zig daar niet voorzigtig in gedra- 
gen hadden , en ket volk op die wyzc 
weder te vreden gtilcld. 

I^Ia dat die van het Schip zig van haar 
geleden ongemakken hcrttclt hadden , 
cn het Schip in die order gebragt, dat 
Het weer in ftaat was zee" tc kunnen 
bouwen ; maakten zig onze reizigers 
weder vaardig om aan boord tc gaan. 

Zy voorzagen zig van alle ververfin- 
gen cn benodiutheden , die zy maar kos- 
ten bekomen; 't geen de Eilanders zeer 
mild aan haar uitdeelde. De Heer N.... 
en dc voornaamfte van het Schip ble- 
ven ook niet in gebreken, om aan de 
Heer le Sage en den Raad gcfchcnkcn 
tc geven, uit erkentrnis voor haar ge- 
noten weldaden. Het affchcid was fmer- 
tclijk , en de Heer le Sage met de Heer 
N. . . . zyn Vrouw cn Dochter ftorte 
weg in tranen ; maar Thomas was 'cr 
nog wel het meeft over aangedaan. 

Men koft dc Heer le Sage bezwaar- 
lijk uit zyn armen rukken, zoo vaft hield 
hy hem in dezelve bcfloten, en dc hik- 
ken die hy gaf zonder een ecnigc traan 

tc 



ten NEGER. 99 

te kunnen loozen , gaven genoegzaam 
zyn benepen hart te kennen. Einde- 
lijk zyn hart zig door een vloed van tra- 
nen beginnende te ontladen , en zyn 
mond die door zvn overmatige droct- 
heit was gcllotcn gewceft , zig nu we- 
derom beginnende tc openen, lprak hy 
hem op deeze wyzc aan. 

Myn waarde Heer, wat valt het my 
fmertclijk u tc moeten verlaten 1 Gy zyt 
naaft God cn dc Heer N. . . . den ge- 
nen die ik het meeft verfchuldigt ben. 
Gy hebt my daar ik als in den duiftcre 
voort wandelde, niet wetende welke weg 
ik verkiezen zoude ; op den ccnen cn 
rcetcn weg gebragt , daar ik met vei- 
ligheid op gaan kan. Wat ben ik u 
daar niet voor fchuldig ? Gcwiflc.jk al 
moefte ik myn gchcele levensloop u ten 
dienft ftaan, was ik zulks vcrphgt. Maar 
daar myn hart zoo bereid is om u ten 
dienft tc ftaan , wil myn lot niet dat ik 
het volvoer: een fchciding die ons mo- 
gelijk voor altoos van malkandcren 
rukt, ftaat het my niet toe ; o hoe fmer- 
tclijk valt my dit! GewiiTclijk indien ik 
het niet liet om de Heer N. ... en 
zyn Familie, die ik neffens u voor myn 
grootfte vriend op den aardbodem erken, 
daar zou niets in ftaat zyn om my van u 

G 2 af 



ïoo Gefchiedenis fan 

af te rukken, en ik zoude liever met u 
dc uiterfte bchoeftigheit willen uitftaan 
als my na elders heen te begeven. Vaart 
wel dan myn Heer, ik wenfeh dat den 
Hemel u verder in uwen ouderdom on- 
derfteunen zal, cn ons nog eens weder 
te famen voegen ; is het hier niet in 
dit tranendal, ten minften in ccn ander 
cn beter leven : daar ons geen wilfel- 
vallighcdcn meer zullen ontmoeten, om 
ons van* malkanderen tc fcheiden ; maar 
daar wy de vrugtcn van een volmaakte 
vriendfehap zullen konnen genieten. 

Daar op moeften zy hem als met ge- 
weld na dc bood trekken , om na het 
Schip te brengen, terwijl dc Heer N.... 
nogmaals de Heer 1c Sage bedankte cn 
vaarwel zeidc , met beloften dat wanneer 
hy in Holland zoude gekomen zyn , ccn 
gclegcnthcid Zou zien tc krygen , om 
met het ccn of ander Schip ccnigc goe- 
deren , die hy wel het meeft nodig had, 
tc bezorgen ; cn dus in vervolg van tyt 
correfpondentic te famen houden. 

Wanneer zy tc famen in het Schip 
waren gekomen, kon Thomas nog niet 
nalaten van tranen te ftorten. Ach ge- 
lukkig Eiland ! zeidc hy, daar u inwoon- 
den in haar handel en wandel met de 
bekentenis van haar geloof over ccn ko- 

merj 



tm NEGER. lOt 

men! Al zyn'er geen fchatten by u te 
vinden, of rykdommen te winnen, die 
tlikvvils meer tot 's menfen verderf als 
voordeel ftrekken , houdc ik n nogtans 
voor gelukkig. Uwe inwoonden be- 
zitten dc waarc rykdom, 't welk is dc 
vergenoeging en de oprcgtlicid van ze- 
den ; dit gevoegt by het geen dc een- 
voudige natuur tot vergelding van baar 
arbeid op U opgeeft , om baar van bet 
noodzakelijke cii zelfs bet geen haar tot 
vermaak en verquikking verftrekken 
kan, te bezorgen, konncn bier wel by 
al de fchatten van bet ooftcn ophalen ? 
Ach gelukkig Eiland ! Vaart wel, her- 
vatte hy nogmaals; ik zal U mogelijk 
nooit weder zien : maar U gehcugenis 
zal my nogtans altyd in gedagten bly- 
vcn. 

Ondertufl'chcn hadden dc Schiplieden 
dc Ankers opgcligt , cn dc Zeilen op- 
[ebciftom Zee te kiezen. Zy namen 
.laar affchcit van dc Eilanders nog met 
ccnigc Kanonfcbotcn, endaar op zeil- 
: zy voort cn raakte fpocdig uit het 



gezicht. 

De Heer N. . . . gaf het de naam 
van het benevelde Eiland, en rekende 
dc brecte en lengte uit , waar op het 
üclvc gelegen was ; op dat dc gene die 

G ? hy 



1 0 z Gcfchiedenis van 



hy'cr in het vervolg na toe wilde zen* 
den, het zoude kunnen opdoen. 

Zy hadden een heek goede rcizc en 
haar de wind dienende, kwamen zy bc- 
houdc op de reede van Texel ten anker. 
Als doen de Heer N. . . . zyn Pak- 
goederen , die hy in het Schip had , 
daar uit hebbende laten ligten , vertrok 
hy met zyn Vrouw, Dogtcr, en Tho- 
mas na Amflerdam, en begaf zig in een 
Logement; om aldaar zig cenigen tyd 
op te houden, tot dat hy een beter gc- 
legenthcid zoude gekregen hebben. 

Doe zy in Amitcrdam gekomen wa- 
ren, was Thomas zeer verwondert over 
die groote en pragt der Stad; dc Dog- 
ter vasi de Heer N. . . . vergezeld met 
zyn Vrouw, Dogtcr, en Thomas, lie- 
ten niet na vcrfchcidc dagen na den an- 
deren door dc Stad tc wandelen en al- 
daar al het merkwaardige te bezigtigen : 
doe zy dit nu ccnigc tyd gedaan had- 
den , vroeg dc Heer N. . . . aan Tho- 
mas wat hem wel dngt wegens haar gc- 
legcnthcid en of hy ook wel zin in de- 
zelve had. Als ik u naar waarheid myn 
gevoelen zal zeggen, myn Heer zcide 
Thomas; zoo moet ik u tc kennen ge- 
ven, dat ik zeer verwondert ben over 
haar uytgeftrektheyd , volkrykhcid en 

pracht: 



et» NEGER. '103 

pracht: maar dit neemt niet weg, dat 
het my (indien ik verkiezing had om te 
woonen waar ik wilde) hier veel te woe- 
lig zoude wezen ; daar by dunkt my dat 
de lucht hier ook zeer zwaar en bedompt 
■is, vervuld met zware en Hinkende dam- 
pen , die uit de gragtcn komen. "Wat 
dunkt u van dc gewoontens cn zeden 
der inwoondcrenf vroeg hem dc Heer 

N verder; daar is niet veel op tc 

roemen antwoordc hem Thomas, niet 
dat ik zeggen wil dat 'er in het geheel 
qcen cerlykc lieden in zouden weczen; 
maar ik heb 'er tot nog toe zoo wynig in 
gevonden, dat indien ik het niet om u- 
wcntwil was, ik wel zoude wenfehen op 
(bande voet by dc Heer Lc Sage op het 
benevelde Evland tc wezen , of in cenig 
ander oord des waarclds daar my dc men- 
fchen, vricndclyk in haar zeden volmaak- 
ter zoude voorkomen. Wel zoo Tho- 
mas reide dc Heer N , gy geeft geen 

al te grootc lof van de inwoonden van 
Amftcrdam, indien 'er al cenigc onder 
iyn daar niet veel op tc roemen valt ; zoo 
zyn 'er evenwel dat hcclc brave heden 
zyn , en daar men zig in vylighcid mag 
op vertrouwen: gy moet dan zeer onge- 
lukkig zyn, tot nog toe dc ergfte ge- 
troffen tc hebben ; want anders zoud gy 

G 4 ct 



i°4 Gefchiedenis van 

'cr op een andere wyzc van oordcclcn. 
IJit kan wel zoo wezen antwoordc Tho- 
mas ; maar ik heb hier dog in het alge- 
meen gevonden , dat dc menfehen zeer 
baatzugtig zyn , en dat zy zig van alle 
middelen bedienen om zig te verryken, 
dat zy weinig agting voor een eerlijk 
man hebben als h y geen geld heeft ; maar 
weder in tegendeel voor iemand die 
middelen bezit, dc grootfte eerbied heb- 
ben; al Js hy het onvvaardigftc fchcpzcl 
dat cr leeft. r 

Dit fpn.it uit dc behoeftigheid, daar 
dc mecite menfehen in gedompeld leg- 
gen, hervatte dc Heer N ; ' t wdk 

veroorzaakt dat zy meer eerbied gebrui- 
ken voor iemannd die ryk is, als voor 
den genen die niet bezit; want wat kan 
lemant die middelen nodig heeft door 
dc ccrlykhcid van een ander gebctert 
vvorden , die zoo wel behoeftig is alshy? 
Daar hy i„ tegendeel van dc overvloed 
cens rykc , al was hy ook dc grootfte 
Jcnurk, nog ccnig voordeel kan genie- 
ën , t welk zyn behoeftigheid kan te 
hulp komen. 

Hier om myn goede Thomas beoor- 
deeld wy ligtdijk iemand, die wy i„- 
<»'<-n wy zyn omftandigheden wiftcn, 
zouden vryfprcckcn. Gelooft my myn 

vriend, 



een N E G E R. 



vriend, dcn.cnfchcn zynhicr niet anders 
als in andere gcdccltcns der waereld ; 
maar de omftandigheden waar in zy zig 
bevinden, m.ikcn 't onderfchcid. De 
armoede en de behoeftigheden hebben 
iets rerlijdelijks in zig, 'dat den menfeh 
dikwils tot daden doet overgaan, die 
hem anders tegen de borft zouden ftry- 
den en hy is daar door zelfs wel genoot- 
zaakt om het te doen , al heeft hy 'er 
geen zin in. In Holland en voorna- 
mcntlijk hier in Amllcrdam is het duur 
tecren, en dewijl den een van den an- 
deren leven moet , moeten zy zien hoe zy 
bcfl aan dc koft komen. 

Gy moet dan evenwel met my toc- 
ficmtnen myn Heer zcidc Thomas, dat 
een Land niet zeer te pryzen is , waar 
men zoo bezwaarlijk aan het nodige kan 
komen , en daar men om 'er aan te ge- 
raken zulke laagheden moet begaan ? Ik 
voormy, ik wilde liever onder de wil- 
den in dc bollenen van Amerika leven, 
als my daar toe te begeevcn. 

"Wel, wel; onder dc wilden te leven 
zoude ook zoo vermakelijk niet weezen, 
zcidc dc Heer N. . . . , zy plagen mal- 
kanderen alzo wel als dc Europianc . 

Dat is waar hervatte Thomas; maar dit 
is als zy als wanden tegen malkandcrcn 

G 5 op- 



ïb6 Gcfchiedenis van 

opftaan: Die gecnen die onder een 
hooft hooren , beminnen en eeren mal- 
kmdcrvn als 3roe!crs, cn ftaan malkan- 
deren in baare behoetugheden by. Gy 
hebt Jaar telft mccnignalen blyken van 

gezien onder dc wilden te Surinaincn, 
die men bokken gebynaamt heeft: hoe 
trouw en mentclilicvcnd dat zy voor 
malkandercn zyn cn hoe zy malkandercn 
in benodigtheden dc behulpzame hand 
bieden. 

Onder ons Negers in Africa zoude 
even het zelve in zwang gaan ; want 
wy kunnen ons ook met weinig be- 
helpen , en zyn daarom zoo behoeftig 
niet als dc Europiancn : was die Koop- 
manfehap in rnenfehen dair niet inge- 
drongen; zoo dat dc Ouders haar Kin- 
deren dikwils niet ontzien tc verkopen, 
cn dus dc allernaauwfte banden, die de 
natuur te (amen geknoopt had , verbrce- 
kcn. Het is wel waar dat men in Eu- 
ropa zoo ccn uiterlijke handel in rnen- 
fehen niet bcdrvft: maar zoo als ik wel 
Iicb gehoord, hebben hier ccnigc zulke 
flimmc vonden, om dc mrnfehen van 
het geen zy bezitten, tc beroven; dat 
zy wel genootzaakt zyn zig zelvcn aan 
haar of andere over tc geven, op zeke- 
re voorwaarden* die zoo wel na flaverny 

ZWCC- 



ten NEGER. 107 

cweemcn , dat 'er niets anders als de 
naam aan ontbreekt. 

Dc Heer N Het woort opnemen- 
de, zcidc. Dat gy tegens dc Europia- 
ncn en tegen dc Hollanders zoo zyt 
vooringenomen, komt daar van daan, 
dat gy haar zeden en gewoor-tens nog 
niet gewent zyt; wanneer U) wat lan- 
ger hier zult zyn gewceft , zult gy 'er 
wel anders van oordcclcn. Gy zult dan 
ondervinden hoe veel braver en eerlijke 
lieden hier gevonden worden , en het 
Sccn gy nu voor laagheden en verkeert- 
heden aanziet , zal U als dan zeer regt- 
matig en billijk Ichyncn. 

Ik hoop die dag eens tc beleven, ant- 
woordc Thomas , maar ik wil wel be- 
kennen dat ik tot nog toe, die regt- 
matighcid niet heb gevonde , en ik ge- 
loof dat 'er al heel wat tyt toe zal vcr- 
eifcht worden , om my daar van te over- 
tuigen ; maar laten wy het voor dccze 
reis daar by laten beruften myn Heer; 
dewijl ik met dat geit dat gy mv gege- 
ven heb-, om Laken en voering tot een 
kleed voor mv tc kopen, hoen zal gaan 
by ccn Winkelier, om tc zien of ik het 
krygen kan. By wicn zoude ik wel het 
befte te regt kunnen komen? hebt gy 
ook kennis aan cca Lakenkopcr daar ik 



io& Gefchiecknis van 

my op zoude kunnen vertrouwen , dat 
hymy niet bedriegt? Daar zyn 'er hier 
vcrichci.le in de Stad die voor eerlijke 
UeJcn te bock Kun , antwoordc de Heer 
• Daar is 'er voornamcntlijk 
jen, dat een man is, die my wel be- 
ken,- is, en Me ev gcruftclyk op zyn 
woord mag geloven; zegt hem , ik moet 
dat en dar. hebben en laten hem begaan, 
en gy 2 uk zien dat hy u wel zafhan- 
dcleu. 

Dat diende ook wel zoo te wezen zci- 
dc rhomasj want ik heb weinig kennis 
van die Küo;majn!cbap , en de Heer 
N. . . gegroet lubbende, e ing na 
het huis van die Lakenkopcr. Hy daar 
komende, vond hem in zvn Winkel, 
cn hem gegroet hebbende', zcidc dat 
hy hem op zyn woort cenig Laken moert: 
verkopen van die cn die couleur; de- 
wijl hy 'er weinig kennis van had, cn 
dat hy het daarom op hem aan liet ko- 
men. Zeer wel myn vriend zcidc de 
L.ikcnkoper, ik zal u zulke goede waar 
voor u geld leveren , dat gy 'c'r ten hoog- 
itc over zult voldaan zyn : cn daar me- 
de een oud verlegen ftuk Laken krygen- 
dc, dat half van de mot verteert en daar 
Weinig wol op was, zcidc; ziet daur 
myn vncud, daar hcbgy Lakcn dat ZOO 

zagt 



««NEGER. ÏOjl 



2agt als zyde is ; 't is wel waar dat 
een weinig dun is; maar dat komt door 
styn fjrntc: dit geit het allernaaftc zoo 
veel. Belict cv nu dat ik u daar van af 
fnyde? Ik zoude het u raden ; want gy 
zult nooit beter Laken voor zyn geld 
krygen. 

De goede Thomas (om dat dc La- 
kenkoper zoo in ernft fchcen tc fprec- 
ken ) geloofde al het geen hy zydc. 
ïnyn Heer zeide hy ; dewyl ik u op u 
woord geloof en u voor een eerlyk 
man aanzie: zoo wil ik u laten be- 
gaan j maar is dit dc allernaaftc prys? 
Geen penning minder antwoordc dc 
Koopman. Als het dan zoo is geide 
Thomas, fneid zoo veel ellen van het 
(luk af als ik tot een kleed nodig hebbe ; 
t'vvclk dc koopman gedaan hebbende, 
ging met dc voering ook zoo tc werk 
alshy met het laken had gedaan; ge- 
vende hem niet anders als het geen oud 
en verlegen was. 

Als Thomas zyn gekogte goed be- 
taalt had, grocte hy dc Koopman en 
ging na huis. T'huis komende liet hy 
dc Heer N. . . . zien het geen hy gc- 
kogt had. Jk geloof dat ik wel te markt 
ben gewceft zeidc hy tegen dezelve , die 
Koopman heeft my verzekert dat'cr geen 



ï t O Gefchiedenis van 

beter Laken ea Voering voor dat geld 
tc krygen was. 

Dc lieer N. . . . in plaats van het zoo 
goed te vinden, zag 't tegendeel. Dat 
Laken en die Voering deugd niet, zci- 
hy; gy zyt 'er mede bedrogen: want 
het is verlegen en half van dc mot op- 
gevrectcn. 

Hoe kan dit weczen myn Heer ant- 
woordc Thomas: gy zegt immers! dat 
het zoo een ecrlyk man is die gy zoo 
wel kende? Dan ben ik in myn mee- 
ding bedroogen geweeft , hervatte dc 
Heer N. . . . ik heb hem 'er altyd voor 
aangezien ; maar nu zie ik dat ik daar 
in gemift heb. Met dit tc bekennen 
dat gy kunt mirten in uwe denkbeelden 
myn Heer; zult gy mogclyk nog eer 
van zin als ik veranderen over dc ccr- 
lykhcid en beftaanlykhcid der Europia- 
ncn, vervolgde Thomas; daar gy na 
reeds weder een (taaltje van ziet; want 
gy zult my niet kunnen wys maken, 
dat gyniet meer diergelyke (taaltjes on- 
dervonden hebt. Gaat haaftig weder na 

de Lakcnkopcr toe zyde dc Heer N 

cn zegt dat hy u ander en beter goed 
ofuw geld wederom geeft; t'welk Tho- 
mas doende , zyde tegen hem : myn 
Heer daar is u goed wederom , het 

deugd 



een NEGER. III 



deugd niet-, gy kebt my bedrogen, ik 
moet ander cn beter in de plaats heb- 
ben ; of anders moet gy my myn geld 

wederom geven. • 

Zagt, zagt myn vriend, antwoordc 
dc Koopman; wy geven zoo fchiclik 
geen ander goed , ot het geld in dc 
plaats: gy lubt het gekogt cn aflaten 
inyden. Ik zou het nu al wilde ik het, 
niet zonder myn fchadc wederom kun- 
nen nemen; daarom is het tc vergeefs, 
dat gy dc mocytc gedaan hebt van we- 
derom tc komen: vermits ik 'er niet 
toe zal overgaan. 

Niet toe overgaan! Myn lieer heeft 
evenwel belaft dat ik het u zeggen zou- 
de dat gy het wederom moeit nemen, 
zcidc Thomas. Wie is u Heer? vroeg 
dc Koopman. Hy is dc Heer N. . . . 
en hy is altyd van mecning geweeft dat 
gy een eerlijk man waart; antwoordc 
Thomas. Wel dat fpyt my , zcidc dc 
Koopman dat ik dit niet geweten heb; 
ik zoude u als dan beter gcftelt hebben, 
maar nu kan ik het onmogelijk doen; 
dcwyl het reeds afgefneden is: op een 
ander tyt zal ik u beter helpen. 

Dan hoor ik wel myn Heer, zcide 
Thomas, dat gy onderfcheid maakt, wie 
dat goed by u komt kopen! Is het niet 

hc* 



iïi Gefchiedenis van 

het zet zelve wie dit docd als de lieden 
u betalen? dit is geen brave lieden werk. 
Een Winkelier moet zig van het flegte 
zoo wel als van het goede weten tc om- 
doen , zcidc dc Koopman; want anders 
zoude hy daar mede blyven zitten, en 
reken eens wat 1'chadc hy als dan zig 
zoude doen? Dan moeft: hv het Hcgtc 
goed voor liegt verkopen antwoorde 
Thomas, en baten het flcgt bctialcn; 
maar niet voor goed en duur; maar het 
gaat zoo met ulieden , dat als het met 
u belang overeenkomt, en gylieden een 
onkundige voor hebt gylieden daar niet 
van weet, om dien tc bedriegen. Ik 
Zal dan het goed maar weder mede ne- 
men , dewyl het niet anders kan wezen; 
maar gy zult lang wagtcn eer ik wederom 
zal komen om ander tc kopen. Hier 
mede vergramt weg gaande zonder hem 
goeden dag tc zeggen , begaf zig weder 
by dc Heer N. . , . die hoe zeer hy 
anders gebclgt was dat Thomas zoo be- 
drogen was; evenwel in zyn hart moeft 
lachen, dat hy dc Koopman zoo dc waar-* 
heid gezeit had. 

Gy diend ook wel een hoeden koufcm 
te hebben, zcidc de Heer N. . . . te- 
gen Thomas; gaat bv dc Winkelier dié 
woont} ik twytfcl niet of gy zult 

daar 



un NEGER. 113 

thar zeer wel te regt komen ; want dat 
is een man die niet alleen voor zeer eer- 
lijk te boek ftaat; maar zelfs voor vroom: 
hy is in Kcrkcndicnft, en derhalven is 
't niet tc denken dat hy u bedriegen 
zal. Koopt daar dan een hoed cn kou- 
fen van die prys. T is wel myn Heer; 
Zcide Thomas ik ga u wil volbrengen ; 
maar ik hoop niet dat gy weder in u 
mecning mag bedrogen worden; cn daar 
(na dat hy geld van de Heer N. . . .' 
tot zyn Koopmanfchap ontvangen had) 
begaf hy zig na het huis van den Win- 
kelier. 

Hy vond dezelve heel zcdiglijk ge- 
kleed voor zyn Toonbank in de Winkel 
zitten, cn hem gezegd hebbende waar- 
om hy kwam, verzoet hy hem dat hy 

trouwclyk daar in handelen zoude, want 
voegde hy 'er nog by, ik ben daar by 
een Lakcnkopcr gewceft, die my zulk 
liegt Goed verkogt heeft dat het ichan- 
de is ; ik vertrouw van u dat gy my be- 
ter zult handelen: Ik agt dat het maar 
een wccrclds menfeh gewceft is; die 
niet anders als zyn tydelijkc belangens 
zoekt; maar van u gehoord hebbende, 
dat gy een goed Chriften zyt en daar 
by in dienft van de Kerk, maak ik in 

H het 



I Ï4 Gsfchhdenis van 

het geheel geen zwarigheid my op u te 
vertrouwen. 

Dc Winkelier doen met een flyf 
cn betrokken wezen hem aanziende , 
zcidc; Myn vriend om een goed Chris- 
ten te wezen dat heeft al veel in; want 
\vy hebben hier dagelijks tegen zoo veel 
vyanden te ftryden, dat het al wat tc 
zeggen is dezelve tc overwinnen: even- 
wel moet ik u zeggen dat het zeer ge- 
vaarlijk is, wil men niet bedrogen we- 
zen , bv iemand goed tc kopen, die niet 
anders als wereldse inzigten heeft; want 
200 een man mankt geen rwarighcid om 
de goede lieden te bedriegen cn daar- 
om zonde ik dezelve ahoos raden van 
by dcugtzamc heden tc gaan; die zyn 
cltyd meteen klein winsje tc vreden cn 
daarom niet genegen om iemand tc mis- 
leiden. 

Zoo behoord het ook tc weczen , 
2cide Thomas; maar laat my eens ccni- 
ge Hoeden cn Koufcn zien. Dc Win- 
kelier daar op ccnigc van dezelve gekre- 
gen hebbende, zogt 'cr een Hoed cn 
een paar Kouten uit , cn hem dezelve 
toonende , zcidc : ziet daar myn vriend, een 
Hoed en Koufcn die ik u op myn woord 
verkoop; al waait gy een Ecdclman bc^ 

hoef- 



ten NEGER. 



ocfdc gy u zclvcn niet tc fchamen om 
,c tc dragen, en ik raad u daar aan. 

Thomas daar op dc Hoed nemende en 
dezelve ziende, dagt dat die wat hart en 
'ftyf was, en daar by weinig voorzien 
Jvan hair of wol; zcide drarom tegen dc 
Winkelier het geen hy 'er van dagt: die 
daar op antwoordc. ö Myn vriend dat 
is niet niet al! Dat hy u zoo voorkomt, 
is dat gy 'er zoo weinig kennis van hebt; 
die hardigheid en ftyfhcid is niet an- 
ders, als dat de ftoffagic zoo vaft in 
malkandcrcn gewerkt is en dat hy zoo 
min wollig is, komt door zyn iynte. 
Thomas geloofde al het geen hy zeidc ; 
zettede daarom den Hoed op zyn hooft 
en bevindende dat dezelve hem pafte, 
vroeg hoe veel geld hy daar voor heb- 
ben moeft. Dc Winkelier hem daar 
op antwoordende zeidc; als ik als een 
werelds menfeh of die geen die niet an- 
ders als zyn tydelijkc bclangcns behar- 
tigt, te werk ging, zoude ik daar twee 
Ducatcn voor moeten hebben; maarde- 
wyl ik met een gering winsje te vrecdcu 
ben, zult gy my maar zeven guldens 
daar voor geven. Is dit het allernaaftc? 
Vroeg hem Thomas , geen duit minder 
myn vriend , antwoordc dc Winkelier 
ik zou 'er zonde van maken dat ik ie- 

H z mand 



H $ Gefchiedenis va» 

mand, overcifchen zoude. 'T is Wül 
zcidc Thomas, cn daar op ook ccn pa.!; 
Koufen op dc Winkelier zyiï woord ge- 
nomen hebbende, betaalde hy het cc 
cn andere. Ondcrwylcn dat Thoma 
wagtcn moeft tot dat de Hoed opge 
toomt was , hadden zy nog ccnigc zee- 
digc cn ftigtclijkc geiprekken met mé* 
kandcren t daar op Thomas vandcWin- 
kclicr afichcit nemende , begaf zig we- 
der na huis. 

De Heer N. . . . bezag het geen hy 
gekogt had , cn de Hoed cn Koufen 
kwamen hem redelijk wel voor. Wat 
zegt gy nu zcidc hy tegen Thomas ; 
blyfi gy nu nog by u gevoelen, als of 
hier geen eerlijke lieden waren? Myn 
Heer zeidc Thomas, ik heb niet eczeid 
dat 'er in het geheel geen eerlijke lieden 
hier zyn; maar wel dat 'er zeer weinige 
waren : Onder die weinige heb ik nu 
dccze man gevonden, dat waarlijk ccn 
goed Chriftcn cn ccn eerlijk man fchynt 
te wee zen. Daar op verhaalde hy hem 
Wat ftigcclijkc redenvocringen zy te fa- 
men gehad , en hoe hem de Winkelier 
had te verdaan gegeven, dat men nooit 
anders als by vroomc lieden zyn goed 
diende te kopen a en dc redenen waar- 
om. 

Pc 



un N E G E R. 117 

De Nadcmiddng wilde de Heer N.... 1 
een wandeling met Thomas doordc Stad 
;aan doen , en liet hem die nieuwe 
Coufcn aantrekken cn nieuwe Hoed op- 
zetten. 

Toen zy een weinig gcwandclt had- 
den, wierden zy van een geweldige re- 
genvlaag overvallen; zoo dat zy eer 
zy ergens gclcgcnthcid hadden om tc 
fchuilen , reeds braaf nat waren gewor- 
den. Weder na haar vcrblyf tc rug ge- 
kcert zyndc, wilde Thomas zyn Hoed 
met de neusdoek afvergen: maar wat 
was hy verwondert, het geen hy ecrfl 
voor een glanzighcid cn tynighcid aan- 
gezien had, nu tc ondervinden dat het 
niet anders was als gom, 't welk die fty- 
vighcid cn hardigheid in het behande- 
len tc weeg gebragt had , cn die door 
dc vogtighcid weck zyndc geworden , 
men 'er met een doek nfkondc vegen. 
Men kon doen ook bcfchcidcntlijk zien 
dat het maar een oude Hoed was ; die wat 
was opgemaakt en om die reden met de 
gom betreken. Na zyn Koufcn ziende 
hoe of die zig al gehouden hadden, bc- 
yond hy dat aan een van dezelve die hy 1 
aan zyn reqter been had, een gat van 
agter aan de kuit was gekomen zoo groot 
als een Hoender cy; 't welk vcrooizaaky 

H * * 



1 1 8 Gtfchitienh van 

was dat 'er behendig zoo een ftuk ingc- 
lapt is gewceft. 

Dur hebt gy dc eerlijkheid al weder 
van dc Amfterdammcrs , zcidc Thomas; 
dit bedrog is my nu gclchiecvan iemand 
die voor vroom tc bock flaat; wat zul- 
len dan dc anderen wel niet doen! Wat 
zege gy nu myn Heer; blyft gy nog by 
u gevoelen? Dc Heer N. . . . kolt 'er 
niet veel op antwoorden; dewyl hy het 
bedrog zag: hy trok alleenlijk zyn fchou- 
deren op en zeide, dat alfchoon hy zag, 
dat 'er onder luiden die dc naam van 
vroom en Chriftelijk hadden , ook be- 
driegers varen; hy daarom niet naliet tc 
gelooven, dat 'er ooi; veel eerlijke lie- 
den onder waren : dat'cr onder ccn mant 
inct Appelen die 'er alle op het oog wel 
uitzagen, wel ecnigc kotten weczen die 
van binnen rot en aangeftoken waren ; 
maar dat daarom niet gezegt koft wer- 
den, dat dc anderen niet goed waren: 
dat het met dc menfehen ook zoo ge- 
ftclt was, waar van eeniqc in fchyn dc 
vroomheid en deugt nabootftc: en daar 
door de lieden bedrogen; maar dat het 
zoo met alle niet gcftclt was; dcwylmcn 
overal waarc vroomc vondt. Thomas 
daar en tegca bleef by zyn gevoelen , 

<kt 'er in een Land waar dc gewin en 



ten NEGER 



baatzugt zoo groot was, zeer weinige 
waarc vroomc en eerlijke liden koftcn 
gevonden worden. 

Terwijl de Heer N. . . . tig met zyn 
Familie en Thomas zig daar ophiel- 
den, gebeurde het dat 'er iemand van 
zyn kenniflen na Suriname zou vertrek- 
ken. Hy nam dcezc gclcgcntluid waar 
om te zien of hy ook ccnigc goederen 
met een brief aan de Heer le Sage zou- 
de kunnen zenden. Hy fprak daar over 
met die kennis cn met de Schipper van 
het Schip, die hy een prefent beloofde, 
indien hy het voor hem wilde te werk 
ftcllen. De Schipper maakte daar ccni- 
gc fcwaarigheid in j maar het aanhouden 
van de Heer N. . . . die tegen hem 
zcidc dat het in zyn weg was, die hy 
te bezeilen hul, nam hy het op zig 
om het ter uitvoer tc brengen. De Heer 
N.... gaf hem het plan der legging van 
het Eiland in hinden, en bezorgde het 
goed, 't geen zyn vriend mede zoude 
nemen , met volmagt dat zoo zy het 
Eiland niet koftcn aandoen, hy het goed 
tc Sarinamen verkopen zoude, en hem 
'er weder andere goederen of geld voor 
in de plaats zoude zenden. 

De Brief welke hy aan de Heer le 
Sage mede gaf, behelsde zyn gelukkige 

H 4 aan- 



iio 



Gcfchiedenis va% 



aankomft in Holland, cn voor al hctgoc^- 
dc aan hem cn dc zync bewezen, zond 
hy aan zyn Ed. tot dankbetuiging, het 
nevensgaande prefent, cn verzogt, dat 
hy hem met een Lettertje wilde verec- 
ren; om ccnigc kondfehap van hem tc 
verkrygen , cn bcfloot met een wenfeh 
van des Hemels Zegen over zyn Ed. Per- 
foon, en dc gchccle Volkplanting. 

De Heer N. . . . hier mede bezig 
zynde, nam Thomas dccze gclcegcnt- 
hcid waar , om een brief aan de Heer 
1c Sage tc fchryven; dezelve was van de- 
zen inhoud. 

Aan dc Heer le Sage; myn waarde 
wcldocndcr cn Vriend. 

„ Indien de menfehen zig doorgaans 
„ fchuldig maken aan ondankbaarheid; 
3 , met de weldaden die zy van iemand, 
„ waar van zy verwydert zyn , ontfangen 
„ hebben , uit haar geheugen tc ban- 
„ nen , zoude ik my zclrcn indien ik 
„ deeze gclcgcnthcid voorby liet gaan, 
„ fchuldig mnken. Weet dan myn Heer 
„ dat u goetheden aan my bewezen, nog 
„ niet vergeten zyn cn uwe weldaden 
„ zoo lang in myn gedagten zullen bly- 
„ ven als 'er adem in my is. Mogt ik 
„ het geluk hebben van uw mondclijk 
*, daar nogmaals voor tc bedanken, wat 

zou 



ren N E G E R. rzi 

l' y zou my dit een genoegen geven ! 
>, Maar dcwyl den Hemel dit niet toe- 
„ laat cn \vy van een zyn , zoo kan ik 
„ het niet anders als Ichriftclyk doen. 
„ Neemt dan de wil voor dc daad, en 
„ verbeeld u een Pcrfoon die met 
u zcdclcfTcn bezwangert , dezelve hier 
9 y heel wel nodig heeft , om zig daar 
„ mede te wapenen, tegen zoo veel aan- 
vallen cn verleidingen waar mede zyn 
gemoed in dit land beftormt word. 
„ Een land zeg ik waar in men zoo wei- 
yy nig waarc vroomc cn eerlijke lieden 
„ vind, dat zoo my uwe waarlchouwin- 
gen en vermaaningen niet tc hulp 
kwamen , ik groot gevaar zoude lo- 
;y pen van in myn oude twyfclary tc 
„ vallen, alles word hier aan debaatzugt 
„ en aan het gewin opgeoffrrt ; zelfs die 
„ gecnen die dc naam van vroom voc- 
„ ren , ontzien niet zig daar aan te vcr- 
„ grypen: denkt dan eens hoe het met 
„ andere gcftelt is , die ;;ig weinig met 
„ zulk een naam bekreunen. Dit doet 
,, my geduurig om u Eiland denken, 
„ waar in de menfehen fobcr levende 
„ cn even ryk zynde, die baatzugt geen 
„ phats heeft, en waar in dc ware trouw 
„ cn liefde na de regelen des Geloofs 
„ die zy bclyden , geoeftent word. 

H 5 «Ge- 



12.. 



Gefchiedenis van 



„ Gelukkig Eiland daar men geen 

twee Heeren te gcWk dient, te wc- 
„ ten God en het Geld; maar daar men 

metzyn lot te vreeden, de goederen 

gebruikt zoo als het behoort, zonder 
„ daar zyn hart aan te hangen en daar 
„ men dervende van affcheid , zonder zig 

zcl/cn daar over te bedroeven! Ge- 
„ lukkig Eiland daar men van al die 
„ (limme vonden niet weet, om mal- 
„ kanderen te bederven, die men wel 
„ op andere plaatzen gewaar word , en 
„ waar door men groot gevaar loopt zyn 
«, ziel te verliezen ! Maar ik zoude 

om het Eiland denkende u wel vcr- 
„ geten, myn Heer, ik bcdankc uw nog- 
„ maals voor het goede aan my gedaan 
„ en fmeeke den Hemel dat hy het u 
„ wil vergelden, dat hy U in uwen ho- 
„ gen ouderdom met zyn kragt wilon- 

derfteunen , en u hier namaals cens 
„ deelgenoot wil maken van een beter 
„ leven als dit is ; 'T welk van harten 

„ wenfcht 

Uwen Onderdanige en Dank- 
schuldige Dienaar 

THOMAS. 



Dccze 



een NEGER. 12$ 



.Dccze Brief gefchrceven cn verze- 
gelt hebbende , gaf hy die aan dc Heer 

N. . . . die haar in de xjrne floot cn 

aan zyn Vriend ter hand ftclde, om 
aan dc Heer le Sage over te geven. Het 

Schip vertrok en dc Heer N kreeg 

geen tyding voor dat een halfjaar vcr- 
itreken was. Zyn Vriend zond dc Brie- 
ven wederom, cn fchrcef 'er by; dat 
zy op die hoogte gekomen zyndc, waar 
het Eiland moeft leggen, wel een zware 
nevel gezien hadden ; dat zy'cr zig ook 
in begeven hadden; maar dat dc Schip- 
per niet durvende zig langer daar in be- 
trouwen , bet Schip had laten wenden 
en zig daar uit begeven had; dat zy ge- 
zond cn wel tc Suriname aangekomen 
waren , cn dat hy dc goederen verko- 
pen zoude cn hem andere in de plaats 
zenden. 

Dit fmerte de Heer N. . . . gewel- 
dig en Thomas was 'er zeer over aan- 
gedaan; dewijl zy daar door alle hoop 
verloren , Tan ooit tyding van het Ei- 
land cn van de Heer le Sage te verne- 
men ; want zyn Vriend had ook nog by 
bet gecne gezegt is gefchreven, dat hy 
hem rade geen moeite daar omtrentmeer 
tc doen; alzoo 'er niemand zoude we- 
zen, die het zou willen te werk ftcllcn 

cn 



\14 Gefcbiedenis va;i 

cn een Land zoude zoeken aan te doen; 
daar het zoo gcvairlijk was om by tc ko- 
men. Dit deed hem 'er dan voor altoos 
Yan afzien. 

In al dien tuflehen tyd viel 'er niets 
aanmerkelijks voor met Thomas; als dat 
hy meer dicrgciyke gevalletjes van be- 
drog , zoo als \vy 'er reeds twee gemeld 
hebben, ondervonden ludj 'c welk hem . 
nog meer in zyn gcvoclc verfterkte, dat 
'er weinig eerlijke cn dcugttame lieden 
waren. Onder anderen was hem 'er ccn 
ontmoet, 't geen nog wel verdient aan- 
gc tekent te worden. 

De Heer M had ccn huis tc Am- 

fterdam gehuurd; hy hield Thomas meer 
voor gczclfchap cn voor zyn Vriend , 
als wel voor zyn Dienaar by zigj cn gaf 
hem derhalven de vryheid van tc gaan 
waar hy wilde. Thomas hr.d daar doof 
verfchcidc kenniflen gekreegen, die hy 
wel eens ging bezoeken. Hy eens op 
ccn avond aan het huis van dezelve we- 
tende, cn daarwatlaatblyvcr.de, begaf 
zig om half twaalf na huis. 

Onderweg ontmoete hem twee Vrouw- 
lieden , die hein vroegen of hy met 
haarlieden meede wilde gaan om zyn 
vermaak met haar te nemen. Thomas 
die geen kift tot diergelijke fpcUctjec 

had 



un NEGER. izj* 

had, zcidc, dat hy daar niet toe gene- 
gen was en dat zy hem daarom met vre- 
de zoude laten gaan ; ma?r in plaats det 
haar dit zoude weerhouden , deeden zy 
hem aan cn hielden hem ftaandc, zeg- 
gende dat zy hem niet los zoude laten 
of hy zoude met haar mede gaan. Tho- 
mas had een goede rotting by zig cn 
wilde haar daar mede van het lyf wecrenj 
maar in plaats dat zy daar door zoude 
zyn verfchrikt geworden, bcgoftcn zy 
ccn leven te maaken en om hulp tc 
fehrecuwen ; als of 'er iemand was gc- 
tvceft die haar ccnig leed wilde doen. 

De Ratclwagt quam op ditgcfchrccuw 
terftont toefchieten; die de Vrouwlie- 
den daar op die wvzc met Thomas be- 
zig vindende, deeze tegen haar zcidc, 
dat hy haarlieden gcwclt wilde doen, zy 
Ticlen hem ten cerften Qp het lyf, pak- 
te hem aan, en zeiden; dat hy zig aan 
haar over moeft geven of dat zy anders 
gcwelt zouden gebruiken. Wat zoude 
Thomas doen? Zig tc vcrwccrcn was 
voor hem niet raatzaam, ook waren zy 
gewapent en met haar beiden. Dit 
deed hem dc zagtfte weg verkiezen en 
haar verzoeken dat zy hem zyn weg 
zouden laten vervolgen ; want dat hy in 
het geheel niet van zin geweeft wa* 



1 1.6 Gejcbiedenis van 

die Vrouliedcn ecnig kwaat tc doen: 
nvur dat zy hem in tegendeel aange- 
daan haiden. Dit mogt niet helpen: zy 
namen hem tuiTchcn beide in en fleepte 
hem tcgens zyn wil en dank mede: 
tcrwyl de Vrouwlieden het hazepad ko- 
zen. 

Thomas was in de grootftc vrees des 
wcrclts; dcvvyl hy niet wift wat een uit- 
einde dit fpcl zoude nemen: hy borft 
daarom in dier bcnaauwthcid al giandc 
in deze droevige klagten uit: 6 geluk- 
kig Eiland! Was ik heden in u; zoo 
zoude my dit kwaad niet overkomen en 
ik zoude bevryd zyn van een ovcrlaft 
daar ik my thans in bcvinde. Gelukkig 
Eiland! Daar het bederf en de zeden 
van een ander, dc onfchuldige niet in 
verwert en dc goede voor de kwade niet 
behoeven tc lydcn. 

Dc Ratelwagts hem zoo over dit Ei- 
land hoorende roepen, vroegen hem wat 
of hy daar mede meende en wat dat voor 
een Eiland was; wy zyn hier in Am- 
fterdam zcide zy , wat hebben wy met 
de Eilanden tc doen ? Maar vervolg- 
den zy wydcr, wy zien dat gy zoo bc- 
vreeft zyt; hebt gy ook geld by u? Om 
wat redeu vraagt gy dat? zeidc Thomas. 
Pm als gy ons van het zelve wat wik 

geven 



ten NEGER. tz 7 

geven, wy u los zullen laten. Hoe 
yccI moet gy wel hebben? vroeg Tho- 
mas. Als gy een Ducaat wilt ^eevcn, 
zullen wy it laten gaan antwoorde zy % 
Thomas een klein Goudbeursje , 't geen 
hy by zig had , uit den zak halende , 
nam daar een Ducaat uit en gaf ze haar. 
Zy lieten hem daar op heen gaan, ter- 
wyl.hy haar hoorde zeggen, dat zoo zy 
geweten hadden dat hy zoo veel Geld 
by zig gehad had , hy daar zoo gemak- 
kelijk niet zoude afgekomen zyn. 

Thomas was vcrblyd dat hy vry was, 
cn daar zoo goctkoop was afgekomen, 
cn fpocdc zig zoo haaftig als hy konde 
om t'huis te zyn. Alshy daar gekomen 
was, was de Heer N. . . . nog niet tc 
bed gegaan en vond dat die met ongclc- 
genthcid hem zat tc wagtcn. Hoe blyft 
gy zoo lang uit Thomas vroeg hyhem, 
waar zyt gy zoo lang gewceft ? of is u 
iets ontmoet dat u zoo lang opgehou- 
den heeft? Want ik ben zulks van u 
niet gewent. 

Al weder een ftaaltje van de Eerlijk- 
heid en het goed gedrag dat men hier 
ontmoet; antwoorde Thomas, cn daar 
op de Heer N, . . . verhalende 't geen 
hem ontmoet was; verwonderde die zig 
j^eer. 



:ztf Gefcbiedenis van 

Gy zyt daar gelukkig afgekomen zei- 
de de Heer N. . . . gy zoud 'er door in 
hc^tcnis hebben kunnen raken, en dan 
zoud gy 'cr mogelijk zonder klederen tc 
fcheuren niet zyn afgekomen; want wie 
zou hebben kunnen getuigen of gy on- 
fchuldig was of niet? Als het daar al 
op aangekomen was zeide Thomas, zou 
rayn rjocd geweten wel voor my gepleit 
hebben, waar door ik my vrymocdig by 
den Rechter zou hebben kunnen ver- 
antwoorden. Ja maar die vrymocdig- 
hcid voldoet by den Rechter niet; zei- 
de de Heer N. . . . daar moeten goede 
bewyzen en getuigen zyn, of het zou- 
de weinig baten; want de grootftefchurk 
heeft dikwils de grootftc vrypoftighcid; 
daar een eerlijk man al is hy onfchuldig, 
zulks niet heeft. Dan is zoo een onfchuldi- 
gc wel tc beklagen hervatte Thomas , 
die in diergclyke omflandighedcn is als 
ik ben gcwcclt. Dit is zoo zeide de 
Heer N en ik rade u daarom voor- 

ziqtigcr tc weezen en vroeger t* huis te 

komen, ö Gelukkig Eiland! Riep Tho- 
mas uit; daar men des nachts zoo vei- 
lig is als by den dag, en daar men in 
geen omftindigheden word ingewikkeld, 

die zoo gevaarlijk in haar gevolgen zyn. 

Daar 



een NEG E R. 119 

Dnar op ging dc Heer N. . . . cn 
Thomas zig ter ruil tc begeven. 

Hy had d i c nafit het zeer oncerafit: 

4 O O 

zodanig lag hem die geval nog in v$Vk 
liuoftt tc malen, Wat fcckcdicid kan 
men hier hebben zcidc hy in zig ztl- 
vcn om geruft tc leven, na dien men 
zelfs bloot fu.it van mifdaden bctigt , 
cn daar om geftraft tc worden, daar 
men nooyt om ged/gt hoeft. Ach ! 
Zcidc hy; waar (laat een menfeh niet 
al voor bloot cn wat heelt hy dog in 

fc*n leven tc wngtcnï Dcwyl het gord 
cn kwaad zodanig ondcrnulkandcren vcr- 
menet is. Dus mymcrende viel hy cin- 
delvk in flaap dog in plaats van hom tc 
verkwikken, maakte die hem eer nog 
ongerufler. 

Hy droomde dat hy ovcrflnat gaan- 
de, twee vegtende peri'ooncn ontmoe- 
ten, die mnlkandcren met groote mcf- 

fen tc keer giggen. Hy verbeelde y.ig 
*et in aller haalt na toe tc fpocden om 
dezelve tc fchyden ; maar wuinccr hy 
claar digt by was gekomen, fchcen een 
van de' twee een fteek tc krygen die 
doodelyk was: waar op den anderen het 
mes latende vallen, de vlugt nam. Hy 
verbeelde zig daar op na den gekwetften 

toe te fchiacn, om hem in zyn armen 

I tc 



ijö Gefcbiedenis van 

te ander (leunen, die daar in den geeft 

gaf, fuift als daar ecnigc Meden die op 
zyn kermen uit haar huilen kwamen 
lopen, hem in die toeftand vonden; 
in dc armen van Thomas den geeft gc- 
vcn.lc Thomas verbeelde zig dat ty hem 
voorden dader van het feit aanziende, 
hem voor een moordenaar uitfcholdcn 
dat hy zyn onfchuld te kennen gaf en 
tcrvvl hy hier mede bezie was, kwa- 
men de dienaren van het geregt aan en 
bragte hem in hegtcnis. 

Hy droomde vervolgens dat hy voor 
den ivcgtcr moeft vcrlchyncn, daar hy 
zyn on aan tc kennen gaf 5 maar 

dat hy geen bewyzen by kunnende bren- 
gen van zfti onlchult, op de getuigenü- 

Ich die dc luiden van hem gaven, van 
den zclvcn veroordeelt wierd om ont- 
hoofd te worden. Hy verbeelde zig 
na dat hy ccrit ecnigc Jammcrklag- 
tcn uitgeboezemd had , op een fcha- 
vot te verfchynen ; maar hy wierd op 
het ogenblik wakker van fchrik , als hy 
zi^ verbeelde dat dc fchcrprcgtcr toe zou- 
de flaan. Hy fprong zelfs van iftbrik 
overcinde , en kon in langen tyd zig 
niet tot bedaren brengen > tot dat den 
dag aankomende , hy opftond om zig 
door het leezen ia ccn goed bock een 

«7* 



een N E G E R. ijt- 

wynig tc veranderen ; dcwyl de Heer 
N. .... nog geen ten van het huiigezin 
was opgeftaan. 

Het cerfte dat hy by dc hand vond , 
was een bybcl dewelke hy opflaandc, dc 
Prediker van falornon in het oog kreeg, 
en dcwyl dit een bock is t' welk dc 
ydclhcdcn van den Menfch, zyn handel- 
en wandel op een levendige wyzc voor- 
field; zoo kon hy dit opzig zclven zeer 
wel tocpaflen , wegens het geval dat hy 
des nagts gehad had, en de droom die 
daar op gcvolgt was. Het vyfticndc 
vers van het zevende hoofdituk gaf voor- 
namelijk een grootc indruk op zyn ge- 
moed, als hy las „ Dit al lubbc ik gc- 
„ zien in dc dagen myncr ydelhcyd: 
„ daar is een rechtvaerdige, die in zy- 
„ nc gerechtigheyt ommc komt: daar 
„ en tegen is 'er ccn godloze die in 
„ zync "boosheit (zvnc dagen) ver- 
„ lengt. „ Ach! Riep hy uit; hier 
leer ik uit dat zelfs dc Deugd niet vry 
is van vervolgingen cn dot dc godloos-* 
hcid in tegendeel ongc 

Onder het lezen was dc Heer N: 
cn zyn huifgezin opgeftaan. Hy ging; 
dezelve goede morgen zeggen: maar 
deeze vond zyn weczen zodanig be- 
trokken en onftcld dat hy wel kon mcr- 

I z ken 



ï 5 2 Gcfchi edenis ïa;t 

ken wat 'er in zvn hart omging Hoe 
ziet er zoo nit Thomas ssydê hv; 
zytgy niet wel, of heeft de fchrik van 

de voornagt u neg bevangen? D.iar op 
verhaalde 1 hoinas hem de on gerufte 
nagt,, die hy gehad had, en zync droom, 
dot hy was opgedaan en de prediker op- 
fhandc ceni^c fprcuken daar in had rc- 
vondvn, die hem zeer aarigedann had- 
den. Onder andere bragt hy Het zoo 
cvcrgemcldc vers by, Vgcen hem het 
meci: getroffen had. 

Wat wil dit nu alles zegden? vroeg 
hem de Heer N Thomas ant- 
woordt ; dat dit zoo zyndc , men in 
liet geheel nergens meer ftaat op kan 
maken; dcwyl Deugd en ondeugd even 
•clijk bloot ftaan voor goed en' kwaad* 
Wel is d dan de wyzc ondcrrigtïng van 
<lc Heer 1c Sage zoo vergcetcn ? Vroeg 
hem de Heer N. . . dat men hierop 
deze wccrcld op de uttkotnften der men- 

fchclijkc rerrigtingen niet moeft zien; 

maar dat men een ander en beter leven 
te verwagten hsd, w.i.ir Deugd en on- 
deugd op een regtmatige wyze zullen 
beloond en geftraft worden. Salomon , 
vervolgde hy wyrlcrs, zegt immers zelfs 
op het einde van zyn Tr^ker, „van 
„ alles dat gehoord is , is het einde van 



een NEGER. i 

„ de zaak; Weeft God, endehoudzy- 
nc geboden; want dit (betaamt) alle 
„ menfehen. Want God zal ieder werk 

in bet Gcrigtc brengen , met a\ dat 

„ verborgen is, 't zy goed , of 't zy 
., kwaad/' wat wil hy Wier anders me- 
de te kennen gecven als dit: Stoor u 
niet aan de vetborgc wegen die God m 
zyn voorzienigheid in dit leven houd: 
liet moe: u in tegendeel aanleiding gec- 
ven , om aan een ander als dit is te ge- 
loven; want God kan dog niet anders 
als een God van order wezen. 'T is 
dei halve U billijk dat men hem vrceft co 
ontziet , dcwyl hy te zyner tyd een ie- 
gelijk na bét gene hy verdient heek, 

vergelden zal. 

Hier mede Thomas een weinig te 
vi eden gefit lt hebbende, gingen de Heer 

N 'en hy te la ncn ontbyten. Maar 

de liefde die' tot nog toe dit huisgezin 
met vrede hul gelaten , koft eindelijk 
niet nalaten het zelve een weinig te ver- 
llooren, en hy iaat toe bck .va ne voor- 
werpen vindende om ivn rol tc ipcelcn, 
fteldc hy het dus te wcik. 

De Dogter van de Heer N. . . . d»c 
Agncs, gciiaamt was , had al voor ccnigc 
tyd de ouderdom bereikt, dat de Liefde 
bekwaam was haar hart in te nemen; 



1 34 Cefchieücnls van 

%y was al negentien jaren; Maar eerwy 
iets verder van haar melden, zullen wy 
cerft baar gedaante cn hoedanigheden 
befchryven. 

Zy was middelmatig van poft uur, blank 
van vel, een weinig aan dc gcclc kant, 
door dien zy onder een warm Climaat 
geboren was : had levendige blaauwc 
oogen, een gelaat dat zeer regelmatig 
was, blond hur cn was tangcr van lig- 
haam, bchalven een minnelijke goed- 
aardigheid cn openhartigheid, bezat zy 
ook een goed oordcel, een levendigheid 
van geelt 5 maar liet geen wel het voor- 
naam ftc was, een liefde tot de Deugden 
tot het eerlijke. 

Al deze (cho mc hoedanigheden, ge- 
voegt byeen lichaam 't welk fra.ii was, 
waren wel waardig bemind te worden; 
maar dewijl 'er geen zyn gewceft die dc 
zelve gewaar wierden , was zv tot no<r 
toe zonder amzoek gebleven , cn het 
firheen dat de liefde haar hart Zelfs eerft 
vennceftcren wilde , eer dat hy dat van 
een ander over haar beminnelijkheden 
innam. 

Zy had al overlang de goede hoeda- 
nigheden, die Thomas bezat in aan- 
merking genomen ; nnar her was tot nog 
toe nietb meer als ccn blootc befchou- 

wing 



ten NEGER. I?f 

wins scwccft die haarc agting voor hem 
ingeboczemt had: thans wilde haar nood- 
lot het anders cn veranderde dezelve in 
een liefde , die om haarc byzonderhetd 
vcclcn wonderlijk voor zat komen; maar 
die nogtans wegens haar oorzaak zeer 
regtfehapen was; dcwyl haar beider har- 
ten met liefde tot de Deugd bezield we- 
zende, niet anders als ovcrccnftcmmcn- 
dc gevoelens koft veroorzaken. 

Haar Liefde was van een andere na- 
tuur als dezelve gemeenlijk is, die maar 

op de uiterlijke fchoonheid cn geftalte 

der voorwerpen ziet; de haarc was ver- 
hevener en bctragtc meer de fchoonheid 
en hoedanigheid der Ziel , waar mecdc 
haar gelieft voorwerp bezield was. 

De zwartheid van Thomas oclcttc 
niet, dat hy van Mejuffrouw Agncs be- 
mind wierd; Maar op wat voor eenwy- 
zc hem dit bekent gemaakt? Dit was 
voor haar een grootc zwarigheid cn 
fchecn tegen de eerbaarheid van een 
lon^e Dogter te ftryden: wat weg dan 
t'c verkiezen om tot haar oogmerk tc 
komen? Hier mede zig ccn.ge tyd op- 
houdende om tc denken , vorderde zy 
daar weinig mede. De wonde die zy 
overal met haar omvoerde, diende ge- 
nezen te worden! Dc Liefde cin- 

1 4 üc t 



' 1<S Gcfcbiedenls van 

delijko ? d cra? ag.{ c ]i ikc r iua-ntc'cw i,,- 

nendc, bcfloot zy hem haar hart te o- 
penbaren en hem bar genegenthcid be- 
Kcnt te maken. 

Zy nam dc gelegenheid waar als by 



alle n 



by haar was. Zy maakte in den 
beginne cerft ecu onvérfchillig praatje 
met hem, daar na op het ftuk van lief- 
de met hen vallende, vroeg zy hem hoe 
dat het kwam dat hy niet en trouwde 
Ik . ; ifhouw! Kide Thomas, wie zon 
my dog willen hebben ? Het was goed 
als h:ereenigc Negerinnen waren, daar 
mogt 'er nog ccn onder wezen die my 

tot haarman nam; maar geen blanke aal 

>"■)• daar toenemen. Hocwectgv Jat zeidc 
A.^nes, dewijl gy het nog nooit iemand 
ge vraagt lubt; maar zoo het u eens voor- 
kwam dat de een of andere Jonge dok- 
ter liefde voor n had , tn hec n tc kcS- 
nengaf zouJ gy dezelve dan wtlaf- 
qaan? Hctkoft 'erna wezen antwoor- 
dc ihomas: maar ik geloof niet dat my 
cUt ligt gebeuren zal. Wel als ik dan 
cens zyde dat ik u bemin Jc , hoe zou J 
gv " daar in houden vroeg Agnes. Ik 
2o.de denken dat gy in : t m f potte 

.antwoprde Thomas j want ik 'ben veel 
tc onwaardig onj van u bemind te wor- 
dca. üuc ot Aj.ics h 

2HU 



een NEGER. 137 

aangczigt \ welk rood was v.m fcluamte 
en ecu" bcvcr.de ficm, die haar vreeze 
tc kennen gaf, aanfpreckende , deed zy 
het op dc volgende wyze. 

Hoor Thomas tcide zj alhoewel het 
my weinig voegd een Mansperfoon zelfs 
aan tc fprecken zoo weet ik dog dat 
gy al re bcfehcideo zyt om 'er u roem 
op tc dragen , of my daarom te verden- 
ken. Myn Liefde is gegrond op de re- 
den en op deugd, en daarom Ichaamik 
my niet dezelve tc openbaren, aan u 
die 'er het voorwerp van zyt. Uwe 
hoedanigheden zyn my bekent. Dcwyl 
ik daar veel genoegen in neem, is het 
dat gy myn hart gewonnen hebt; ver- 
werp dan die Liefde niet die ik voor de- 
zelve heb; en maak my cn u gelukkig 
met u daar aan over tc geven. Ik gecve 
u eenige tyd tot bedenking, cn vcrwagt 
eerlang een voldocncnd anrwoort van 
11 ; Daar op uit fchaamtc heenen 
gaande tonder na antwoort tc wagtcn , 
liet sy Thomas in de grootftc verwon- 
dering des wcrelts alleen. 

'1* ïornas met aandagt torgcluiftcrt 
hebbende toen zy hem haar Liefde had 
verklaart, was 'er zodanig door verrukt, 
dat hy een wyl tvds als van zinnen be- 

oofc was; wie zoude ooic gedage licb ~ 

I < ben 



I}S Qtfchiedenh van 



ben dat my zulks zoude tc vooren ko- 
men, ik my bemind van Juffrouw Agncs! 
Een Maagd zonder wccrg.i, en d'ic al 
de hoedanigheden bezit die een braa- 
vc Juffer paffen, daar by een ecuigc 
Dogccr van Ouders die ryk zyn ; ik 
kan het bezwaarlijk gcloovcn. Maar 
myn ooren hebben het zelfs gehoort , 
rn myn oogen dc ontroering in haar 
wezen gezien , die 'er in haar hart om- 
ging ! maar wat gedaan in zulk een om- 
Aandighcid ? Myn hart zou haar wel 
willen believen; maar dc achting en eer- 
bied die ik voor haar ouders fchtlldig 
ben , weerhouden my. Wat dan ge- 
daan /eg ik nog eens. Het beft is my 
by haar Vader tc vervoegen, en hem 
de zaak tc openbaren; vind hy het goed, 
dan is het is het meer als al te wel, en 
vind hy het kwalvk, dan is het beter 
dat ik my ni Zjrn zin fchik , als een 
Rian te bedroeven daar ik zoo veel aan 
vcrpligt ben. 

Met deeze gedagten begaf hy zig by 
de Heer N T . . . . en als hy gclcgcnt- 
hcid gekreegen had om hem "alleen te 
fprecken, fprak hy hem aldus aan. Myn 
Heer zcide hy, ik moet u iets bekend 
maken , daar gy u ten hoogftcn over 
zult verwonderen ; m;ur ik bid u ver-* 

leen 



een NEGER. 



leen my ccn weinig uw aandagt, want 
gy 7.vt zoo naauw in dc omftandighcid 
der zaak betrokken , dat gy het ten hoog- 
l\c nodig zult hebben. 

Wat is het dan Thomas, vroeg de 
Heer N. ... ik ben nieuwsgierig het 
zelve te wcetcn , gv kunt ten vollen van 
myn infehikkclykhcid verzekert zyn. 
Myn Heer zeidc hy, u Dogtcr is op 
ccn Pcrfoon verlicft, die het gantfeh 
niet waardig is, en dit kom ik u open- 
baren, op dat zoo het niet na u genoe- 
gen mogt weczen , gy het by tyds bo- 
lcttcn kunt. Myn Dogtcr vcrlicft op 
een onwaardig Pcrfoon ! Dat kan ik niet 
gi!oovcn, zcide dc Heer N. . • . En 
wie is die Pcrfoon vervolgde hy wydcr, 
kent gy hem ook.' Zoo goed als my 
zelve, antwoordc Thomas. Zoo goed 
als u zelve, hervatte dc Heer N. . . .; 
maar laat my dog niet langer in vcrwcr- 
ring beduid hem my zoo gy wilt. 

Myn Heer zeide Thomas, ik ben 
die onwaardige Perfoon , zy heeft het 
my zelve tc kennen gegecven en my 
daar over in dc grootftc verwondering 
gelaten. Niet wetende hoe my 't beft 
hier in tc gedragen, heb ik gedagt het 
u bekent tc maken ; op dat i£ daardoor 
my zelve kwytcndc van het geen ik aan 

u 



14° Gtfchledcnis van 

u vcrplfgt bon ; gy u bcfl uit J ar over 

zo'.iJ kunaea nentca, en my zeggen of 

het met oftcgen u zin is ; 'want ik wil- 
Je liever van al dc voordeden des We- 
relds afzien als u tc mishagen. 

Gy doet als een braaf 'man hchoort 
tc doen , zcidc d« Heer N. . . . maar 
dewijl dit een zaak is die zeer teder is, 
zoo wort 'er wel ccnige tyj vercifcht 
om my daar over tc beraden. 

De Heer N. . . . verhaalde dc zaak 

aan zyn Vrouw om tig met dezelve 

daar over tc beraden ; deezc vond dc 

zaak zoo zonderling dat zy niet wcini- 

gcr daar over verwondert was als baar 
man 

Zy namen in den beginne daar geen 
al te groote genoegen in. 'T is waar 
zy waren van dc Deugden en goede 
hoedanigheden van Thomas wel over- 
tuigt ; maar het dage lnirliedcn niet 
wel te voegen, dat een Neger met een 
blanke Dogtcr trouwen zou Je: daar by 
geen middelen bezittende , hadden zy 
liever ccn Perfuan voor hur Dokter 
gchid, die wat meerder dair mede ge- 
zegend was. 

Ma lang berailflngt te hebben wat 
zy het beft in dit geval zouden doen; 
licflotcn zy haar Dogtcr daar over tc 

fprc- 



un NEGER. 141 

fprcken , om te zien of zy ilc genc- 
genthcid die zy voor Thomas opgevat 
had, niet uit haar hoofc zouden kun- 
nen praten. 

Ondertuflchen viel 'er no» iets voor, 
't welk zeer veel fchadc aan de Liefde 
die Mejuffrouw Agnèl voor Thomas 

opgevat had , zoude kunnen veroor- 
zaakt hebben. 

Ziet hier wat van de zaak waf. 

Daar liet /ig een Jong Heer bjr myn 
Heer en Mevrouw N. . . . aanmelden, 
rret verzoek om dezelve tc fyreckenj 
vermits hy een zaak van belang te zeg- 
gen had. Dit wierd hem ten eerden 
toegedaan, te meer wyl het een goed 
Vriend en kennis van de HecrN. . . . 
en zyn Familie was. Hy was een Jong- 
man Van goede huize , van tydclijkc 
ke middelen rykclijk gezegent ; dcwyl 
zyn Ouderen geftorven zyndc, hem nis 
eenigftc Erfgenaam van aanzienlijke 
goederen nagelaten hadden. Hy WJft 
deugtzaam van levensgedrag en fraai van 
gcftaltc. 

Dcezc Jonge Heer dan gehoor hy 
myn Heer en Mevrouw N. . . . ge- 
kregen hebbende, verzogt de vryheid 
tc mogen hebben, van over haar Dog- 
ter te Ycrkcercn; vermits hy genrgent- 

heid 



i 



141 Gefcbiedtnis van 

hcid voor haar gckrccgen had. Zy bedank'- 
tc hem voorde eer die hy haar aandeed, 
cn flocgen het geenfins af; maar ver- 
zogtcn ccnigc tyd om zig daar over tc 
beraden. Hy was hier mede te vreeden 
en na nog over ecnigc onvtrfchillige za- 
ken gefproken tc hebben, nam hy van 

haar afïcheid. 

Dit geval gaf nog meer aandrang voor 
Myn Heer en Mevrouw N. . . . om 
haar Dogter aan tc fprecken. Zy lie- 
ten dezelve by haar komen, cn gaven 
haar cerit het zoo cvengcmcldc te ken- 
nen, zonder van Thomas tc fprecken, 
cn droegen dezelve zoo voordeel ijj aan 
haar voor, dat zy wel merken koude dat 
haar Ouders zeer met hem waren inge- 
nomen. Dit trof haar zoo geweldig en 
ontroerde haar; dat zy in plaats van tc 
antwoorden , op zydc van haar Stoel 
neerzeeg, cn :.is een witte doek ver- 
bleekte. Dit deed haar Ouders toefchic- 
tcn, terwijl Mevrouw N. . . . haar een 
welriekend Watertje onder dc neus 
hield, om van haarflaauwte tc doen bvko- 
mcn. Wat is het mvn kind zeiden zy, 
(toen zy een weinig by gekomen was) 
tegen baar , dat gy u op dusdanig cca 
wyrc ontroert? Spreekt vryclijk uit; 
want wj zoeken u niet in u gencgent- 

heid 



een NEGER. i 4 j 



hfcit tc dwingen 1 , en indien gy geen zin 
in de Pcrfoon hebt die \vy u voordra- 
gen, zoo hebt gy het maar tc zeggen. 

Myn Waarde Ouders, zeidc Aüncs 
al zugtendc, met een llaauwc flcm,wcct 
dat ik niet meer mceftcr van my zelvcn 
ben, cn dat ik rects myn hart aan een 
ander ^efehonken bcb , daar ik inccdc 
hoop tc leven cn tc fterven , als gy het 
gelieft toe tc (laan; cn zoo niet, heb 
ik voorgenomen mv nooit in den ech- 
ten ftaat te begcevcn, met wien het 
ook zoude mogen wezen. Wie is 
dan die qcen daar gy u hart aan hebt gc- 
Ichonkcn , vroeg Myn Heer en Mevrouw 
N. . . . als zig houdende of zy'cr niets 
van wiftcn: het is Thomas antwoordc 
Agncs, die ik om zyn Deugden bemin. 
Ik wil een man hebben die liefde voot 
dc waarheid cn Deugd heeft, daar by 
eenvoudig en opregt , en dit alles heb 
ik in Thomas gevonden. Van zoo een 
man die zulke goede hoedanigheden be- 
zit, kan ik liefde cn trouw verwngtcn, 
heel anders als van fommigen , die haar 
nieefte bcquaamheid beftaat in vcinzcry 
cn argliftighcid, cn daar door dc men-*, 
fchen meede weten in te nemen; zoo 
lang, tot dat zy dezelve in haar magt 
hebben; als dan openbaren zy haar bg- 

2Cfl 



144 Gefchiedenis man 



2cn aart ccrft rcgt , cn <Iic gcencn die 
zig aan haar hebben overgegeven , wor- 
den gewaar op wicn ly zig betrouwt 
hebben. ' 

Agnes! zcidc de Heer N. . . . u 
verkiezing voor Zoo ver gy op Deugd 
cn ecrlykheid ziet , is roed cn pryfcliik: 
maar dat dezelve op ccll Pericon als 
Thomas gevallen is, dit komt my wat 

eonderling voor. Een-'Ncgsr van een 
blanke Juffer bemind! Wie sou dit kun- 
nen geloven? Thomas is daar by een 
Pcrfoon die behoeftig is 3 hetgeen hy 

bezit, heeft hy van my, en ik heb hem 
van de flaverny vry gemaakt: gy in te- 
gendeel zyt een Juffrouw van fatzoen 
cn van middelen, of ten min ft en hebt 
gy dezelve na on^ Doo l te wagtcn ;zoo 
dat alles wel ingezien zyr.de, een groo- 
tc ongelijkheid tulfchcn u beide plaats 
heeft. Ik zoude u daarom raden die gc- 
dagtcn uit u hooft te zetten, cn dat gy 
liever ccn ander met u min bcgunftig- 
dc , die beter met U Raat overeen komt 
cn ccn blanke is, gciyk <:y. 

Wat zyn zwartheid aangaat Vader , 
xeidc Agnes; ik bemin hem niet om 
zyn couleur; maar om zyn Deugd, en 
wat zyn behoeftigheid betreft; het zcl- 
TC fchrikt my gantfeh niet af hem lief 



een NEGER. Mf 



tc hebben: Die dcugtzaam is, is ryk ; 
hier kunnen geen fchattcn .van het Oos- 
ten tegen ophalen: daar by zyt gy van 
tydclijke middelen zoo gezegen t, dat 
gy wel in ftaat zyt , om ons het no- 
dige tc vcrfchaffcnjcn wat wil men meer 
bcqecrcn ? 't Is beter een weinig met ge- 
noegen te bezitten, als veel, met onge- 
noegen, en daarom mijn waarde Ouders 
ik (raeke u ftaat het my toe. 

•Myn Heer cn Mevrouw N zngen 

wel dat 'er geen verandering van zin in 
At;ncs tc krygen was, de goede hoeda- 
nigheden die Thomas bezat, waren haar 
wel bekent; maar om reden hier boven 
verhaald, maakten zy veel zwarigheid, om 
haar toeftemming daar in tc geven. Ein- 
delijk de liefde vóórhaar Dogtcr de over- 
hand op dc zwarigheden die zy over haar 
verkiezing hadden krygende, zcidc zy 
tegen haar. Waarde Dogter gy zyt het 
ccnigftc pand van onze liefde, wy zoeken 
daarom het befte tot uwe behoudenis, en 
al wat u tot een waar genoegen verftrek- 
ken kan. Dewijl wy nu zien dat gy niet 
tc verzetten zyt; zoo willen wy udevry- 
heid laten in een keuze waar het geluk of 
ongeluk van u ganfehc leven in vervolg 
van tyd van afhangt: maar bemind Tho- 
mas u wel weder, of hebt gy ooitpenige 

K blij- 



I4<S Gefchichnis van 



blijken van liefje in hem toe u kunnen 
bclpcurcn? t 

Doe verhaalde Mejuffrouw Agncs 
aan haar Vader en Moeder, hoe zy zelfs 
haar liefde aan Thomas geopenbaart, cn 
hem ecnigetyd tot bedenking daar opge- 
geven had, Wy zullen op llaande voet 
zien wat hy daar op zal zeggen zcidc dc 
Meer N...., en daar op Thomas hebben- 
de doen roepen , quam dezelve in het ver- 
trek daar Myn Heer cn Mevrouw N. . . . 
met haar Dogter waren. Wel Thomas 
*cide daar op de Heer N.... hebt gy u nu 
al eens bcdagt over het geen myn Dogter 
aan u voorgcflagen heefc? Thomas ont- 
roerde zig over deze vraag , cn vroeg wat 
hy daar mede meende. Hoor zcidc dc 
Heer N.... dewijl het my ten vollen be- 
kend is dc liefde die myn Dokter voor u 
heeft; zoo is myn begeerte dat gyudaar 
over ten certten verklaart , of gy myn 
Schoonzoon zoud willen worden , en die 
liefde die myn Dogtcr voor u heeft, met 
ccn gelijke liefde zoud willen beantwoor- 
den. Wat zegt gy hier op fpreck 

Myn Heer zeide Thomas daar op tc- 
gens dc HccrN.... ik zoude hetondank- 
baarfte fchcpzel wezen, dat 'er in dc gan- 
fche wereldwas ; indien ik een aanbieding 
jfcffloegdie my dcgclukkigftc van alle ftcr^- 



een NEGER. 147 

vclingcn kan maken. Na cerft zoo veel 
goedheden van u omfangen tc hebben, die 
ik met duyzcnd levens niet kan betalen, 
doet gy my nog de eer , om my te vragen 
of ik u Schoonzoon zou willen weezen, 
daar duizenden van vry wat meer verdicn- 
ftcnals ik wel na zouden tragten, Hierop 
zig voor devocten van Mejuffrouw Agncs 
werpende, zcidc hy Mijn Waarde Agncs, 
die u jonge en teder hart aan my opge- 
dragen heeft, en my daar door de gcluk- 
kigltc menfeh maikt die 'erop de wccrcld 
is, ik neem u aanbieding aan , ontfangt 
daar op mijn hart en hand, tot pand voor 
mijn gegeven woord, en zyt verzekert, 
dat zoo lang als 'er adem in my zal zyn, 
ik U getrouwe man zal wezen. 

Mejuffrouw Agncs regte hem doe 
op, waar op zy malkandcrcn omhelsden. 
Vervolgens verrigte hy het zelve met 
Myn Heer en Mevrouw N...., die hem 
als haar toekomende Schoonzoon begroe- 
te. Na verloop van een korten tijd trouw- 
den zy tc famcn,cn daar w.icrdcn niet als 
zeer weinige goede vrienden van beide 
kanten op het trouwmaal genodigt. 

Het gefchicde zonder cenige uitcr- 
lykc pragt; maar dit kon dog niet 
beletten, dat 'er veclc waren die 'cr wei- 

K z 



Ï48 Gefchiecïems van een Neger. 

nig goeds van fpraaken. Het cjuam de 
Wereld wonderlijk 'voor dat een man die 
onder een van de fatzocnlijkc lieden kon 
gerekent worden, zyn Dogter liet trou- 
wen met een Neger, die voor dezen zyn 
flaaf was gewceft ; maar dc Heer N . . 
redeneerde daar anders by zig zclvcnovcr, 
die wel wetende dat alle menfehen een en 
dezelve oorfpronk hebbende, dc geboor- 
te of dc uiterlijke omftandigheden daar 
geen verandering in konden brenge n j 
maar dat dc goede hoedanigheden die ie- 
mand van natuur bezat, hem eer boven 
zyn evenmeufch verheften. Hy bevond 
ook in vervolg van tyd, dat hy zig over 
dit Huwelijk niet behoefde te beklagen, 
vermits onze jonge Lieden zoo veel 
# liefde voor malkandcrcn betoonden. 

Onze Jonge Lieden bleven by Myn 
Heer cn Mevrouw N ... inwooncn; de- 
welke een Buitenplaats huurden, waarop 
zy zig tc famen met 'er woon begaven ; 
dewijl zy de vryheid beminnende, de- 
zelve bectcr in dc ruime Lugt vinden 
konden. Haar Huwelijk wierd met cc- 
nige Kinderen gezegend. 

E Y N D E.